fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Hou van het werk, haat de heerschappij

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 2 december 2019

    Is fysiek werk ons te min? Jakob, onze derde Aartsvader, werkte ook. En stevig ook. Hij werkte 14 jaar voor twee van zijn vrouwen. Van Jakob leren we veel over de plichten van de werknemer.

    Maimonides (13e eeuw) beslist in zijn arbeidswetgeving dat “een werknemer verplicht is zich volledig voor zijn werkgever in te zetten” want Jakob zei letterlijk “met heel mijn kracht heb ik jullie vader (Laban) gediend” (Genesis 31:6). In de Talmoed wordt Jakob niet geciteerd als de voorbeeldige werknemer, maar Maimonides heeft dit gegeven direct uit de Thora gelicht.

    Als voorbeeld voor onze lezers citeer ik een stukje Bijbelse arbeidswetgeving (Maimonides, arbeidsrecht 13:7 e.v.): “Een arbeider mag het werk van de werkgever niet veronachtzamen. Wanneer hij zijn tijd verdoet, kan hij een hele dag net doen alsof hij werkt maar in feite weinig uitvoeren. Werknemers zijn verplicht om de tijd van de werkgever optimaal te besteden. Men mag ’s avonds niet te laat opblijven of `doorzakken’. Onze Wijzen gingen zelfs zover, dat zij werknemers hebben vrijgesteld van de vierde beracha (zegenspreuk) van het bensjen, de dankzegging na de maaltijd.” (einde citaat).

    Ook verschillende voorschriften voor de zwaarte van de zorg als ‘goed huisvader’ ingeval van bewaargeving, zoals bij herders (als bewakers van vee) worden afgeleid van herder Jakob: “overdag verteerde mij de hitte en ’s nachts de koudte; mijn slaap week van mijn ogen” (Genesis 31:40). Toch citeert Maimonides deze regels niet in naam van Jakob omdat men geen voorschiften voor het heden afleidt uit gebeurtenissen van vóór Matan-Tora, de Thora-wetgeving op de Sinaï.

    Jakob werd geen directeur van een grote zaak en kreeg geen auto met chauffeur. Hij werd een eenvoudige herder. Dit sluit aan bij een andere bekende uitspraak van Sjemaja in Spreuken der Vaderen (Pirkee Avot 1:10). Sjemaja zegt: “Houd van het werk, haat de heerschappij en dring niet in bij de machthebbers.”

    … Houd van het werk”

    Voor deze lering zijn er – volgens onze geleerden Rasjie en Rambam – drie verklaringen:
    (1) Men moet zich niet te groot of belangrijk voelen om te werken.
    (2) Door te werken verval je niet gemakkelijk tot diefstal of andere oneerlijke ondernemingen.
    (3) Het is niet goed om afhankelijk te zijn van liefdadigheid. Dit leidt tot verkorting van leven zoals er staat ‘wie cadeaus haat zal leven’ (Spreuken 15:27).
    Rabbenoe Jona stelt: je mag nooit werk weigeren omdat luiheid depressie veroorzaakt.

    Men kan op drie manieren zijn geld verdienen:
    (1) met het lichaam (fysieke arbeid),
    (2) met het vermogen (zaken doen),
    (3) met het intellect (les geven).

    De Misjna (Mondelinge Leer) adviseert dat men moet proberen van fysiek werk te houden omdat het zorgt voor rust en geluk. Tiferet Jisra’eel (19e eeuw) legt uit waarom dit zo is: “Want er is veel leed en frustratie bij het lesgeven. En bij zakendoen vervalt men soms tot oneerlijkheid. Laat niemand zich te belangrijk voelen om te werken”.

    Zoals Rav zei tegen Rabbi Kahana: “Als het nodig is, ga je desnoods werken met huiden op de markt. Maar zeg niet: ‘Ik ben een koheen, ik ben een belangrijk man en zulk werk is beneden mijn waardigheid’.” (B.T. Pesachiem 114a).

