fbpx
  • De kleurplaat die David maakte bij de tas met spulletjes voor arme gezinnen in Israël. - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Midden in de coronawoestijn

    Fraidzjah - 26 maart 2020

    ‘Hatsjie!’ Niest Jonathan. “Mam!”, zit David er gelijk vrolijk bovenop, “Jonathan heeft corona, Jonathan heeft corona!” Ik lach gewoon mee om m’n gekke jongens. Humor is een heel sterk wapen van kinderen dat alles een stuk gezelliger maakt.

    Israël loopt in de race om corona voor te blijven steeds twee stappen vooruit op Nederland. Realistisch ziet men het isoleren van de bevolking snel dichterbij komen. Rabbijnen roepen op tot gebed in synagogen en op de radio, van jong tot oud, om verootmoediging en vergeving van de Allerhoogste.

    In de eerste week van de geldende maatregelen om met niet meer dan tien mensen bij elkaar te komen bereikt de video  die u onderaan dit bericht kunt bekijken me. Totaal verlaten straten maar vanaf de balkons in de stad bidden de mensen mee. “Adonai is onze God.” Het stijgt op omhoog. Ook dit is Israël.

    Wat een onverwachts voorrecht om zo in vrijheid van de lente te genieten!

    De gehele vorige week lag hier het onderwijs en kinderopvang plat en werden we geacht niet bij anderen binnen te komen. De jongens zijn er na twee dagen aan gewend en vragen tot mijn grote verbazing niet om naar de buurkinderen te mogen die gewoonlijk in en uit lopen. Zo zien we werkelijk de hele week geen mens van dichtbij.

    We bijten ons ’s morgens vast in het schoolwerk en gaan ’s middags de woestijn in. Met gevaar voor de woestijnkippen die de enige zijn die wij besmetten kunnen. Wat een onverwachts voorrecht om zo in vrijheid van de lente te genieten!

    Ik voel me ongemakkelijk als ik aan de kinderen in de steden denk. Zij zitten noodgedwongen binnen en ik heb geen idee hoe al die ouders dit meer dan een week vol houden. Onze jongens ravotten in een nog natte rivierbedding die stroomde na recente regenval. In de stille, uitgestrekte woestijn is er gezondheid en levensvreugde die zo tegengesteld is aan de angst, paniek en dood overal ter wereld.

    Gewoonlijk is de situatie wat moeilijker voor ons dan bij mijn Nederlandse vriendinnen en ik ben daar aan gewend. Gevaarlijke situaties, landelijke spanningen, hoge zomertemperaturen, wonen binnen het veiligheidshek en een koude winter zonder verwarming in huis. Maar tijdens deze pandemie is het een grote zegen voor ons om zo afgelegen te wonen en vrij te kunnen genieten in de natuur. En daar ook nog eens heel veel tijd voor te hebben.

    Verplicht genieten zogezegd. Worstelend met irreëel schuldgevoel wint ineens de dankbaarheid het. Voor nu is het een keer voor ons gemakkelijk. En we genieten enorm.

    Na een stille Sjabbat rennen alle kinderen van de buren de volgende morgen ineens gezamenlijk het ronde pleintje op. Het is alsof wij als ouders het van elkaar aanvoelden. Niet bij elkaar naar binnen, waarschuwen we, maar ga maar lekker met elkaar spelen jongens. Urenlang dollen ze met elkaar, zelfs zonder speelgoed. De blijdschap van de kinderen die elkaar na een week weer zien ontroert me. Als we maar zo geïsoleerd in de woestijn blijven, moet dit toch kunnen?

    Deze week verscherpen zich de maatregelen per dag omdat de aantallen beoordeelde zieken razendsnel oplopen. Nu geldt de ‘lockdown’ met de mogelijkheid om in de tuin te zijn. Buurvrouwen staan onwennig ver uit elkaar een paar minuten te praten. Het is rustig in ons dorpje naast de landbouwers die aan het werk blijven.

    De totale chaos in economie en gezondheidszorg lijkt ver weg van hier. Maar het wereldnieuws geeft me zorgen. De lakse houding in Amerika wat het coronavirus betreft gaat nog een hoge prijs kosten. Bedrukt wil deze morgen niet fijn op gang komen. Totdat ik me de wijze raad van mijn zus herinner.

    Lang geleden zei ze me: ‘Als ik het niet meer zie zitten, ga ik aan de slag.’ Zelf heb ik daar, ook al lang geleden, ‘zingen’ aan toegevoegd. Bewust en tegen de stroom in. Een zeer beproefd middel. Zo vlak voor Pesach zijn er mogelijkheden in overvloed om me aan te buiten te gaan en boen ik galmend de hele douche schoon.

    “Mam”, vraagt Jonathan in het Hebreeuws tijdens het eten, “wil G’d nou doodmaken met de corona, of iets leren?” Ik verslik me bijna. Is hij echt nog maar vier jaar? Of vraag je dat alleen als je vier jaar bent? Een paar dagen geleden vroegen de jongens ‘waarom er corona is’. We herinnerden ons de Bijbelverhalen. Heeft hij zelf een gevolgtrekking gemaakt?

    In de grote steden hebben gezinnen op de armoedegrens het momenteel extra moeilijk. Geen mogelijkheid om te werken, niet in aanmerking komen voor ondersteuning van de overheid en de kinderen die de hele dag thuis moeten zijn, niet in het bezit van mobile telefoon, televisie of computer en maar weinig speelgoed.

    Iemand uit ons dorp verstuurt een oproep om voedselhulp en ander creatief materiaal voor enkele gezinnen die zij bezoekt. Blij trek ik de kasten leeg. Wat fijn om met anderen te delen. Een parfum en zeep kan vast ook geen kwaad. Ik laat de jongens een volle tas zien die ik gevuld heb met gezonde en lekkere dingen. Ik laat hen het verschil zien in dagbesteding tussen ons en de kinderen in de stad zo zonder mogelijkheden.

    Mijn uitnodiging om iets op te zoeken voor hen heeft onmiddellijk resultaat. Een tweede tas vol creatief materiaal, kinderboeken, viltstiften, lege schriften en een nog nieuw spel gaan mee op de fiets. Plus een prachtige kleurplaat met in het handschrift van een groep 3’er op de achterkant: “Van David en Jonathan. Dat jullie heel gelukkig mogen zijn”.

    Over de auteur