fbpx
  • Edwin Shuker. - Foto: CvI
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een verhaal dat verdient voort te leven

    Ruben Ridderhof - 6 december 2019

    Edwin Shuker (1955) is een prominent lid van de Joodse gemeenschap in Groot-Brittannië, maar groeide als Joods jongetje op in Irak. Afgelopen week sprak hij tijdens een bijeenkomst, georganiseerd door de Israëlische ambassade in Nederland over zijn ervaringen als Jood die uit de Arabische wereld moest vluchten.

    “Op een ochtend in januari 1969 – ik was toen veertien jaar oud en samen met mijn twee jongeren zusjes waren we ons aan het gereedmaken om naar school toe te gaan – kwam het nieuws dat die dag een nationale feestdag was uitgeroepen en dat alle scholen dicht waren. We vierden feest! Geen school! Maar kort daarna werd bekendgemaakt waarom …”

    “Het regime had een spionagenetwerk opgerold en de verraders geëxecuteerd. Toen de namen werden opgenoemd, herkenden we de namen van vaders van vriendjes, kennissen, mensen die kortgeleden nog bij ons hadden gegeten … Tien Joden. De lichamen werden in witte lakens opgehangen op het grote plein van Baghdad met op het laken geschreven: ‘Jood’ en het adres waar ze hadden gewoond, voor het geval iemand wraak zou willen uitoefenen …”

    “Van het een op het andere moment, zoals dat met het antisemitisme soms gaat, waren we niet meer veilig.”

    “Het was de langste dag die ik heb meegmaakt in Irak, een traumatiserende dag voor de Joden. Ik weet nog hoe mijn moeder hysterisch werd en de haren uit haar hoofd trok. Maar het was niet het begin, en ook niet het einde.”

    Het begon in 1963, toen ik acht jaar oud was. Alle Joden werden opgeroepen om zich te melden bij een bepaald adres in Baghdad. Daar moesten we in de zinderende hitte van Baghdad uren en uren wachten. En als je niet aan de beurt kwam, kwam je de volgende dag terug. Waar wachtten we op? Op een nieuw identiteitsbewijs: een kenmerkend, geel stuk papier, waarmee we als Joods werden onderscheiden van de rest van de bevolking.”

    Erfgoed

    “Op die dag werden de Joden van Irak, die 2600 jaar -sinds de Babylonische ballingschap – in het land hadden gewoond, gedegradeerd tot derderangs burgers. Terwijl de Joden zoveel hebben bijgedragen aan de opbouw van Irak! In de Bijbel lezen we hoe de Joden langs de rivieren van Babel weeklagen over Sion, maar de profeet roept hen op niet bij de pakken neer te zitten.”

    “Hij schrijft dat ze ‘huizen moeten bouwen en daarin gaan wonen, tuinen moeten aanleggen en van de opbrengst moeten eten.’ (Jeremia 29:28) En ‘bid voor de stad waarheen de Heere jullie weggevoerd heeft en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei’ (Jeremia 29:7). Dat hebben de Joden gedaan. Irak werd een bloeiplaats van Joods leven. Daar ontstonden de pilaren van de Joodse traditie: de Talmoed, het gebedenboek, de synagoge …”

    “In Irak werd het Jodendom hervormd van de op de Tempel gebaseerde godsdienst tot een mobiele godsdienst die na de verwoesting van de Tempel zou kunnen overleven. Dat erfgoed stamt allemaal uit Irak.”

    Invloed

    “In 1917 veroverden de Britten Irak op het Ottomaanse rijk. In Baghdad troffen ze een bloeiende Joodse gemeenschap aan die vloeiend de Europese talen sprak. Veertig procent van de inwoners van Baghdad was Joods. En de Joden waren grotendeels verantwoordelijk voor de economische voorspoed van de stad. Op Sjabbat viel het leven stil, want het had ook voor de Arabische bevolking geen zin om op Sjabbat te werken, omdat de Joden immers Sjabbat hielden. Zo groot was de Joodse invloed op de stad.”