    Jakob zocht geen macht

    Haat de heerschappij! Volgens Rasjie (12e eeuw) verkorten machtsposities het leven. Dit blijkt uit het feit, dat Joseef op veel jongere leeftijd stierf dan zijn broers. Hij leefde korter omdat hij onderkoning van Egypte was.

    Maimonides (13e eeuw) stelt verder, dat macht corrumpeert. Het wekt jaloezie en veroorzaakt kritiek. Ook verdenkt men autoriteiten van machtsmisbruik. Tiferet Jisra’eel geeft ons nog mee, dat als je je geroepen voelt leider van een gemeente te worden, je niet hoogmoedig en hard mag worden. Autoriteit moet met liefde en zachte hand uitgeoefend worden. Eigenwaan moet je haten.
    Zoek geen grootheid, begeer geen eer. Onze Geleerden, die ons constant aansporen om het goede pad te volgen, vertellen ons: “Houd van de arbeid en haat heerszucht”.

    Salarisonderhandelingen

    Jakob werd direct ingeschakeld in de veehouderij. Eerst kreeg hij helemaal geen salaris. Laban zei na verloop van tijd dat hij dat niet goed vond en hij vroeg Jakob hoeveel salaris hij zou willen hebben. Laban was niet van plan op de financiële eisen van Jakob in te gaan. Van begin af aan wilde hij hem slechts de helft van zijn vermoedelijke salariseis betalen.

    Maar Jakob was niet naar Charan gekomen om geld te verdienen. Het ging hem om zijn toekomstige echtgenote(s) en zijn toekomstige kinderen om daarmee de basis te leggen voor het Joodse volk. Jakob bood Laban aan om zeven jaar voor Rachel te werken. Laban vond dat goed. Hij gaf Rachel liever aan Jakob dan dat hij haar aan een vreemde zou uithuwelijken.

    Basis voor pure kinderen, de 12 stamvaders

    De grondleggers, de founding fathers – onze Aartsvaders – van dit nieuwe volk hadden er letterlijk alles voor over om een goede basis te leggen voor pure kinderen. Daarom trouwde Jakob laat. Hij verliet zijn ouders toen hij 63 was, ging eerst nog 14 jaar lernen in het Beth hamidrasj, het leerhuis van Sem en Ever, vertelt onze mondelinge leer, en werkte toen nog eens 7 jaar voor Rachel. Hij trouwde dus pas op zijn 84e. Na zoveel spirituele voorbereiding, had hij geen egoïstische bijbedoelingen bij de samenleving. Hij was volledig puur en zuiver, alleen gericht op het voortbrengen van religieus perfecte nazaten.

    Geen gezweimel

    Toen de diensttijd er op zat, zei Jakob letterlijk tegen schoonvader Laban: “Geef mij mijn vrouw, opdat ik tot haar kome” (Genesis 29:21). Totaal ongepast taalgebruik? Nee, want onze Aartsouders zweimelden niet weg in amoureuze romances maar wilden alleen heilige kinderen. Zij leidden verder een normaal aards leven. De Thora geeft alleen hun diepere intenties aan.

    Tijdens het huwelijk bedrogen

    Jakob was niet alleen kwaad op Laban, zijn schoonvader maar ook verbolgen op Lea, die had meegewerkt aan dit huwelijkse bedrog. Maar Lea pareerde Jakobs vraag: “Jij hebt je vader Isaak bedrogen toen je je verkleedde als Esau. Jij deed dit lesjeem Sjamajiem om G-d beter te kunnen dienen. Zo werd ik ook verkleed als Rachel lesjeem Sjamajiem. Ik heb dit van jou, Jakob, geleerd!”.

    Laban verdedigde zich echter met de stelling dat het de plaatselijke gewoonte was om de oudere dochter eerst uit te huwelijken. Hij deed Jakob echter een voorstel: hij kon direct na de eerste huwelijksweek trouwen met Rachel, op voorwaarde dat hij nog zeven jaar voor haar zou werken. Wie heeft ooit zoveel over gehad voor zijn vrouw(en) en kinderen?

    Over de auteur