fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    ‘Deze auto is perfect’

    Joanne Nihom - 10 januari 2020

    Voor mijn werk ging ik een paar dagen op pad in mijn eigen vertrouwde automobiel. Tenminste dat was het plan. Mijn eerste stop was Tel Aviv, waar ik logeerde in een klein hotel met een eigen parkeergarage. Onderweg had ik hier en daar nog wat plekken bezocht en toen ik, tegen de avond, de drukte van Tel Aviv in reed, zag ik plotseling rook uit de motorkap komen …

    Het stopte gelijk weer, dus tufte ik rustig door. Naar het hotel en de parkeergarage in. Ongeveer tegelijk met het uitstappen, zag ik het water uit de voorkant van mijn auto stromen. Ik ben best wel een rustig mens, maar dit gaf me toch wat paniek, want ik had nog een heel programma voor de boeg, en daar had ik echt een auto bij nodig.

    Met behulp van thuis, de receptioniste en ook wel een beetje mezelf, lukte het om een wegsleepdienst te regelen. Via een vriend kreeg ik een aantal autoverhuurbedrijven door. Ik koos degene met een kantoor in Naharya, omdat ik daar vlakbij woon en dat makkelijk was voor het terugbrengen. Het bedrijf had een voor mij onbekende naam. Ondanks het inmiddels late uur belde ik ze. Geen probleem, auto’s voldoende, bel ons morgenochtend en dan regelen we het. Met een gerust hart ging ik slapen.

    “Een grote blauwe Mazda, uit het jaar nul, met overal deuken en krassen, lachte me vriendelijk toe. ‘Heb je geen andere auto?’, vroeg ik nog zachtjes.”

    De volgende ochtend nam ik al vroeg contact met ze op. Of ik de noodzakelijke documenten zoals rijbewijs en identiteitsbewijs, en ook een kopie van de creditcard, wilde mailen. Vervolgens kreeg ik een prijs door die meer dan billijk was. Eigenlijk super goedkoop. En ook nog inclusief alle verzekeringen. Wel een ‘dingetje’: ik moest contant betalen. Zeer ongewoon, maar ik was te blij met mijn goede deal om daar verder over na te denken.

    Die dag moest ik in Tel Aviv werken en, wat een service, de auto zou de volgende morgen naar het hotel gebracht worden door Shlomo, de eigenaar van het bedrijf. De volgende morgen, al vroeg, stond ik te wachten in de lobby. Shlomo was op tijd. Heel bijzonder in het heilige land. Na een babbeltje overhandigde ik hem het geld. Hij was het contract vergeten mee te nemen, vertelde hij me nog even tussen neus en lippen. Ik was zo blij dat ik gewoon verder kon reizen dat ik daar verder niet bij stilstond.

    “Zal ik je de auto laten zien”, vroeg hij? Samen liepen we naar buiten. En daar stond mijn bolide voor de komende dagen. Ik heb geen verstand van auto’s, maar ik zag wel dat dit anders was dan anders. Een grote blauwe Mazda, uit het jaar nul, met overal deuken en krassen, lachte me vriendelijk toe. “Heb je geen andere auto?”, vroeg ik nog zachtjes aan mijn nieuwe vriend Shlomo. “Nee”, zei hij, “deze auto is perfect, ik verhuur alleen maar Mazda’s, die hoeven nooit naar de garage”. Vooral dat laatste maakte me niet echt rustig.

    Wat me wel geruststelde, ik denk tenminste dat het zijn bedoeling was me daarmee gerust te stellen, “Ik ben generaal in het leger geweest”. Iets wat toch wel heel handig is als je een autoverhuurbedrijf hebt. Ik stapte in … het zag er van binnen schoon uit, maar uitgeleefd en uit het jaar nul. Echt uitleggen hoe de auto werkte, vond hij niet nodig en na nog een terloopse mededeling dat ik nog wel even moest tanken onderweg, de tank was bijna leeg, verdween hij. Rustig blijven, dacht ik steeds, vooral rustig blijven.

    Ik startte de auto en een geel lampje ging aan en ook niet meer uit. Ik belde Shlomo … niets aan de hand, verzekerde hij me, je kan er gewoon mee rijden. En daar ging ik, eerst op zoek naar een benzinestation, de tank was echt bijna leeg, verder naar het zuiden. Met een airco die het alleen deed als hij er zin in had, en die zich zeker niets aantrok van de koud – en warm knop, tufte ik vervolgens een paar dagen door het land. Af en toe ging er een lampje branden, maar Shlomo, inmiddels een dierbare vriend geworden, verzekerde me steeds weer: ‘niets aan de hand, gaat vanzelf weer weg’ en zo geschiedde.

    Ook was er iets met de koplampen, waarschijnlijk te hoog afgesteld, want als ik ’s avonds reed, seinde iedere tegenligger me dat er iets was, maar mijn Mazda en ik trokken ons er niets van aan. Ook het gevoel dat ik op ieder moment door de stoel zou zakken, liet ik varen. En de sigarettenlucht in de auto … ach er zijn ergere dingen in het leven. We reden, mijn Mazda en ik, vier dagen lang door het mooie Israëlische landschap. Toen ik ‘m uiteindelijk in Naharya afleverde, voelde ik me zelfs een beetje verdrietig.

    Of ik Shlomo, als ik weer een huurauto nodig heb, weer inschakel? Daar ga ik over nadenken.

    Over de auteur