fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Onverwacht gallerijhouder

    Joanne Nihom - 7 februari 2020

    Vorige week ontving ik een uitnodiging voor de opening van een expositie van de plaatselijke kunstenaar uit een van de omliggende Arabische dorpen bij mij in de buurt. Ik heb zijn atelier eerder bezocht, maar altijd met een gids. De Arabische dorpen kennen geen straatnamen en na wat heen en weer geapp met voor hem duidelijke instructies, zou ik het moeten vinden.

    De opening was op vrijdagavond, dan had ik al een afspraak staan. Ik vroeg hem of hij op zaterdag open was. Vanaf half elf was ik van harte welkom. De expositie bleek niet in zijn eigen galerie te zijn, maar in die van het dorp. Het was wat zoeken, vragen, mopperen en weer vragen, maar toen vond ik de plek.

    Het was inmiddels ruim na elven. Dat voelde niet prettig, maar in het Midden-Oosten is tijd minder belangrijk. De deur van de galerij was open en het licht was aan. Maar er was niemand te bekennen, ook mijn vriend de kunstenaar zag ik nergens. Na wat speurwerk vond ik hem achterin, bij de toiletten. Er was iets met de riolering. Of ik mijzelf even wilde vermaken, hij zou zo bij me zijn. De loodgieter was in aantocht.

    “De vijf minuten bleken er vijfentwintig te zijn.”

    Eigenlijk wel blij dat er niemand was, maakte ik een tour langs de schilderijen. Een combinatie van Arabische en Westerse cultuur met veel kleuren en symbolen. Het sprak me aan. Na een half uur zag ik hem vluchtig langs schieten. “Nog tien minuten. Ben zo bij je. Ik moet even weg. Pas jij even op?” Waar hij naar toe moest, ik zou het niet weten. Misschien op zoek naar een loodgieter.

    Het voelde als een overval, om zo onverwachts een tijdelijke galeriehouder te zijn. Ik schilder zelf ook, dus het was niet echt onbekende materie. Ongeveer een half uur later, ik had inmiddels wat thee voor mezelf gemaakt, hoorde ik gestommel op de trap. Het was een oude man die Arabisch sprak met een tikkeltje Ivriet. Met handen, voeten en gebaren legde ik hem de situatie uit en zei tegen hem dat hij het even met mij moest doen.

    Hij vertelde me dat hij de buurman was en iedere expositie bezocht. Uit de emotie in zijn praten merkte ik dat hij van kunst genoot. Hij leek er ook inmiddels verstand van te hebben, tenminste dat concludeerde ik uit zijn gepassioneerde betoog. Ik knikte steeds, liep met hem mee van het ene naar het andere schilderij en kon alleen maar denken: goh, zo zou ik het nou nooit bekeken hebben. Toen hoorde ik weer gestommel op de trap. Laat het mijn kunstenaar zijn, smeekte ik in gedachten. Het was een tweede bezoeker. Een man van een jaar of zestig die wat nors voor zich uitkeek en gelijk aan een tour langs de schilderijen begon.

    Op mijn verzoek of hij een kopje thee wilde, het is bij Arabieren gebruik om koffie te schenken, maar het maken daarvan is een kunst die ik niet beheers, maakte hij een wat brommerig geluid waaruit ik concludeerde dat hij het niet wilde. Maar de buurman had wel trek, want hij had nog veel meer te vertellen.

    Weer een uur verder. Er moest vast iets ernstig mis zijn met de riolering, want mijn vriend de kunstenaar was nog nergens te bekennen. Inmiddels was het weer rustig in mijn galerie. De twee mannen waren verdwenen, en ik was alleen. Door de open ramen hoorde ik de drukte van het dorp. Een telefoontje. “… nog vijf minuten, ik ben er bijna.”

    De vijf minuten bleken er vijfentwintig te zijn. Op zijn vraag of ik een rondleiding wilde, zei ik assertief: “Nee, dank je, ik heb nog een afspraak, maar ik beloof je dat ik snel weer terug kom.” Of zijn riolering ooit is gemaakt? Ik heb geen idee.

    Over de auteur