fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Joodse filosofie – de Koezari (deel 1)

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 29 januari 2020

    Om de achtergrond van de Joodse religie te begrijpen is het de moeite waard ons te verdiepen in de geschiedenis en de inhoud van de Koezari – een oud filosofisch werk, dat de fundamenten van het Joodse geloof analyseert. In dit eerste deel verkennen we de geschiedenis van het boek. In drie daaropvolgende delen gaan we verder in op de geschiedenis en de inhoud van dit werk.

    Geschiedenis

    De Koezari is geschreven in de vorm van een discussie tussen een rabbijn en de koning van de Chazaren. Deze discussie werd aan het einde van de zevende eeuw gevoerd, in het land van de Chazaren, dat aan de Krim lag. Het werk Koezariwerd geschreven door de grote dichter en filosoof Rabbi Jehoeda Hallevi en was voornamelijk intern gericht om het Jodendom van binnenuit te sterken.

    Jehoeda ben Sjemoe’eel Hallevi leefde van 1095 tot 1150. Hij werd geboren in Toledo en woonde daarna in Granada en Cordova. Rabbi Jehoeda Hallevi heeft naam gemaakt als filosoof en dichter van liturgische poëzie. Zijn inkomen verdiende hij als dokter. Hij onderhield nauwe banden met Rabbi Isaak Alfassi, diens leerling Rabbi Joseef ibn Migasj en met Rabbi Abraham ibn Ezra, een bekende Thoracommentator.

    Rabbi Jehoeda Hallevi was een van de grootste religieuze dichters uit de Joodse geschiedenis. Zijn filosofische werk de Koezari werd een klassiek werk op het gebied van het Joodse denken. Veel van zijn liturgische poëzie is opgenomen in de Kinot, de klaagliederen die op Tisja Be’av – de nationale rouwdag om de verwoesting van de Tempel te Jeruzalem – en de selichot, smeekgebeden voor de dagen voor Rosj haSjanna (Joods Nieuwjaar) en de tien dagen van inkeer tussen Rosj haSjanna en Jom Kippoer (Grote Verzoendag).

    Zijn liefde voor G-d, zijn aanhankelijkheid aan de Thora en zijn verlangen naar Jeruzalem en Zion heeft hij uitgewerkt in zijn gedichten. Zijn liefde voor het Heilige Land werd ingegeven door het gevoel dat men alleen dáár echt Joods kon zijn. Op zijn vijftigste trok hij naar Israël. De reis duurde vijf jaar. Toen hij Jeruzalem bereikte, scheurde hij zijn kleren en kroop hij verder op zijn knieën naar de Heilige Stad. Hij werd daar opgewekt tot een beroemd liturgische gedicht: “Zion, vraagt gij niet naar het lot van uw gevangenen”. Op dat moment werd hij doodgetrapt door een Arabische ruiter.

    De Koezari

    De Koezari werd omstreeks 1140 oorspronkelijk in het Arabisch geschreven. Vijfentwintig jaar later werd het in het Hebreeuws vertaald door Jehoeda ibn Tibbon. De eerste Hebreeuwse versie werd in 1506 in Constantinopel gedrukt. Grote Joodse geleerden schreven in die tijd hun poëzie en liturgie in het Hebreeuws maar hun filosofische werken en ander proza in het Arabisch. Op die manier kon iedereen die het Hebreeuws niet machtig was, toch van de inhoud kennis nemen. Oorspronkelijk heette het werk Sefer Choezari, het ‘Chazarische Boek’: “het boek van argumentatie en bewijsvoering ter verdediging van een verachte godsdienst”. De Koezari bestaat uit vijf delen.

    Het is nog maar de vraag of het Joodse rijk van de Chazaren ooit bestaan heeft en of de discussie tussen de Chazarenkoning en vertegenwoordigers van andere geloven ooit plaats heeft gevonden. Andere bronnen, zoals Seder Hadorot, vermelden, dat deze dialoog in 690 plaatsvond, in de taal van de Chazaren werd opgeschreven en door Rabbi Jehoeda Hallevi werd vertaald.

    De Joodse geleerde die met koning Koning Boelan van de Chazaren heeft gediscussieerd zou Rabbi Isaak Almangari of Hasangeri zijn geweest. Deze laatste visie wordt ondersteund door een brief van de laatste vorst van de Chazaren, Joseef (10e eeuw) aan Chasdai ibn Sjaproet, die lijfarts en minister was van Abd-ar Rachman III van Cordova (Spanje). De Joodse geschiedschrijver Abraham ibn Da’oed (12e eeuw) was ook bekend met deze brief.

    » Lees ook deel 2, deel 3 en deel 4

    Over de auteur