fbpx
  • - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een rivier in de woestijn

    Fraidzjah - 4 november 2019

    Die eerste en enigste milimeter die zuinig de regenmeter in druppelde op de eerste dag van het Loofhuttenfeest, was inderdaad een begin.

    Afgelopen week had heel Israël eindelijk iets gezelligs om over te praten. Katten in de boom die er door de brandweer uitgehaald moeten worden en treinvertragingen van een uur halen hier gewoonlijk het nieuws niet. Het is bij ons meer in de trant van ‘wat dreigde Iran vanmorgen weer?’ en ‘Er komt over een paar dagen een landelijke controle van de schuilkelders, dit klinkt serieus’. Toen kwam er die melding van een ‘mogelijke tropische storm in het Middelandse Zeegebied’. Met een lach doken we er allemaal op af en maakten het zo groot als we konden. Eindelijk een niet-beladen-weer-praatje! Dat moesten we vieren.

    Breed werden vorige stormen uitgemeten met jaartallen en satalietopnamen erbij. Speculatie’s vlogen door de lucht, nog voor de storm uit. Welke koers zou de storm gaan? Zou het in het zuiden echt gaan regenen? Zelfs Wilfred Janssen op weerplaza in Nederland diepte de depressie uit. Het hoofd van onze zuidelijke provincie stuurde iedere inwoner een waarschuwing tuinspullen op te bergen (zodat ze niet al wegwaaiend schade aan zouden richten), niet de natuur (woestijn) in te gaan en noodverlichting zoals zaklampen en kaarsen bij de hand te houden. We zijn hier aan het eind van de wereld immers gewend aan stroomuitval na een paar druppels water.
    Opgewekt kwekten alle buurvrouwen dat ze net nog de was droog hadden gekregen en de mobiele telefoons aan het opladen waren om niet zonder zaklamp te zitten. Wat een verademing. Wat een heerlijke ongewoonheid om op een storm te wachten!

    Zelf vatte ik onze buurman in de kraag die al maanden geleden beloofd had om voor de komende stofstormen van de winter onze nieuwe grote trampoline vast te komen zetten. Manlief zit in het buitenland en zelf ijzeren paaltjes de grond in te hannesen zag ik toch net niet zitten. Met ijzerdraad werd de trampoline vastgesnoerd en gelijk ook maar de twee kippenhokken. Je kon de vijf verse kuikens van een week oud toch geen nachtelijke vlucht aandoen. Ik klom het dak van de schuur op en zette net voor het donker nog een dakplaat vast. Hij zat nokvol met alles dat de maandenlange zomer buiten blijft staan, de luiken van het huis gingen dicht, de buienradar aan en het wachten begon. Opgewonden gingen we slapen in de verwachting gewekt te worden door rammelende luiken, gierende zandwolken en daarna stortende regen. Het zou toch best kunnen?

    Om 05.00 ‘s morgens strompelde Jonathan van vier jaar onze slaapkamer binnen. Slaapdronken en toch zeer verontwaardigd zei hij: “Mam, het zijn JOKKERS! Het regent niet!!” Teleurgesteld begreep ik dat hij gelijk had, het was bladstil en kurkdroog buiten. En we konden er niet meer van slapen.
    Zodoende zaten we om 06.00 uur al aan het ontbijt en deden om 07.00 uur een rondje buiten. Het was bewolkt maar daar bleef het bij. Buienradar liet zien dat alle buien boven de Middelandse Zee de kustlijn schampten en weer terug draaiden de zee op. We vergaten het maar.

    Tot het begon te spetteren …

    De jongens kwamen aanhuppelen. “Mam! Hoor je dat?!” We vlogen dadelijk naar buiten. Dikke langzame druppels ploften in het stofzand neer. Ze lieten een verbaasde ronde afdruk van een centimeter doorsnede achter. Nog steeds was het windstil buiten. De storm had zijn draai gevonden boven de Middelandse Zee en het land deed niet mee. Maar het bleef wel regenen. Joelend renden alle kinderen naar buiten. Jonathan kwam na een paar minuten kletsnat terug om zijn regenjasje te vragen die hoog op de zolder bleek te liggen. Een regenjas hier is een souvenir uit Holland.

    Een paraplu dan mam? Ook die hebben we niet. Dan maar zo. Ze stampten, renden, sprongen en rolden zelfs in de plassen. Er werd geslipt met fietsjes en keihard door plassen gereden. En het hield maar niet op. Langzaam en rustig bleef het zacht doorregenen. Natuurlijk kon ik het ook niet laten en klom toen de kinderen niet keken snel het dak op. Even spieken in de regenmeter. 7 Milimeter al! En in het zuiden zag het donker al was het nog maar 17.00 uur.

    Rillend van de kou kwamen onze woestijnjongens aansoppen. Bij ‘slechts’ 18ºC buiten hadden ze blauwe lippen en paarse nagels. “Mam, ik heb verzonnen dat we eerst douchen en dan maak ik warme chocolademelk!” Tegen zo’n winters plan kon ik niet op. Enthousiast zaten we in onze pyama’s voor de ramen. Chocolademelk drinken bij kaarslicht is net zo bijzonder als de eerste zwaluw zien in Holland. Dit was acht lange maanden niet gebeurd en de kaars die ik aanstak werd dan ook gillend van pret onmiddelijk weer uitgeblazen door hen. We reden vlak voor de nacht nog even naar enkele droge rivierbeddingen naast ons dorp maar alles was nog stil.

