fbpx
  • Waar normaalgesproken noten en snoep lag uitgestald om te proeven, is nu alles in zakjes voorverpakt in de supermarkt. - Foto's: Joanne Nihom
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Vrij …

    Joanne Nihom - 31 maart 2020

    Maandag 30 maart – Ik ben veel te vroeg wakker en lig te draaien in mijn bed. Dan besluit ik op te staan, douche me, kleed me aan en werk wat zakelijke dingen af. Over een paar uur is mijn quarantaine voorbij. Het idee maakt me nerveus. Het is een raar gevoel. Ik mag weer het hele huis in en naar buiten. Maar ik mag slechts honderd meter van het huis af, dat zijn de nieuwe regels hier.

    Het kan me niets schelen. Naar buiten, dat is wat ik wil. Een bezoek aan de supermarkt staat als eerste op mijn programma. Het kan zijn dat het binnenkort niet meer mag, als de regering weer nieuwe maatregelen gaat aankondigen. Nog een kwartier, ik word steeds nerveuzer.
    Dan is het zover. Het is half drie, precies twee weken geleden verdween ik even van de wereld.

    “In twee weken lijkt de wereld totaal veranderd.”

    Allereerst bel ik de medische dienst van ons dorp: mijn ‘dossier’ kan dicht. Hun dagelijkse telefoontje om te checken of het goed met me gaat, zal ik missen. Ik ben vrij, ik loop het huis in en ga vervolgens naar buiten. De frisse lucht omarmt me. De ruimte, de eindeloze ruimte, maakt me wat aan het schrikken. Dan stap ik in de auto op weg naar de supermarkt.

    Normaliter kan je niet door het Arabische buurdorp rijden zonder enorme files. Het is nu stil. De meeste winkels zijn dicht. Bij de supermarkt staat een man voor de ingang die de temperatuur meet van iedereen die binnenkomt. Verplichte plastic handschoenen liggen op een tafel. Onwennig loop ik naar binnen met een monddoekje (van huis meegenomen) en plastic handschoenen aan.

    Stickers op de vloer waarschuwen bezoekers aan de supermarkt om twee meter afstand van elkaar te houden.

    In de supermarkt valt het me op hoe zorgzaam er met alles wordt omgegaan. Zowel bij de notenbar als de bij de kruidenafdeling was het altijd feest. Proeven, proeven en nog eens proeven. Alles is nu voorverpakt en er staan borden, waarop wordt uitgelegd dat je twee meter afstand moet houden van degene die voor of naast je staat. Daar houdt niet iedereen zich aan. Ik doe zoveel mogelijk mijn best om iedereen te ontwijken, het valt niet mee. Het is niet druk, maar toch erger ik me aan de mensen die er lopen. Het lijkt wel alsof mijn gestel het ontwend is.

    Bij de kassa gaat het even mis. De caissière heeft geen monddoekje voor en als ik er iets van zeg, maakt ze een gebaar van ‘heb ik niet nodig’. Maar even later niest ze in mijn richting. Ik ben nog niet helemaal terug op aarde, anders had ik er wat van gezegd. Uit voorzorg gooi ik, als ik thuis kom, de kleding die ik aanheb in de wasmachine.

    Dan kan ik eindelijk even zitten. Even stil, even rustig. Het gevolg is een enorme huilbui. Het is me allemaal iets te veel. In twee weken lijkt de wereld totaal veranderd.

    Over de auteur