fbpx
  • Familie en vrienden rond het graf van Michael - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Michael

    Fraidzjah - 28 januari 2020

    Onze grote en sterke vriend, de bewaker van de kleuterscholen van de omliggende dorpjes, is er niet meer.

    Altijd was hij er. Vroeg voor de hitte van de lange zomermaanden uit kwam hij elke ochtend vijf kilometer lopend naar zijn werk. Iedereen kende hem. De peuters die op de arm van vader of moeder naar hun groep werden gebracht gaven altijd een blijde lach terug bij zijn vriendelijke groet. De grotere kinderen legden hun handjes in zijn grote uitgestoken hand of gaven een high five. Iedere morgen zagen we elkaar, vroeg hij hoe het ging, iedere morgen wisselden we iets over het weer uit.

    En altijd hielp Michael. Hoe vaak struikelde een kind dat enthousiast op hem af rende en toch nog net opgevangen werd. Of getroost voordat de ouders aan kwamen lopen. De mengelmoes van Russisch en Ivriet klonk geruststellend en de schrik was zo weer voorbij.

    Michael.

    Wat de kinderleidsters ook maar nodig hadden, hij zorgde ervoor. Iets zwaars tillen of brengen, bloemen water geven, iets aan het plafond ophangen voor het chanoekafeest, de rugtassen van de kinderen naar het gras brengen bij een picknick. Hij bewaakte ons wanneer we op bezoek gingen in een naaste wijngaard en hielp mee druiven plukken. Als bij langverwachte regenval de droge rivierbedding naast het dorp volstroomde liep hij enthousiast mee met de kinderen en zorgde ervoor dat niemand te dichtbij kwam.

    Als hij er in de zomervakantie even niet was, wisten we dat hij zijn kleinkinderen in Rusland bezocht. Eens liet hij me wat schuchter een mooie familiefoto zien. Zijn oudste zoon, met dezelfde naam, leek sprekend op hem. Ik had niet gedacht dat wij elkaar ooit zouden ontmoeten.
    Michael zag onze David vanaf zijn geboorte opgroeien. We woonden naast elkaar en ‘buurman Misha’ zoals wij hem noemden, was er vanzelfsprekend altijd. Tot hij een maand geleden ’s morgens vroeg er plotseling niet meer was om ‘goedemorgen’ tegen te zeggen.

    Na een paar dagen begreep ik dat hij met buikpijn naar de huisarts was gegaan. Gewoon, buikpijn. Die resulteerde in twee weken van wat onderzoeken en wachten op de uitslag die als een krakende donderslag bij ons neerkwam. Opgegeven. Niets meer aan te doen. En na nog twee weken stond ik in tranen aan zijn vers gedolven graf. Michael. Grote, sterke goede man met zijn grote hart dat altijd maar gaf. Hij is niet meer bij ons.

    Samen met de kinderen in de groepen maakten we tekeningen voor ‘Michael die ziek is’, beschilderden we een grote steen, bracht een van de leidsters Russische kranten, bloemen en lekkere dingen naar het ziekenhuis. In het filmpje dat we hem stuurden vroegen de kinderen hem snel terug te komen want ze misten hem zo.

    En toen moesten we ineens uitleggen dat Michael niet meer bij ons was. Ineens en te snel, te onverwachts. Zomaar in de chanoekavakantie. Velen keerden terug naar huis om de begrafenis bij te wonen.

    Er werd door de inwonders van de omliggende vijf dorpjes een gastenverblijf geregeld voor de familie van Michael die overkwam naar Israël. Er werden in tourbeurt warme maaltijden voor hen gekookt, meegeholpen met het regelen van de bureaucratie rond het overlijden, er werd opgeruimd en een dienst geregeld.

    Tijdens de herdenkingsdienst hoorden allen over zijn indrukwekkende levensloop en carrière bij de vliegtuigmaatschappij in Rusland, wat bijna voor iedereen onbekend bleek. Michael had tien jaar voor zijn aanstaande pensioen gezegd dat hij ‘voelde dat hij naar het land van de vlag met de Davidsster moest’ en het hem goed leek daar te blijven. En zo deed hij. Tot zijn tijd bij ons ineens op was.

    Ruim honderdvijftig mannen en vrouwen stonden verstomd en stil, geschokt en in tranen. Onder hen het provinciehoofd van de Negev, bedoeïenenvrienden en kinderen. Tien vaders droegen zijn kist naar het graf. Gezamenlijk begroeven zij hem hoog op het zandduin die de woestijn overzag. Moeders legden bloemenkransen namens alle dorpsbewoners en van de provincie.

    Er was geen enkel protocol. Alles gebeurde vanuit het hart en zo hartverscheurend gemeend. Kindertekeningen aan de zijkant van het graf. Een vaas met lentebloemen. Toen het zand over de kist geschept was, kwam de dierenarts naar voren en samen met zijn jongste zoon planten zij een jonge vijgenboom aan de voet van het graf.

    De volwassen kinderen van Michael stapten de kring binnen en overweldigd door emoties bedankten zij voor het respect dat wij hun vader gaven in dit voor hen vreemde land. We kwamen een voor een naar voren en zochten een steentje en legden deze zachtjes neer op het graf. Elke steentje gaf aan dat wij hem herinneren, dat wij hem respecteren, dat niemand ooit voorbij dit graf kan gaan zonder het op te merken.

    David en Jonathan liepen een paar dagen nadien stil mee de heuveltop op. Hand in hand zagen we de grafheuvel, de bloemen, de stille leegte. Onze David is zes jaar. Hij was de enige van ons die iets zei. Zijn woorden zonder aankondiging en uitleg raakten me diep. M’n jongen, “Goed gedaan, Michael” fluisterde je. Wat heb jij Michaels leven raak gelezen. Moge zijn herinnering ons tot voorbeeld zijn.

    Over de auteur