    “Vanaf dat moment brak de gouden tijd aan voor de Joden van Baghdad. Zij bouwden Irak op, op economisch, maar ook cultureel gebied. Import, export … het land bloeide op dankzij de Joden die de woorden van de profeet Jeremia ter harte namen en vervulden. Maar dat alles kwam ten einde in 1941.”

    Niet langer veilig

    “Tijdens Sjawoe’ot, het Joodse Wekenfeest, brak er in Baghdad een pogrom uit tegen de Joden. Compleet geïnspireerd door de nazi’s vielen menigten Arabische inwoners van Baghdad de Joden van de stad en de Joodse plaatsen van de stad aan. Het lukte hen niet om de Joden te verdrijven, maar vanaf die tijd werden Joden hoe langer hoe meer gezien als een vijfde colonne in Irak”

    “Toen in 1948 de staat Israël werd uitgeroepen, vochten Irakese troepen mee om de jonge staat de kop in te drukken. Toen ze verslagen terugkeerden, namen ze wraak op de Joden thuis. In 1951 en 1952 ontvluchtte 93 procent van de Joden Irak. Velen van hen vluchtten naar Israël. Daar werden ze ondergebracht in armzalige tentenkampen waar ze soms jarenlang woonden.”

    “Mijn ouders hadden besloten om nog niet te vluchten en zo waren er meer Joden in Irak. Toen kwamen de berichten van familie uit Israël. Ze vertelden over de situatie daar, de tentenkampen en de rantsoenen waarop ze moesten leven: ‘wacht nog maar even’, zo leek hun advies te klinken. En dat deden we. Een jaar, twee jaar, zeven jaar … Welke gokker weet op het juiste moment de tafel te verlaten ..?”

    ‘Allemaal Irakees …’

    “Toch brak er nog een periode aan van rust en veiligheid. Er kwam een periode van Britse invloed met een koning, en later een goedaardige dictator. Mensen wisten het onderscheid niet meer tussen Joden, Arabieren, Armeniërs, christenen of moslims. We waren allemaal Irakees.”

    “Maar dat veranderde allemaal in 1963, toen de Ba’athpartij gewelddadig de macht naar zich toe trok. Van het een op het andere moment, zoals dat met het antisemitisme soms gaat, waren we niet meer veilig. Zeker na de moorden in 1969 en de voortdurende verdwijning van mensen die zomaar van de straat werden opgepakt, moesten we wel vluchten.”

    “Op een dag in 1971 riep mijn vader ons bij elkaar en zei dat we twee uur hadden om ons klaar te maken voor vertrek. We mochten met niemand spreken. We zouden gewoon het huis verlaten, alsof we naar de markt gingen. Het hele plan was uitgedacht door mijn vader. We kregen valse papieren en mochten onderweg helemaal niet spreken, omdat we ons als Joden kenbaar zouden maken met de manier waarop we Arabisch spraken.”

    “Zo zijn we via Koerdisch gebied Irak ontvlucht en zijn we in Groot-Brittannië aangekomen, waar we asiel hebben aangevraagd.”

    Onkunde

    “Ik gaf eens een lezing, toen na afloop iemand naar me toe kwam die zei: ‘Ik wist niet dat er ook Joden in Irak hebben gewoond’. Dat sloeg bij me in als de bliksem en veranderde mijn leven volledig. Ik, die met eigen ogen het Joodse leven in Irak had meegemaakt, zag nu hoe de Joodse geschiedenis in het Midden-Oosten was uitgewist!”

    “Ik heb me sindsdien ingezet om dit verhaal te blijven vertellen. En ik ben blij met het feit dat er steeds meer aandacht is voor het lot van de Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen. Ik hoop dat de 2014 door de Knesset ingestelde herdenkingsdag voor de Arabische Joden op 30 november, zal uitgroeien tot net zo’n monumentaal moment als Jom Hasjoah, waarop de Holocaust wordt herdacht. Want dit verhaal is zo’n belangrijk verhaal, dat verdient verteld te worden en voort te leven.”

    Over de auteur