fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Leven op een kruitvat

    1 april 2020
    Dit artikel verscheen eerder in Profetisch Perspectief
    Het magazine voor iedereen die graag verder kijkt. We leven in een bijzondere tijd waarin vele profetieën in vervulling gaan. De vraag is: zien wij christenen dat ook? Zijn we in staat de tekenen van de tijd te verstaan.Profetisch Perspectief is een kwartaalmagazine voor iedereen die verder wil kijken. Het blad helpt christenen achter de nieuwsberichten en de hypes de contouren te gaan zien van Christus’ wederkomst. Maatschappelijke en politieke ontwikkelingen worden bezien in het licht van de vele profetieën in de Bijbel. Met uiteraard bijzondere aandacht voor het Joodse volk.Profetisch Perspectief verschijnt vier keer per jaar. Langere opiniestukken die de diepte ingaan, worden afgewisseld met interviews en actuele berichten. Zo blijft u optimaal geïnformeerd. Vraag een gratis proefnummer aan of abonneer direct.

    Auteur: Richard Donk

    Niet voor niets heeft het Midden-Oosten de bijnaam kruitvat. Sinds jaar en dag kampt de regio met een explosieve instabiliteit, die vrijwel van de ene op de andere dag in chaos en geweld kan ontaarden. Anno 2020 is daar bepaald geen verandering in gekomen. Sterker nog: alle ingrediënten zijn aanwezig om de vlam opnieuw in de pan te laten slaan. Met alle gevolgen van dien.

    De stem van de Arabische man aan de andere kant van de lijn klinkt bijna ongelovig. „Een afspraak maken voor over drie weken? Onmogelijk! Wij leven hier bij de minuut. Bel maar als je er echt bént. Dit is het Midden-Oosten.” Lastig plannen, blijkt keer op keer. Maar als je eenmaal bent gearriveerd, kán opeens ook alles.

    Aan de vooravond van de Libanonoorlog belt een goede vriend uit Haifa. „Heb je het nieuws over de ontvoering van die Israëlische militairen al gehoord? Let op mijn woorden: binnen 24 uur is het hier compleet oorlog.” Helaas krijgt hij gelijk.

    De voorbeelden tonen iets van de chronische onzekerheid die dit deel van de wereld dagelijks in haar greep houdt. Dat maakt het lastig om lang houdbare uitspraken over de verhoudingen in het Midden-Oosten te doen. Want wie had verwacht dat de Egyptische president Hosni Mubarak in 2011 binnen enkele weken het veld moest ruimen? Wie kon bevroeden dat Syrië aan een allesverwoestende burgeroorlog ten prooi zou vallen, met duizenden doden en miljoenen vluchtelingen als gevolg?

    Grote lijnen

    Een bekend Arabisch spreekwoord luidt: voorspellen is moeilijk, zeker als het om de toekomst gaat. Dat geldt voor het Midden-Oosten in het kwadraat – op zijn minst. Toch zijn er wel een paar grote lijnen te trekken ten aanzien van de geopolitieke situatie in het gebied. Onderliggende factoren, die kunnen helpen de huidige ontwikkelingen te duiden en een mogelijke richting aangeven waarin de regio zich ontwikkelt. Opnieuw: met inachtneming van alle onverwachte wendingen, die de verhoudingen binnen een mum van tijd op  hun kop kunnen zetten.

    Een bekend Arabisch spreekwoord luidt: voorspellen is moeilijk, zeker als het om de toekomst gaat. Dat geldt voor het Midden-Oosten in het kwadraat – op zijn minst.

    Die grote lijnen van het heden, kunnen niet goed worden verstaan, zonder een –summiere- terugblik op het recente verleden. In de tweede helft van de vorige eeuw was het Midden-Oosten grotendeels overzichtelijk. Althans, wat de grenzen en verhoudingen tussen de verschillende nationale staten betrof. Natuurlijk waren er veel gewapende conflicten. De telkens weer oplaaiende Israëlisch-Arabische strijd, diverse Koerdische opstanden en de Golfoorlogen zijn slechts enkele voorbeelden.

    Naar buiten toe opereerden de landen in de regio echter min of meer als eenheid. Met ijzeren vuist geregeerd door autoritaire regimes met al even dictatoriale heersers aan het hoofd. Moreel gezien valt er veel op het optreden van de toenmalige leiders aan te merken. Het brute bewind van Saddam Hussein in Irak en de gifgasaanvallen op de eigen bevolking door het Syrische staatshoofd Hafez al-Assad spreken wat dat betreft boekdelen.

