fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Arabische begrafenis

    Joanne Nihom - 25 november 2019

    De vader van een vriend in het Arabische buurdorp overleed vorige week. Een paar uur na zijn overlijden was de begrafenis al.

    Honderden mannen verzamelden zich bij de moskee en liepen met het lijk (in een doek, niet in een kist) naar de begraafplaats. De best brede straten van het dorp leken nu te klein. Hier en daar stonden tafels met plastic bekers en water, vanwege de warmte. Na de begrafenis waren er drie dagen om de familie te condoleren. Dat gebeurde gescheiden: een ruimte voor de vrouwen, en een voor de mannen.

    Eergisteren waren die drie dagen voorbij. Maar het condoleren is nog niet gestopt. De familie heeft zich verplaatst naar het huis van de oude vader. Ik kom er net vandaan. We zaten buiten, in de warmte, terwijl een zachte wind voor een beetje verkoeling zorgde. Ook hier mannen en vrouwen gescheiden. Daar zat ik tussen zijn dochters, schoondochters, buurvrouwen, en verdere familie. In een grote kring.

    Er werd zachtjes gepraat. Af en toe ging er een vrouw weg, met enige regelmaat kwam er een nieuwe bezoekster binnen. Voor de gasten was er koffie, water, dadels en koek.

    Tegenover mij zat een stokoude, wat kromme vrouw. We keken elkaar steeds aan. Af en toe glimlachte ze naar me met haar grote bruine ogen, haar drie overgebleven tanden glommen dan in de zon. Ze droeg een prachtig gekleurde doek om haar hoofd en had een lange donkere jurk aan. Ze droeg dikke sokken met slippers met daarop groot geschreven: NIKI.
    In haar handen had zij een kralenketting.

    Iemand legde me in het Ivriet uit dat de ketting tasbih wordt genoemd en bestaat uit 99 kralen. Het is een hulpmiddel bij het zeggen van de dzikr (een vorm van meditatie, waarbij een woord of korte zin steeds wordt herhaald). Drieëndertig keer wordt er Soebhan Allah (verheven is God) gezegd, nog eens drieëndertig keer maal Al-hamdoelillah (dank aan God) en tenslotte het zelfde aantal Allahoe Akbar (God is de grootste).

    De vrouw nam steeds één kraal in haar handen, prevelde iets, en nam vervolgens de volgende kraal in haar handen. Ondertussen bleven we elkaar aankijken. Zij was waarschijnlijk net zo nieuwsgierig naar mij als ik naar haar. De diepe groeven en rimpels in haar bruin getinte gezicht en handen leken haar verhaal te vertellen. Een sterke vrouw. Ik verbeeldde me dat ze vroeger op het land had gewerkt. Zwaar werk. Misschien als geitenhoedster. Ze was vast een mooie vrouw geweest.

    Plotseling begon ze tegen me te praten, in het Arabisch, het werd voor me vertaald. Ze vertelde dat haar man onlangs was overleden tijdens hun hadj, de pelgrimstocht naar Mekka. Ik vroeg mijn vertaalster mijn condoleances over te brengen aan de oude vrouw en haar te zeggen dat het me speet. De oude vrouw reageerde bijna verontwaardigd. Niets geen spijt, heiliger dan overlijden tijdens een hadj was er niet, liet ze me vertellen. Het betekende dat God haar man prees en hem bij zich wilde hebben. Ik knikte dat ik haar begreep.

    Toen het tijd was om weg te gaan, liep ik naar haar toe en omhelsde haar wat ongemakkelijk. Het was een van die momenten dat het me diep speet dat ik geen woord Arabisch spreek.

    Over de auteur