fbpx
  • koosjer of niet
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Koosjer of niet? – deel 4

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 3 april 2020

    In de Talmoed (de 1800 jaar geleden op schrift gestelde mondelinge Thora) vinden we dat onder andere melk, vlees, vis, brood, wijn en kaas van een zegel worden voorzien. Deze teksten in de Talmoed geven aan dat het koosjer-certificaat al in de derde eeuw na de jaartelling in gebruik was.

    Maar er zijn aanwijzingen dat men al veel eerder bepaalde producten van zegels voorzag. De Talmoed beschrijft het wonder op Chanoeka (Inwijdingsfeest) met het kruikje olie dat acht dagen brandde in plaats van een dag. Het kruikje was voorzien van een zegel van de Hogepriester om aan te geven dat de olie, in ritueel opzicht, rein was. Volgens de Talmoed was het dus al in de tweede eeuw vóór de gewone jaartelling – het verhaal van Chanoeka speelt zich af in het jaar 164 voor de gewone jaartelling – een gebruik om bepaalde producten uit religieus oogmerk van zegels te voorzien. Een bekende geleerde had een andere originele manier om aan te geven dat zijn vis Koosjer was wanneer hij deze verzond: hij had de gewoonte om deze in kleine driehoekjes te snijden. 

    “Maar wat te denken van geleermiddelen, zuurterege­laars, antischuimmiddelen, glansmiddelen of smeltzouten? Al deze stoffen kunnen voor de Joodse wet problematisch zijn.”

    Grote veranderingen

    De technologische, economische en wetenschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen tweehonderd jaar hebben verstrekkende gevolgen gehad voor het in acht nemen van de spijswetten. Deze veranderingen hebben ervoor gezorgd dat steeds meer producten van een zegel of certificaat worden voorzien.

    Allereerst maakt men tegenwoordig steeds minder voedsel zelf. Vroeger was het normaal, vooral in agrarische gebieden, om vlees, brood, broodbeleg en de meeste basisproducten zelf te bereiden. Wie de spijswetten in acht wilde nemen, maakte gewoon alles zelf op de koosjere manier. Alleen wat men niet zelf kon maken kocht men, al dan niet met certificaat, bij anderen.

    Vooral in deze eeuw is dit fundamenteel veranderd. Etenswaren worden nu vrijwel alleen nog maar in fabrieken vervaardigd. Doordat steeds minder zelf wordt gemaakt, staat het uiteindelijke eindproduct ver af van de grondstoffen. Het hele productieproces is dus veel langer en ondoorzichtiger geworden. Voor de spijswetten betekent dit dat er ook veel meer kan misgaan en dat het bijna onmogelijk is om aan de buitenkant van een product iets te zeggen over de ingrediënten.

    Ook de samenstelling van ons voedsel heeft ingrijpende veranderingen ondergaan. Alhoewel ook vroeger bepaalde stoffen aan etenswaren werden toegevoegd, is het tegenwoordig zo dat men een reeks van chemische stoffen door ons voedsel mengt. Kleurstoffen, conserveringsmiddelen en vitaminen zijn de bekendste voorbeelden. Maar wat te denken van geleermiddelen, zuurterege­laars, antischuimmiddelen, glansmiddelen of smeltzouten? Al deze stoffen kunnen voor de Joodse wet problematisch zijn.

    De technologische ontwikkelingen vinden eveneens hun toepassingen in de voedselindustrie. Nieuwe technieken als genenmanipulatie en bio-technologie maken het mogelijk om allerlei stoffen voor de voedselindustrie uit enzymen, cellen of micro-organismen te halen. Ook is het mogelijk om via ingewikkelde chemische processen natuurlijke stoffen na te maken. Al deze technieken compliceren het in acht nemen van de spijswetten.

    Toezicht

    De Joodse wet erkent de mogelijkheid om bepaalde zaken aan derden uit te besteden – vooropgesteld dat er toezicht wordt uitgeoefend. De toezichthouder moet meerderjarig zijn en goed bekend zijn met de spijswetten. Er bestaan wat dit betreft verschillende gradaties van toezicht: permanent en steekproefsgewijs.

    Bij permanent toezicht is de toezichthouder voortdurend aanwezig en voert hij soms tijdens de handelingen een controle uit. Bij toezicht dat steekproefsgewijs wordt gedaan, voert de toezichthouder alleen op bepaalde, onaangekondigde tijdstippen een controle uit.

    Om tegenwoordig een uitspraak te kunnen doen of een product koosjer is, zal men allereerst het gehele productieproces tot in de kleinste details moeten onderzoeken. Enige kennis van techniek en wetenschap is daarbij wel een vereiste. Wanneer eenmaal vastgesteld is dat een bepaald product aan de voorwaarden voldoet, kan het in principe gegeten worden.

    Wel moeten er af en toe controles worden uitgevoerd, om er zeker van te zijn dat er niet gefraudeerd wordt en dat zich geen veranderingen in het productieproces hebben voorgedaan. Een certificaat krijgt een product alleen wanneer er sprake is van permanente controle van een toezichthouder. In bepaalde gevallen activeert de toezichthouder bepaalde productieprocessen, zoals het aansteken van een oven.

    In veel landen is men van mening dat alleen producten onder volledig toezicht gegeten mogen worden. In sommige landen is de binnenlandse markt voor koosjere produkten te klein om de meeste artikelen onder permanent toezicht te vervaardigen. Alleen voor de export produceert men in nauwe samenwerking met fabrieken en leveranciers producten die onder een permanent toezicht staan. Deze producten krijgen een zegel van het landelijke opperrabbinaat of een privé rabbijn of instituut.

    » Lees ook deel 1, deel 2 en deel 3

    Over de auteur