    Realpolitiek gezien was die harde hand nodig om onderling zwaar verdeelde bevolkingsgroepen bij elkaar te houden. De grenzen die na de val van het Ottomaanse Rijk en in de jaren daarna waren getrokken, liepen immers dwars door religieuze stromingen, traditionele stamverbanden en etnische scheidslijnen heen. Die sterke sturing van bovenaf, veelal afgedwongen met behulp van een wijdvertakt repressief apparaat, bood in elk geval een redelijke mate van interne stabiliteit. Het zorgde tevens voor bescherming van minderheden, althans voor zover zij geen bedreiging voor het regime vormden. Vooral christenen hebben daarvan in meerdere of mindere mate geprofiteerd.

    De meeste regimes in het Midden-Oosten wisten zich bovendien gesteund door ofwel de Verenigde Staten, of de toenmalige Sovjet-Unie. Wat dat betreft weerspiegelde de regio in een notendop de machtsverhoudingen tussen de twee supermachten van de Koude Oorlog, zoals dat overigens ook in veel andere delen van de wereld het geval was.

    Die sterke sturing van bovenaf, veelal afgedwongen met behulp van een wijdvertakt repressief apparaat, bood in elk geval een redelijke mate van interne stabiliteit.

    Anno 2020 is een deel van die ‘zekerheden’ weggevallen. Het valt buiten het bestek van dit artikel om de oorzaken daarvan aan een grondige analyse te onderwerpen. Zeker is wel dat het ‘oude’ Midden-Oosten langzaam aan het verdwijnen is. Probleem is dat het nog veel te vroeg is om van het  ‘nieuwe’ Midden-Oosten te spreken. De grote vraag is hoe lang die overgangsfase zal duren en met welke ingrijpende ontwikkelingen die transitie gepaard zal gaan.

    In die overgangsfase is een aantal belangrijke factoren te onderscheiden dat de huidige geopolitieke situatie in hoge mate bepaalt. Die komen achtereenvolgens aan de orde. Daarbij moet wel worden bedacht dat zij onderling sterk met elkaar samenhangen en in veel gevallen op elkaar ingrijpen.

    Arabische Lente

    Hoewel de oorzaken van de onrust in diverse landen in het Midden-Oosten van de afgelopen tien jaar veel dieper liggen, is de zogenoemde Arabische Lente op zijn minst een belangrijke katalysator geweest. De golf van protesten en opstanden in de Arabische wereld begon in december 2010 in Tunesië en breidde zich al snel naar andere landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten uit. Decennia van machtsmisbruik, corruptie en economisch wanbeleid dreven boze burgers met honderdduizenden de straat op. Zij trotseerden in diverse hoofdsteden keihard ingrijpen van ordetroepen en kregen die na verloop van tijd soms zelfs aan hun kant.

    De gevolgen waren divers en in een aantal gevallen zeer ingrijpend. In Tunesië, Libië, Egypte en Jemen leidden de protesten tot het vertrek van leiders die decennialang aan de macht waren geweest en van wie men dacht dat ze nog stevig in het zadel zaten. In Syrië, dat met recht als het absolute dieptepunt van de opstanden kan worden beschouwd, had de Arabische Lente een bloedige burgeroorlog tot gevolg, die met name in de provincie Idlib nog tot op de dag van vandaag voortduurt.

    Decennia van machtsmisbruik, corruptie en economisch wanbeleid dreven boze burgers met honderdduizenden de straat op.

    Met uitzondering van Tunesië en een beperkt aantal andere Arabische landen als Bahrein, Marokko en Jordanië, waar de protesten veel minder gewelddadig waren, valt de balans van de Arabische Lente vooral negatief uit. Ook hier geldt dat er moreel gezien van alles op de verdreven heersers viel aan te merken. Menigeen zal blij geweest zijn met het vertrek van de Libische leider Gaddafi en de Egyptische president Mubarak. Veel burgers zullen niet hebben getreurd om het aftreden van het Tunesische staatshoofd Ben Ali en de val van twee Jemenitische regeringen.

    Terug verlangen

    Tegelijkertijd zullen veel mensen terug verlangen naar de relatieve rust en stabiliteit waar een aantal van deze dictators voor zorgde. In plaats daarvan werden deze landen in chaos gedompeld. In Egypte kwam de fundamentalistische Moslimbroederschap aan de macht, die na een militaire interventie weer het veld moest ruimen. Libië werd het toneel van een bloedige strijd tussen regering en krijgsheren, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

    Wat de uiteindelijke effecten van de Arabische Lente –of Arabische Winter zoals sommigen liever stellen- ook zijn geweest, de golf van onrust heeft wel een aantal zaken scherp aan het licht gebracht. Die zijn niet alleen bepalend voor de interne situatie in de landen van het Midden-Oosten, maar ook indirect voor de (toekomstige) geopolitieke verhoudingen in de regio.

