fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Joodse filosofie – de Koezari (deel 3)

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 31 januari 2020

    Om de achtergrond van de Joodse religie te begrijpen is het de moeite waard ons te verdiepen in de geschiedenis en de inhoud van de Koezari – een oud filosofisch werk, dat de fundamenten van het Joodse geloof analyseert. In deel 1 en 2 hebben we de geschiedenis en filosofie van het boek bekeken. Hieronder volgt een gemoderniseerde versie van de discussie tussen Boelan en de Rabbijn.

    Koning Boelan: Ik heb nooit de bedoeling gehad om een Jood te vragen. Het feit dat ze door iedereen gehaat worden, is bepaald geen aanmoediging om met hen te gaan spreken. Maar omdat de christenen en de islamieten telkens naar de Joodse oorsprong van hun religie verwijzen, voel ik me verplicht om ook met de Joden te gaan spreken. Waar begint uw religie?

    Rabbijn: Het Jodendom begon met een zeer persoonlijke band tussen G-d en de mens. G-d heeft Zich in de Tien Geboden niet als Schepper van het heelal voorgesteld maar als Bevrijder uit Egypte. Toen hij naar Farao ging, zei Mozes dat hij gezonden was door de G-d van Abraham, Isaak en Jakob. De drie Aartsvaders stonden goed bekend en het feit dat zij G-ddelijke vertegenwoordigers waren, was voor iedereen duidelijk. G-d is tot de Joden op een zintuiglijk waarneembare wijze gekomen. Het hele volk heeft dat zelf waargenomen en gezien en het daarna overgeleverd in een ononderbroken traditie tot op de dag van vandaag.

    Koning Boelan: Wie geeft u de garantie, dat uw Thora betrouwbaar is?

    Rabbijn: De Thora en de Joodse voorschriften zijn alleen bindend voor ons, omdat G-d ons uit Egypte heeft gevoerd. Laat mij het verschil tussen Mozes en andere mensen uitleggen. Net zoals er verschillen zijn tussen en binnen het anorganische rijk van de dode materie, de flora, de bloemenwereld en de fauna, de dierenwereld, is ieder mens heel verschillend.

    Er zijn mensen, die geschapen werden voor de gewone aardse dingen en er zijn mensen, die een sterke aanleg hebben om op te gaan in het Hemelse. Niet iedereen kon die Hemelse Openbaring op de berg Sinai aan, in 2448 na de Schepping.

    Daarom vroeg het volk zelf aan Mozes om tussen hen en G-d te bemiddelen. Mozes was van een hoger kaliber dan een gemiddeld mens. Hij was een enorm sterke persoonlijkheid en in staat het G-ddelijke vuur te betreden zonder daarin op te gaan en te verdwijnen. Hij kon probleemloos veertig dagen en veertig nachten zonder eten. Hij werd niet ziek, hij werd nooit ouder. Op zijn 120ste was hij nog alsof hij jong was. Bij zijn overlijden ging hij naar een bepaalde plaats waar hij als het ware op bevel kon sterven. Hij bezat een ongelofelijk hoge vorm van kennis en stond continu in contact met G-d.

    Koning Boelan: U hangt uw geloof op aan een mens.

    Rabbijn: U vraagt naar de G-ddelijkheid van de Thora. Bewijzen kunnen we het niet maar we kunnen het wel aannemelijk maken. De G-ddelijkheid van de Thora blijkt al uit een gecodeerde identificatie in de Thora zelf. Voorzover mij bekend is de Thora het enige werk, waarin de identiteit van het werk zelf of van de Auteur in code verwerkt is. Wordt de tekst veranderd dan valt de fraudeur al snel door de mand. Wanneer men 49 plaatsen (letters) springt vanaf de eerste letter t (tav) in de Thora, dus de laatste letter van het Hebreeuwse woord Genesis (Bereesjiet – In een begin…) leest men het woord Thora.

    De overige drie boeken van de Thora identificeren zich op dezelfde wijze. Alleen het derde boek van de Thora, dat als eerste met kleine kinderen wordt geleerd omdat het zo rein en puur is, identificeert zich doordat het Tetragrammaton, de onuitsprekelijke vierletterige G-dsnaam, met een interval van 7 of 8 zichtbaar wordt.

    Koning Boelan: Toch blijft Mozes een mens zoals stichters van andere religies?!

    Rabbijn: U vraagt hoe we kunnen spreken over de G-ddelijke oorsprong van de Thora nu die tot ons gekomen is via Mozes. Het verzoek aan Mozes om te bemiddelen, kwam van het volk. De Joden waren aan de voet van de berg Sinai hevig geschrokken van de G-ddelijke openbaring. Die was dusdanig overweldigend, dat men dreigde te sterven. Daarom verzocht het volk: “Nadert u en hoort u alles wat G-d zegt, en brengt u dan alles aan ons over, wat G-d tot u spreekt. Dan zullen wij horen en doen” (Deuteronomium 5:24). G-d ging hiermee akkoord. Daarom hebben wij het grootste deel van de Thora via Mozes gehoord.

    Toch was het hele volk getuige van de openbaring van G-ds Aanwezigheid in deze wereld. Het volk verzocht zelf om de Thora te horen via Mozes. Hij noemde de Thora min haSjamajiem: de Thora komt vanuit de Hemel. De G-ddelijke oorsprong van de Thora is een fundamenteel principe. Kennelijk had men zoveel vertrouwen in Mozes, dat het was alsof G-d direct tot hen sprak. Dat staat ook letterlijk in de Thora: “Zij vertrouwden op G-d en Zijn dienaar Mozes” (Exodus 14: 31).

    Koning Boelan: Maar toch was Mozes maar één mens?!

    Rabbijn: Het hele volk had de G-ddelijke Openbaring aan den lijve ondervonden. Daarna nam Mozes een bemiddelende rol aan. Maar het contact met het G-ddelijk element was voor iedereen direct geweest. Mozes werkte de details uit en gaf de overlevering van G-d direct en woordelijk weer. Zelfs de claims van Korach bestreden de zuiverheid van Mozes’s leer niet (Numeri 16). Nu kan men tegenwerpen dat de stichters van de grote wereldgodsdiensten allemaal zeggen een boodschap uit de Hemel te hebben ontvangen. Toch is er een essentieel verschil tussen de Thora en de boeken van andere geloven. Aan de voet van de berg Sinai zag een heel volk, dat G-d Zich aan hen openbaarde. Iedereen – en niet alleen een enkeling – ervoer de waarheid van de G-ddelijke Aanwezigheid.

    In deel 4 vindt u het vervolg van deze discussie.

    » Lees ook deel 1, deel 2 en deel 4.

    Over de auteur