fbpx
  • koosjer of niet
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Koosjer of niet? – deel 2

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 1 april 2020

    De Joodse spijswetten leren ons ver te blijven van de eigenschap van fundamentele ontevredenheid. Veel zijn is veel belangrijker dan veel hebben. De herkauwende koe komt op ons tevreden over. Het beetje voedsel dat zij tot zich neemt, herkauwt zij telkens.

    Vertaald naar mense­lijk niveau betekent dit het besef te kunnen leven zonder overdaad, een eye-opener in onze consumptiemaatschappij.

    Lichaam en ziel

    In de tijd van de Messias worden we weer vegetarisch. In het geheel geen vlees eten lijkt ideaal, maar dit is op dit moment toch niet de hele waarheid. Want ook de fauna moet in staat gesteld worden zijn energie aan te bieden aan de religieuze mens. De Thora legt ons hierbij beperkingen op: zorg dat de zuiverheid van de ziel geen gevaar loopt.

    “Koosjer eten zorgt voor een optimale ‘loepzui­verheid’ van het lichaam, het ‘vehikel’ van de ziel.”

    Er bestaat inderdaad zoiets als een dieet voor de geest. De constante herinnering om onze humaniteit en spiritualiteit te behoeden en te verfijnen is een belangrijke kasjroet-gedachte. In de mystieke literatuur wordt echter ook uitgelegd, dat de spijswetten van de Thora eigenlijk niet zozeer een dieet voor de ziel zijn, maar veel eerder het lichaam van de mens van iedere dierlijke bezoedeling moeten zuiveren.

    Het lichaam is het instrument van de ziel, waarmee ons hoogste mensaspect met de aardse omgeving kan communiceren. Wat de Thora in de eetvoorschriften van ons eist, is dat wij het lichaam zo zuiver mogelijk houden zodat de ziel met een minimum aan fysieke obstakels door het lichaam heen haar geestelijk licht kan laten schijnen op de materiële wereld.

    In de Joodse mystiek wordt de ziel vergeleken met een diamantslijper, die afhankelijk is van de kwaliteit van zijn instrumenten. Hoe kundig hij ook is, er hoeft maar één klein manco of gebrek in zijn instrumentarium te zijn en zijn producten bezitten niet meer die topkwaliteit, die zij idealiter gehad zouden kunnen hebben. Hetzelfde geldt voor het menselijk lichaam. Koosjer eten zorgt voor een optimale ‘loepzui­verheid’ van het lichaam, het ‘vehikel’ van de ziel.

    Groenten en insecten

    Terug naar de aardse realiteit: wat doen we met groenten en fruit? Dit is een gecompliceerde vraag. In de Thora is namelijk het verbod op het eten van insecten een belangrijk onderdeel van de spijswetten. Het verbod omvat zowel het insect zelf, alsook etenswaren die ongedierte bevatten. Dit houdt in de praktijk in dat veel voedel onderzocht zal moeten worden op de aanwezigheid van ongedierte, zoals wormen, insecten of parasieten. En dat kan een tijdrovend karwei zijn.

    De Thora verbiedt het eten van alle vliegende insecten met vier poten. Voor vier soorten sprinkha­nen en varianten hiervan wordt een uitzondering gemaakt. Deze soorten kunnen dus gewoon gegeten worden. Ook hier vormt de identificatie van deze soorten een probleem. Volgens sommi­ge vertalers zou het onder andere om de sabelsprinkhaan, de veldsprinkhaan en de treksprinkhaan gaan. Volgens de Talmoed heeft een geoorloofde sprinkhaan de volgende eigenschappen: vier poten, twee extra springpoten in de buurt van de kop en vier vleugels die het grootste gedeelte van het lichaam bedekken (Leviticus 11:21-22).

    In een ander vers verbiedt de Thora ‘alles wat op de aarde kruipt’. Op grond van dit verbod komt de Talmoed tot de conclusie dat ook parasieten en wormen in groente en fruit verboden zijn.

    Bepaalde groenten en vruchten worden door insecten van buitenaf aangevreten. Deze dringen door de buitenkant heen en doen zich tegoed aan de binnenkant. Bij grote insecten is dat meestal zichtbaar door de aanwezigheid van kleine gaten en gangen waardoor deze zich naar binnen werken. Sommige kleinere soorten echter laten bijna geen sporen achter. Het is ook vanwege deze insecten van buitenaf dat men sommige etenswaren moet controleren op aanwezige vliegjes, luizen of wormen.

    Prioriteit

    Het verbod op het eten van ongedierte wordt enkele keren in de Thora herhaald. Op grond hiervan is het duidelijk, dat dit verbod een hoge prioriteit heeft. In de Talmoed komt men tot de conclusie dat de verschillende vermaningen elk een nieuwe overtreding toevoegen aan een vergrijp. Met andere woorden, door het eten van een insect kan men meerdere verboden overtreden.

    Volgens de Talmoed is een mier goed voor vier overtredingen, een horzel zelfs voor zes. Ter vergelijking: op het eten van varkensvlees staat niet meer dan één overtreding.

    » Lees ook deel 1, deel 3 en morgen deel 4.

    Over de auteur