fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Ik had het kunnen weten

    Fraidzjah - 6 januari 2020

    Vlak voordat mijn man voor studie naar het buitenland vloog verkocht hij met voorbedachten rade zijn pick-up die hij voor zijn werk niet meer nodig zou hebben en parkeerde een personenauto voor onze deur. Zonder reclame te maken: het was een goede tweedehands van een gerespecteerd merk.

    Ik hoor het hem nog tevreden zeggen: “Zo, nu weet ik tenminste dat je zonder zorg rijdt” Vrouw blij. Want als ik ergens geen verstand van heb is het auto’s. En garages.

    “Nadat ik de motor uit had gezet en na even wachten weer gestart, deed mijn vriend het weer maar het argwaan was gewekt.”

    Tot de eerste keer dat we aan het einde van de wereld linksaf sloegen, voorzichtig een woestijnweggetje in reden naar het huis van vrienden, en ineens stil stonden. Waardoor wist ik niet. Nadat ik de motor uit had gezet en na even wachten weer gestart, deed mijn vriend het weer maar het argwaan was gewekt.

    Niet veel later kon ik niet verder rijden nadat ik telefonisch het veiligheidshek dat toegang geeft tot ons dorp had geopend. Pontificaal stond onze auto de ingang te blokkeren. Nee he! Dit soort akkefietjes was nu net wat wij wilden voorkomen.

    Langsrijdende adviezen opvolgend wachtte ik tien minuten, maakte rechtsomkeert naar huis, liet de buren motorolie kopen, diepte koelvloeistof op onder een laagje stofzand in de schuur, vulde vriendlief bij en controleerde voor elk ritje het oliepijl. Kijk, dat kon ik nog wel. Maar gekker moest het niet worden.

    Natuurlijk werd dit het wel. Dat had ik kunnen weten. Bij ons gaat niets gewoon. Nooit. En waarom ik de auto niet gelijk naar de garage bracht? Omdat ik de hele week werk en deze op een uur afstand rijden is. Ik had daar simpelweg geen tijd voor en schoof het af op de a.s. vakantie van mijn man. En bespaarde hem irritante telefoontjes als ‘en je zei toch dat je een goeie auto had gekocht?!’ Dat zou het stigma ‘vrouw’ zo benadrukken he …

    Nadat ik nogmaals in het holst van de nacht met David en Jonathan slapend achterin gedwongen was om ruim twintig minuten te wachten voor ik naar huis kon rijden begon ik niet netjes te praten tegen de motorkap. Mopperend uitte ik mijn ongenoegen over zijn onzorgvuldige gedrag. Met in mijn achterhoofd de lange rit die ik over een paar dagen moest maken.

    We zouden abba (papa) afhalen van het station die de chanoeka vakantie bij ons zou zijn. Ik had afsoluut geen zin in ongemak zo dwars de schaars bewoonde woestijn door met twee opgewonden jongens achterin.

    Maar verdraaid, de auto reed! Een uur lang, vloeiend en soepel. Net zo opgewonden als de jongens tetterde ik dat we er nu bijna waren. ‘Goed kijken naar een parkeerplaats jongens! Is hier een gaatje? Nee. Daar een? Ja, rechts aan het einde toch David?’ En toen: boem. Midden op de parkeerplaats en nog niet ingeparkeerd gooide de versnellingsbak zichzelf in de vrijstand, stonden we met een duw stil en gaf de auto het op.

    De jongens haalden juichend abba van de trein die het lumineuze idee had om na een doorwaakte vlucht van elf uur met twee enorme koffers in de achterbak de auto met duw en trekwerk naar de garage te brengen. We waren nu immers in de stad?

    Dat lukte tot we twee straten van de garage waren. Waar men precies hun lunchpauze was begonnen. Na vier uur wachten schudde de monteur zijn hoofd. Dat moest een nieuwe versnellingsbak worden. NEE! Of toch maar ja.

    Met de aller goedkoopste auto die we konden huren (en de koffers uit de kleine achterbak puilend) kwamen we aan het einde van de dag thuis. Manlief kon na meer dan dertig uur zonder slaap en een heleboel andere dingen nog maar een ding: Instorten. Gelukkig gebeurde dit aan het voeteneind van het grote bed en lagen mijn drie mannen innig gearmd te snurken. Daar doen we het dan allemaal maar voor.

    De bevriende buurman knikte irritant grijnzend zijn hoofd toen hij op de lege parkeerplek wees. “Je hebt de afgelopen week te lelijk tegen hem gepraat.”

    En ik zeg: Mannen en auto’s: Nooit aan beginnen.

    Over de auteur