fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Geloof en bijgeloof – een Joodse visie (deel 3)

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 2 maart 2020

    Uit mijn twee voorgaande delen (zie links onderaan dit artikel) blijkt dat er een grijs overgangsgebied is tussen iets dat nog net ‘koosjer geloof’ heet en iets dat al geen koosjer geloof meer is, maar bijgeloof heet. Duidelijk moge zijn, dat er hier ook een grote plaats is ingeruimd voor de subjectieve invulling van denken en voelen. Wat voor de een bijgeloof is hoeft dat voor de ander niet te zijn.

    We kennen in het Jodendom veel symboliek. Waar ligt de grens? Wanneer heet het nog geloof en waar begint het bijgeloof of zelfs afgoderij te heten? Vanuit het Jodendom bekeken is bijgeloof het erkennen van zelfstandige krachten aan concrete zaken en wordt het gekenmerkt door dwangmatig gedrag, magisch denken, self-fulfulling fantaseren en profeteren. Het komt overal voor. Iedereen heeft zijn bijgelovige fantasieën. In het Westen schaamt men zich er voor. Maar sommigen zijn de schaamte allang voorbij, zoals bleek bij een WK voetbal toen Ghanese voetballers naar een medicijnman gingen en Westerse voetbalteams hele aankleedrituelen hadden ontwikkeld in de overtuiging dat ze anders zouden verliezen.

    “Dertien is in het Jodendom echter alles behalve een ongeluksgetal.”

    Denk ook aan ‘vrijdag de 13e’. Er zijn vliegtuigen zonder rij 13 en hotels die zelfs geen kamer 13 of 13e verdieping hebben. Geloof in ‘vrijdag de 13e’ kost globaal miljarden, want veel mensen gaan de deur niet uit.

    Dertien is in het Jodendom echter alles behalve een ongeluksgetal. Het is eerder het getal van G’ddelijke genade, de 13 eigenschappen van G’ds medelijden en de dertien geloofsprincipes van Maimonides. De Thora wordt met dertien uitlegregels verklaard (door Rabbi Jisjmaeel), de Briet-mila (besnijdenis) is met 13 verbonden verklonken met het Joodse volk en in iedere tsietsiet (schouwdraad) zitten 8 draden en 5 knopen, samen weer 13. De namen van de Aartsvaders en Aartsmoeders tellen ieder samen 13 letters, Jakob had dertien kinderen en in het Beet haMikdasj (de Tempel) werden er 13 verschillende vormen van ieder dienstvoorwerp gebruikt.

    “Laat er bij jullie niemand zijn die zijn zoon of zijn dochter aan het vuur overgeeft, of iemand die met wichelarij tovert, let op de loop van de wolken of het gekronkel van slangen, of aan zwarte magie doet of iemand, die met bezweringen goochelt, geesten uit de dood oproept, de toekomst voorspelt of overledenen raadpleegt, want alle mensen, die dit doen zijn een gruwel voor Hasjeem (G’d) … je moet oprecht met Hasjeem, je G’d zijn” (Deuteronomium 18: 10-13).

    » Lees ook deel 1 en deel 2.

    Over de auteur