fbpx
  • Een cruiseschip in de haven van Haifa. - Foto: Wikimedia Commons
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Even wat vooroordelen bijstellen

    Joanne Nihom - 17 februari 2020

    Afgelopen week was ik voor mijn werk in Tel Aviv. Vanwege het slechte weer nam ik de trein in plaats van de auto. Op de terugreis, ik zat net in de trein, had ik wat oponthoud. Iemand had een paar haltes verder een poging tot zelfmoord gedaan en alle treinen waren gestopt. De reizigers werd verzocht zich naar de hal van het treinstation te begeven. Gedurende een half uur werden we in het ongewisse gelaten, tot het bericht kwam dat ‘de kust weer veilig was’. Mijn trein stond er nog, maar was inmiddels ingezet voor een ander traject.

    Terwijl ik geduldig stond te wachten – want de juiste trein ging pas twintig minuten later – werd ik aangeklampt door een ouder, naar later bleek, Amerikaans stel. Ze hadden geen idee wat er aan de hand was, spraken en lazen geen Ivriet, en moesten naar Haifa. Ik legde ze de situatie uit en zei dat ze met mij verder konden reizen. Een jongeman, die zeer gebrekkig Engels sprak met een Scandinavisch accent, hoorde mijn verhaal en vroeg of hij zich bij ‘mijn groep’ mocht aansluiten. Daarop voegden nog drie verloren reizigers, twee uit Engeland en een uit Schotland, zich bij ons.

    “Ze hadden nog meer vreemde ideeën … zoals: alle Joden hebben grote neuzen.”

    Toen eindelijk de trein arriveerde, begon het duwen om binnen te komen. Ik verloor mijn groep uit het oog, behalve het Amerikaanse echtpaar Jack en Vivie. We vonden plaatsen tegenover elkaar. Ze waren wat gestrest, want ze moesten hun cruiseschip, dat eind van de middag zou afreizen, op tijd bereiken. Ze maakten met 2400 andere gasten (en 1200 man personeel) een wereldcruise van 99 dagen en hadden een stop in Haifa. Ze waren twee dagen naar Jeruzalem geweest en moesten nu weer aan boord en hoopten dat ze, door het oponthoud, de boot niet zouden missen.

    Ze baden iedere dag voor vrede, vertelden ze. Jack zei dat hij het toch raar vond dat voor 1948 de verhouding Joden-Arabieren redelijk was in het land. Dat er toen weinig problemen waren en dat de Israëlische regering na 1948 zoveel Joden naar Israël had gehaald dat het de balans had verstoord. “Daardoor is de ellende in het Midden Oosten ontstaan”, wist hij me stellig te vertellen. Ik legde hem uit dat het iets anders was gegaan. Dat Israël de enige Joodse staat in de wereld is. En dat de Israëlische regering niet door de wereld is gaan reizen om Joden te ronselen. Dat dat is gekomen en nog komt door een veelheid van redenen, waaronder de Tweede Wereldoorlog, antisemitisme, maar ook positieve redenen: omdat dit ons land is.

    Ze hadden nog meer vreemde ideeën … zoals: alle Joden hebben grote neuzen. En ik liet op mijn mobiele telefoon foto’s zien van een aantal Israëliërs, om het tegendeel te bewijzen. Zo spraken we twee uur lang met elkaar en ik vertelde hoe Joden, Arabieren en Palestijnen in Israël in een zekere harmonie samenleven. Een voorbeeld was makkelijk te vinden. Onze treincoupe was gevuld met een aantal Arabische vrouwen en een orthodox-Joodse man met twee jonge kinderen. De kinderen waren rustig aan het spelen, de man was aan het bidden.

    Al pratend kwamen we in Haifa aan, waar zij uitstapten. We omhelsden elkaar als goede vrienden en beloofden contact te houden. Stiekem hoop ik dat tijdens een van de avonden op het cruiseschip, Israël als gespreksonderwerp naar voren komt. En dat dan 2400 mensen horen over een Israël waar in de media niet over wordt geschreven.

    Over de auteur