fbpx
  • Rabbijn Chaim Kanievsky, een van de meest vooraanstaande Thorageleerden van deze tijd, verdiept in Thorastudie. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het Hogere? Of een gewone baan?

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 20 november 2019

    De eerste mensen Adam en Eva maakten een stevige daling mee na hun zondeval. Niet alleen in geestelijke zin maar ook in aardse, materiële en fysieke zin daalden ze af van een zorgeloos bestaan in het Paradijs van Eden (letterlijk: genot) naar een stressvol aards bestaan waar concurrentie, moeite en strijd op hen wachtte. Vóór en na de Zondvloed in de tijd van Noach ging er nog veel meer mis. Vandaar dat we nog steeds in een spirituele duisternis leven en het aardse leven vol problemen is.

    Wij religieuze mensen verlangen natuurlijk ongegeneerd terug naar die goede oude tijden toen men nog dicht bij G’d stond, wij eeuwig leefden en niet hoefden te lijden. Omgezet in de praktijk betekent dit in onze huidige toestand dat we constant keuzes moeten maken tussen goed en kwaad (terwijl dat als een bijna onontwarbare kluwen door elkaar loopt) en tussen een Bijbelse tijdsbesteding van spirituele groei tegenover een voortdurend najagen van steeds meer, steeds mooier en steeds groter in materiële zin.

    De interne strijd in de mens om zich voornamelijk te wijden aan hogere zaken, zoals Bijbelstudie en liefdewerken of bezig te zijn met de meest normale, dagelijkse en wereldse arbeid, ligt ingebed in zijn duale structuur. Deze ‘dubbele’ geaardheid wordt treffend geschilderd door de Talmoedgeleerden: “In drie opzichten gelijkt de mens op een dier en in drie opzichten op een Engel:

    • de mens heeft verstand als een Engel
    • de mens loopt rechtop als een Engel
    • de mens bezit een spraakvermogen als een Engel


    In drie opzichten gelijkt de mens op een dier:

    • de mens eet en drinkt als een dier
    • de mens plant zich voort als een dier
    • de mens scheidt de onbruikbare voedselbestanddelen uit als een dier

    De strijd tussen het hogere en het lagere in de mens bestaat al zolang als de mens zelf. Er heeft nooit een meningsverschil bestaan over de vraag of het doel van de mens uitsluitend zou liggen in zijn fysieke aanwezigheid. Dit wordt radicaal afgewezen.

    Juiste verhouding

    Het Bijbelse denken richt zich op de vraag naar de juiste verhouding tussen de wijding aan een hogere roeping en de gewone ‘struggle for life’. De keuze tussen beide wordt niet gedomineerd door minachting voor (lichamelijke) arbeid, zoals dit bestond in de Griekse samenleving in de klassieke Oudheid.

    In de Griekse oudheid was arbeid bestemd voor slaven en vrouwen. De elite – de heersende klasse – minachtte lichamelijke arbeid, omdat dit een aanslag betekende op hun vrije tijd, die zij nodig hadden voor sport en spel, politieke discussie, zang en muziek. Het opbouwen van een krachtig lichaam, artistieke ontwikkeling en intellectuele ontplooiing, waren de idealen van de onafhankelijke Griek, waarvoor veel tijd en aandacht nodig was. Dit was alleen weggelegd voor de rijken en de politieke bovenlaag, die voorbestemd waren voor een dergelijke levensinvulling.

    In een discussie tussen verschillende Talmoedgeleerden uit de tweede eeuw wordt op dit thema nader ingegaan: “Wat wil het vers “en u zult inzamelen uw koren, uw most en uw olie” (Deuteronomium 11:14) zeggen? Omdat er in het boek Jozua 1:8 geschreven staat: ‘Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond maar overpeins het dag en nacht’, had ik kunnen menen, dat dit laatste vers letterlijk bedoeld is. Daarom werd het vers uit Deuteronomium geschreven, om te wijzen op de plicht om naast Thorastudie een aards beroep uit te oefenen.” Het voorgaande is de opvatting van Rabbi Jisjmaëel.

    Rabbi Sjimon bar Jochai legt de tegenstrijdigheid in de geciteerde verzen op andere wijze uit. Hij stelt: “Kan het zijn dat de Bijbel in Deuteronomium bedoelt, dat de mens ploegt in de ploegtijd, zaait in de zaaitijd, oogst in de oogsttijd, dorst in de dorstijd en want in de tijd, die daarvoor geschikt is? Wat zou er dan van een hogere roeping terechtkomen?

    De tegenstrijdige verzen moeten veeleer betrekking hebben op verschillende perioden. Wanneer men de wil van G’d volledig opvolgt, wordt het (aardse) werk door anderen verricht, zoals er geschreven staat (Jesaja 61:5): ‘Vreemden zullen gereed staan om voor U de kudden te weiden’. Vervult men de wil van G’d echter niet, dan moeten zij hun werk zelf verrichten, zoals er geschreven staat (Deuteronomium 11: 14): “en U zult inzamelen”.

    Naar aanleiding van deze discussie merkte Abaji (320-375) op, dat velen deden zoals Rabbi Jisjmaëel had aangeraden en het gelukte hen om beide plichten – te weten werken voor het dagelijks bestaan en tevens studie en naleving van de Bijbel – naar behoren te vervullen. Zij, die probeerden te leven naar het ideaal van Rabbi Sjimon bar Jochai, slaagden hier veelal niet in.

    Bij dezelfde Talmoedpassage merkte Rabba bar bar Channa op – in naam van Rabbi Jochanan, die dit gezegde weer ontleende aan Rabbi Jehoeda bar Ilai (139-165) – dat zijn generatie verre ten achter stond bij eerdere geslachten: “Zie eens het verschil tussen de eerdere en latere generaties; vroegere generaties beschouwden Bijbelstudie als een vaste verplichting en hun werk als een bijkomstige noodzaak en op beide terreinen hadden zij succes. In de latere geslachten is men het werk als hoofdverplichting gaan beschouwen en de Bijbelstudie als van bijkomstige aard; op beide gebieden waren zij niet succesvol”.

    Na raadpleging van het beroemde Talmoedcommentaar van Rabbi Sjemoe’eel Edels (16de eeuw, Polen) levert bovenstaande Talmoedische verhandeling de volgende hypothesen op:

    • Slechts enkelen zijn in staat om een succesvol leven van uitsluitend hogere roeping te leiden.
    • De meeste mensen zijn genoodzaakt een (groot) deel van de dag te besteden aan het uitoefenen van een profaan beroep.
    • Een te grote nadruk op de beslommeringen, die een gewoon beroep nu eenmaal met zich meebrengt, leidt ertoe, dat de wijding aan een hoger levensideaal hieronder lijdt.

    Over de auteur