    Nadat de jongens vroeg in slaap vielen kwamen op mijn mobiel de eerste filmpjes binnen van het regenwater dat aan het glijden was gegaan.

    Het gedeelte van de woestijn waar wij wonen bestaat uit stofzand, zeker niet hetzelfde als korrelig duinzand. Dit stof is eigenlijk een soort leem dat de eigenaardige eigenschap heeft wannneer het in aanraking komt met water, dicht te klappen, aan elkaar te hechten en een flinterdun spekglad bovenlaagje te vormen. Het water loopt er op af naar beneden en dringt er niet of nauwelijks in door. Overal zijn glooiende heuveltjes en heuvels bezaaid met rotsen en stenen en in elk gebied loopt op het laagste punt een droge, oude rivierbedding of wadi. De muren zijn soms vele meters uitgesleten door eerdere waterstromen en de verschillende lagen zand en stenen zijn prachtig te zien. Alleen in deze beddingen is het mogelijk voor de sterke acaciabomen om te overleven.

    Door lage muurtjes te bouwen in de brede beddingen en de lagere gedeelten hiernaast werd in dit gebied al duizenden jaren geleden op zeer grote schaal landbouw gepleegd. Het regenwater loopt in kleine stroompjes naar beneden, stuit op een muurtje, laat de woestijnakker vollopen en stroomt dan de volgende lager geleden akker op. Trap voor trap naar beneden tot de rivier al het water meenam in een steeds groter wordende stroom. Vruchtbaar slib werd zo iedere winter aangevoerd en ververste de akkers. Zo werden groenten, granen en fruit voor duizenden woestijnbewoners geteeld. Momenteel worden veel van deze oude akkers hersteld en het oude systeem blijkt nog steeds te werken!

    ‘s Nacht moest ik onze kat even naar buiten laten. Met dat ik de deur op een brede kier deed voelde ik een elektrische schok door mij heen gaan. Onmiddelijk was ik klaarwakker en stond een paar lange seconden verstard te luisteren. Daar! Ja! Ooohh geweldig! Dat moet de grootste wadi zijn! Ik hoorde zeer duidelijk een grommende tijger. Een zwaar ruisen met het bonken van enorme rotsblokken die mee werden gesleurd. De centrale droge rivier waar alle kleinere op uitkomen liep vol! Het was 01.00 ‘s nachts en ik rekende bliksemsnel uit dat dit kon kloppen. Het was 10 uur geleden gaan regenen en de rivier kronkelt vele tientallen kilometers vanaf de bergachtige hoge woestijn naar dit lagere gedeelte dicht aan de Egyptische grens. Het duurt uren voor het water hier aankomt.

    Al vier jaar had de bedding compleet droog gestaan. Er was niet voldoende regen gevallen om hem vol te laten lopen. Het is zo’n anderhalve kilometer hemelsbreed van ons huis naar de wadi maar het geluid werd zo sterk dat ik me absoluut niet vergiste.
    “David!” Daar moest je een jongen van zes jaar voor wakker maken. Dit is zo’n bijzondere en belangrijke gebeurtenis in dit eeuwenoude gebied. Alleen water gaf mogelijkheid tot leven hier. Bibberend stond hij te luisteren en met grote ogen keek hij naar me op. “Stroomt het daar?”

    Ik dook op mijn mobiel af. Wie zou er wakker zijn! De dorps app! ‘Online’ stond er boven de foto van mijn buurvrouw en ik gilde haar per tekst op staande voet de buitendeur uit. Perplexe icoontjes werden teruggestuurd. Dit had zij nog nooit gehoord of meegemaakt. Degenen die geen kleine kinderen in bed hadden liggen stoven in jeeps naar beneden en trappelend van ongeduld wachte ik op de filmpjes. En totaal onder de indruk maakte ik het van anderhalve kilometer afstand mee. Het water dreunde en stormde zijn weg naar beneden. Een ongelooflijke partij regenwater sleurde rotsblokken mee over de asfaltweg die de rivierbedding doorkruist en veranderde het net afgeronde project in een giller. De betonnen kanten knapten af, rolden mee en de aflopende golven aten zich een weg terug onder het asfalt door.

    Op veilige meters afstand stonden de dorpsinwoners, zwaar onder de indruk. Urenlang bleef het stromen. Ik kon het aan de andere kant van het huis door de open ramen nog horen en om 05.00 uur hield ik het niet langer uit. Jonathan werd wakker, kreeg onmiddelijk zijn havermout en met de laatste hap nog in zijn wangzakken joeg ik de jongens de auto in. Moeders in de bocht. Nog voor zonsopgang zagen we de brede nu langzamer stomende rivier. We stonden er bij en we keken er naar. Het was overweldigend. En eerlijk, ik weet geen groter contrast in de natuur dan een plotselinge stromende rivier in gloeiend droog woestijnzand. En geen groter geschenk dan dit.

    Over de auteur