fbpx
  • Een vrijwel lege parkeerplaats bij de luchthaven Ben Gurion bij Tel Aviv. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Twee weken in quarantaine

    Joanne Nihom - 16 maart 2020

    Vandaag, 16 maart 2020 om 14:30 is mijn thuisisolatie van twee weken ingegaan. Mijn werkkamer met badkamer zijn door middel van een deur (die op slot blijft) afgescheiden van de rest van het huis, en hier zal ik de komende veertien dagen verplicht moeten doorbrengen.

    Vanmorgen vroeg ben ik met Transavia naar Israël gevlogen, het was voorlopig hun laatste vlucht. Voor mij was het een bizarre reis. Het begon met een doodstil Schiphol. Zelfs bij de controle van de handbagage was geen enkele rij. Daar stond alleen wat personeel te klagen dat ze én geen plastic handschoenen én geen mondkapjes hadden ontvangen van hogerhand.

    Van de 180 passagiers die zich voor de vlucht hadden opgegeven, kwamen er slechts 40 opdagen. Voor het personeel aan boord een totaal nieuwe en onwennige ervaring. Desalniettemin deden ze hun uiterste best het de passagiers zoveel mogelijk naar de zin te maken. Ik kreeg zelfs een dun stel steriele handschoenen, toen ze hoorden dat ik die verplicht moest dragen op het vliegveld. Ik had in Nederland alleen een stel knalgele afwashandschoenen bemachtigd in de supermarkt, waar verder alles op dit gebied was uitverkocht.

    “Een grote stationcar met de verplichte 1 ½ – 2 meter ruimte tussen de chauffeuse en mij. Met de ramen open en een stuk plastic gespannen om ons in de auto nog meer te scheiden.”

    Het personeel van Transavia krijgt van mij een grote pluim, zo aardig waren ze. Ik vergat er bijna de misère door. Totdat, net voor de landing, de purser een brief van het Ministerie van Gezondheid voorlas. De officiële aankondiging dat iedere Israëli die het land binnenkomt twee weken in volledige afzondering moet leven. In een paar minuten was ik weer terug in de realiteit.

    Ook was ik nog niet in het Israëlisch luchtruim of ik ontving via mijn telefoon een bericht van hetzelfde ministerie met een formulier dat ik per ommegaande ingevuld moest retourneren. Op welk adres ik mijn quarantaine doorbreng, of ik koorts heb, hoeveel kamers het huis heeft, met hoeveel bewoners ik er woon etc. etc. …

    Op vliegveld Ben Goerion was het bijna uitgestorven. De weinige mensen die er liepen hadden een mondkapje voor en plastic handschoenen aan. Ik besloot dat ook te doen en moest er van huilen. Van alles wat ons allemaal overkomt, wat een intens droevige en rare situatie.

    De van te voren bestelde auto stond netjes op me te wachten. Een grote stationcar met de verplichte 1 ½ – 2 meter ruimte tussen de chauffeuse en mij. Met de ramen open en een stuk plastic gespannen om ons in de auto nog meer te scheiden, reed ze me naar mijn dorp.

    Ze vertelde dat ze voor het ‘coronatijdperk’ toeristen rondreed, en nu zonder werk zat. Op Facebook had ze vorige week uit pure wanhoop een oproep gedaan of er mensen waren die vervoer zochten naar huis. De respons was overweldigend geweest. “Het zorgde voor een volle week werk, maar dat is woensdag voorbij”, vertelde ze me. “Niemand komt meer deze kant op.” Ik besloot haar een grote fooi te geven. Het gaf me het gevoel dat ik even iets goeds deed.

    Nu ben ik mijn kamer voor de komende twee weken huiselijk aan het maken. Terwijl ik me realiseer dat er mensen in de wereld zijn die het veel erger hebben, voelt het toch akelig dat twee weken lang de deur op slot blijft en ik geen kant uit kan.

    Wordt vervolgd …

    Thema

    coronavirus

    Over de auteur