fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De alledaagsheid van Auschwitz

    12 februari 2020

    Ik ben net teruggekeerd van een afvaardiging naar Auschwitz die we bij het Europees Joods Genootschap voorbereid hadden voor ongeveer 150 ministers en parlementsleden uit heel Europa. In de dagen voorafgaand aan de Holocaust Herdenkingsdag (27 januari jl.) en de aangrijpende 75ste herdenkingsdag van de bevrijding van het meest beruchte doodskamp van alle, lazen we de diep bedroevende verklaringen van de laatste paar ooggetuigen; en de plechtige beloften van het grote en het goede ‘nooit weer’.

    Ik probeer nog steeds te verwerken wat ik zag. Om datgene wat Auschwitz in mijn gedachten betekent in overeenstemming te brengen met wat het feitelijk is wanneer je de poorten doorgaat. Het woord dat het beste past, en wat me ziek maakt tot diep in mijn maag, is hoe alledaags het is.

    Ik weet niet hoe de poorten van de hel eruit zouden zien, maar als je, net als ik, zou proberen je die voor te stellen, dan zie je geen vredelievend landschap in de omgeving, geen drive-inrestaurant van McDonald, of ouders die hun kinderen met zich meetrekken door de straat, of kinderen die bij bushaltes rondhangen en proberen ‘cool’ te kijken. Ook geen oude mensen die buiten de winkels met elkaar staan te praten.

    “De poorten van de hel hebben een parkeerplaats, een pizzeria aan de overkant, kauwgum kauwende studenten in strakke spijkerbroeken en enkellaarzen die wachten om binnen een kijkje te nemen.”

    Zoals een lieve collega zei: “Waar is het monster? Er zou gemakkelijker mee om te gaan zijn als hier een monster rondliep.” Dit vat precies samen wat zo alarmerend en verstorend werkt op deze plek: er is geen afgrijselijk monster. De poorten van de hel hebben een parkeerplaats, een pizzeria aan de overkant, kauwgum kauwende studenten in strakke spijkerbroeken en enkellaarzen die wachten om binnen een kijkje te nemen. Onze Joodse ‘Ground Zero’, de letterlijke aanblik van onze ergste nachtmerrie, het litteken dat iedereen en wij allen in ons hart meedragen, is een alledaagse plek.

    Nu moet ik je zeggen dat de staf daar uit geweldige mensen bestaat. Onze gids Michal gelooft met elke vezel van z’n bestaan in zijn plicht om, als plaatselijke inwoner, het verhaal en de geschiedenis van deze plek te vertellen. Zijn kennis is verschrikkelijk en vernietigend. Hij schildert met woorden een visueel Guernica (Picasso’s schilderij van een bombardement tijdens de Spaanse Burgeroorlog in 1937): de 7 ton mensenhaar die ze vonden, verpakt en klaar om weet ik wat mee op te vullen…; sporen van het Zyklon B gas in het haar; het aantal mensen dat lichamen de crematoria inschoof. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik wil dat niet.

    Een paar honderd meter verwijderd van Auschwitz is Birkenau. Als Auschwitz de wachtkamer van de hel is, dan is Birkenau waar de dokter je zou zien, en wel heel letterlijk. Selectie, en dan de vlammen is. Voor eeuwig weg. En weer hetzelfde, zo dichtbij vindt je er huizen met schommels op het erf, zich vervelende honden die naar auto’s blaffen, de half opgebouwde barbecue van losse stenen die nooit afgemaakt werd – misschien volgend jaar wanneer het minder regent.

    Auschwitz schrikt me zo heel erg af, niet om wat er binnen deze poorten gebeurde. Ik weet welke verschrikkelijkheden plaatsgrepen. Ik ben er groot mee geworden. Nee, het is zo afschrikwekkend om wat er zich rondom afspeelt, zo tastbaar dichtbij. Een stadje waar 80 jaar geleden het leven z’n alledaagse langzame tred vervolgde.
    Terwijl de crematoria brandden, en de laatste scheepslading Griekse Joden aankwam om vermoord te worden, sloegen twee oude mannen een glas bier achterover in de vlakbij gelegen kroeg. Een baby huilde omdat z’n speeltje weg was. Onhandige tieners maakten dat ze wegkwamen uit het zicht van mensen die naar hen keken.

    Ik kan het helemaal niet rijmen hoe het gewone leven door zou kunnen gaan. Erger nog, ik ben bang dat mensen na de rondleiding zich tegoed kunnen gaan doen aan hun Margherita pizza. Net zoals je na een vermoeiende zwempartij opgaat in het eten van frikandel en patat.

    Omgeven door deze alledaagsheid net zoals het al die jaren geleden was, ben ik ook bang dat de groei van het antisemitisme door kan gaan terwijl toeristen hier blijven komen en de poorten binnengaan terwijl ze niets leren. Erger: ze keren terug naar hun voetbal, en ze bestellen een ander drankje terwijl het brandhout voor de hellevuren langzaamaan opnieuw bijeen wordt geraapt, direct onder hun neuzen; en dat het gewone leven doorgaat.

    Over de auteur