fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Antifascismemonument Berlijn gaat moreel brug te ver

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 10 december 2019

    Een kennis was zo geshockeerd van het nieuws dat er menselijke resten van vermoorde Joden in de ‘weerstandszuil’ verwerkt waren, dat ze de foto van het stalen monument niet eens wilde zien. Boven de kolom staat “Herinnering betekent vechten”. Er brandt een grafverlichting, er liggen en hangen boeketten bloemen. Briefjes met “Vergeet ze niet” of “Tegen politieke Alzheimer in Duitsland” waarschuwen voor rechtsextremisme en politieke samenwerking met het rechtspopulistische “Alternatieve voor Duitsland” (AfD).

    De enige positieve reactie kwam van Lea Rosh, voorzitster van de “Förderverein Denkmal für die ermordeten Juden Deutschlands” (Gedenkteken voor de vermoorde Joden van Duitsland). Voor haar kon deze anti-fascistische actie niet grof en schokkend genoeg zijn. Ze noemde deze actie geweldig: “Het is de politieke boodschap die daarbij hoort: “Kijk, hier is de macht overgedragen aan de nazi’s.” En dit waren de gevolgen …

    “Hoe goed de actie van de ‘morele stoottroepen’ van het kunstenaarscollectief ook bedoeld was, niettemin heiligt het doel niet alle middelen.”

    Wat was er aan voorafgegaan? ‘Actiekunstenaars’ van het “Zenter für politische Schönheit” (ZPS) hadden in Berlijn tegenover de Rijksdag een uitermate controversieel monument opgericht. Het ‘Centrum voor Politieke Schoonheid’ had de afgelopen twee jaar vele plaatsen onderzocht in de buurt van massagraven en gebieden waar de “nazi’s de perfecte en geïndustrialiseerde massamoord begaan hebben”. Meer dan 240 bodemmonsters werden genomen op 23 locaties in Duitsland en in de voorheen bezette gebieden in Polen en in de Oekraïne. Menselijke resten werden verzameld en in ‘de weerstandszuil’ tentoongesteld.

    Het was de bedoeling de mensheid op confronterende wijze te herinneren aan de gruwelijke gevolgen van samenwerking met fascisten. Maar de actie kwam als een boemerang terug. Deze ‘ontering van de doden’ heeft tot een verhitte discussie geleid over de vraag of zulke drastische middelen wel gepast zijn.

    Het doel heiligt niet alle middelen

    De ‘Zentralrat’, de Centrale Raad van Joden in Duitsland wees er op dat de actie “in strijd is met het Joodse godsdienstvoorschrift de eeuwige rust van de doden te verzekeren.” Zij hekelden de actie als hoogst ongepast en smakeloos. Ook de orthodoxe Rabbijnenconferentie in Duitsland (ORD) was ontsteld over de “kunstactie”. In een openbare brief aan de ZPS riepen de rabbijnen de groep kunstenaars op om de rust van de doden te herstellen. Zij boden hun hulp aan om de as volgens de Joodse religieuze wet, de Halacha, naar zijn laatste rustplaats te begeleiden: “Met deze stap zou uw – vanuit ons perspectief – oneerbiedige actie zeker weer in een verzoenende richting worden geleid”.

    Ook Felix Klein, de commissaris van de federale regering voor antisemitisme, vond het onbegrijpelijk dat kunstenaars tegenwoordig denken dat ze hun toevlucht moeten nemen tot zulke drastische middelen om de aandacht te vestigen op ongewenste ontwikkelingen in de samenleving. De voorzitter van de Duits-Israëlische Vereniging, Uwe Becker, eiste de onmiddellijke ontmanteling van het monument. Het voormalige groene parlementslid en voormalig voorzitter van de Duits-Israëlische parlementaire groep van de Duitse Bundestag, Volker Beck, sloeg de juridische weg in en twitterde dat hij een strafrechtelijke klacht had ingediend wegens schending van de vrede van de doden.

    Op zijn homepage schrijft het Centrum voor Politieke Kunst (ZPS): “Verzet is een kunst die pijn moet doen, irriteren moet en storen”. De stalen kolom van twee en een halve meter hoog schoot volledig in het verkeerde keelgat. De doden moeten Duitsland herinneren aan de historische schuld en de opdracht om geen banden aan te gaan met fascisten.

    Het kunstenaarscollectief was in zijn morele ijver te ver gegaan. De kritiek op de actie werd zo hevig dat de ZPS afgelopen woensdag haar excuses maakte en de actie stopte: “Met een zwaar hart annuleren we ook de geplande zaterdagavondklok, waarin mensen elkaar ter plekke moeten ontmoeten en weerstand moeten zweren tegen een rechtse machtsgreep”. De “Stoottroep voor morele schoonheid, politieke poëzie en menselijke grootheid” had de grens van het toelaatbare overschreden.

    De vice-voorzitter van het Internationaal Comité van Auschwitz, Christoph Heubner vond dat de gevoelens van de overlevenden en de eeuwige vrede van hun vermoorde familieleden waren geschonden.

    Joodse halachische aspecten

    Er zijn twee manieren in de Joodse traditie om de omgang met de stoffelijke resten van overleden te beschrijven: strikt juridisch is de halachische benadering, de Halacha, die zich meestal op details concentreert. Daarnaast bestaan er meer globale voorschriften, zoals eerbied voor de doden en het verbod de rust van de overledenen te storen. Dit laatste verbod is de reden voor het verbod om Joodse begraafplaatsen te ruimen.

    De Joodse wet, de Halacha, stelt dat de stoffelijke resten van overledenen alleen Bijbelse onreinheid veroorzaakt wanneer de ruggengraat en de ribben nog intact zijn. De kans is groot dat de resten van gecremeerde Sjoa slachtoffers niet aan deze criteria voldoen (Maimonides, B.T. Nidda). Maar bij massagraven is er zeker te vrezen dat grote delen van de lichamen nog aanwezig zijn. De voormalige Jeruzalemse Opperrabbijn Rabbi Zwi Pesach Frank en de Amerikaanse autoriteit Rabbi Moshe Feinstein bespreken deze questie uitvoerig in hun responsa (antwoorden).

    Maar dit staat los van de globalere vraag. Volgens de gezaghebbende Zwitserse Rabbijn Ja’akov Breish zijn de meeste hedendaagse rabbijnen van mening dat de as van de Joden die in de vernietigingskampen zijn vermoord, absoluut op een Joodse begraafplaats begraven moet worden, omdat het onze plicht is ze te eren (Responsa Chelkat Jaakov Yore Dea 219).

    Hoe goed de actie van de ‘morele stoottroepen’ van het kunstenaarscollectief ook bedoeld was, niettemin heiligt het doel niet alle middelen. Vanuit de eerbied voor de slachtoffers van de Shoah bezien, was hier sprake onvergeeflijke ontering.

    Over de auteur