    De opstanden hebben laten zien dat de jongere generatie klaar is met de gevestigde orde die zich de afgelopen decennia ten koste van de eigen bevolking heeft verrijkt en hun de meest fundamentele vrijheden heeft ontnomen. Het behoeft weinig betoog dat de voortgaande globalisering hierin een zeer belangrijke rol speelt. Vooral door toegang tot (sociale) media, hoezeer die ook soms door het regime wordt beperkt, weten jongeren uitstekend wat er in de buitenwereld te koop is en lukt het regeringen allang niet meer interne onvrede onder de pet te houden. Recente protesten in Irak –en zelfs in Iran- hebben dat genoegzaam bewezen.

    De opstanden hebben laten zien dat de jongere generatie klaar is met de gevestigde orde die zich de afgelopen decennia ten koste van de eigen bevolking heeft verrijkt en hun de meest fundamentele vrijheden heeft ontnomen.

    Voeg daarbij de ronduit belabberde economische vooruitzichten voor veel burgers -in sommige landen ligt de werkloosheid voor de bevolking onder 25 boven de 50 procent- en er is sprake van een explosief mengsel dat op elk moment tot ontploffing kan komen. Als er de komende tijd niet rigoureus wordt hervormd –zowel op politiek als economisch terrein- zal de onvrede zich vroeg of laat (opnieuw) een weg naar buiten banen.

    Sjiieten – soennieten

    Het tweede element dat in hoge mate bepalend is voor de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten is de tegenstelling tussen sjiitische en soennitische moslims. Die verschillen zijn er natuurlijk al eeuwen, en niet zelden zijn die in het verleden ook met het nodige geweld aan het licht getreden. Wat dat betreft is er ook in 2020 niets nieuws onder de zon.

    De afgelopen decennia zijn deze tegenstellingen echter nadrukkelijker aan de oppervlakte gekomen door de opkomst van de politieke islam en de pogingen van diverse landen in de regio hun invloedssfeer in de regio langs sektarische lijnen te verbreiden. Wie de spanningen in het Midden-Oosten goed wil begrijpen, moet steeds bedenken dat achter veel ogenschijnlijk op zichzelf staande conflicten de grote strijd tussen sjiieten en soennieten schuilgaat.

    De grote motor daarachter is zonder twijfel de Islamitische Republiek Iran. Sinds de Islamitische Revolutie van 1979 proberen de ayatollahs in Teheran met alle mogelijke middelen het sjiitische gedachtegoed te verbreiden.

    Enerzijds door die boodschap via ‘reguliere’ kanalen te verspreiden: via het stichten en financieren van moskeeën en Koranscholen buiten de eigen grenzen. Anderzijds met behulp van veel dubieuzere middelen. Variërend van staatsterrorisme tot het ontwikkelen van kernwapens. Van het actief steunen van regionale strijdgroepen tot openlijke aanvallen op internationale doelen.

    Wie de spanningen in het Midden-Oosten goed wil begrijpen, moet steeds bedenken dat achter veel ogenschijnlijk op zichzelf staande conflicten de grote strijd tussen sjiieten en soennieten schuilgaat.

    Traditioneel heeft Iran twee aartsvijanden. De ”Grote Satan” Amerika en de ”Kleine Satan” Israël. Daar zou met recht een derde aan kunnen worden toegevoegd: het soennitische blok in het Midden-Oosten, aangevoerd door Saudi-Arabië (en in mindere mate door Egypte en Turkije).

    Teheran is vrijwel onafgebroken bezig deze vijanden te bestrijden. Op meerdere fronten tegelijk – en niet alleen met militaire middelen. Amerika staat voor Iran in het algemeen model voor westerse invloeden. In negatieve zin: decadentie, secularisatie en morele verwording. Maar ook zaken als democratie, respect voor mensrechten en vrijheden, die de machthebbers als bedreiging voor hun positie beschouwen. Die invloeden probeert de Islamitische Republiek uit alle macht buiten de deur te houden.

    Sjiitische halvemaan

    In militair opzicht voert Iran af en toe directe aanvallen op internationale doelen uit, zoals het neerschieten van een Amerikaanse drone boven de Straat van Hormuz en de vergeldingsaanvallen op Amerikaanse militairen in Irak, na de liquidatie van de Iraanse topgeneraal Qassem Soleimani. Ook de aanvallen op olie-installaties in Saudi-Arabië en op tankers in de Perzische Golf zijn daar voorbeelden van.

    Maar vaker nog maakt Iran gebruik van het beproefde middel van de ”proxy war”. Via het steunen van bondgenoten –veelal in de vorm van sjiitische milities- voert Teheran een oorlog-op-afstand, soms op meerdere fronten tegelijk.

    Zo steunt Iran zeer actief de sjiitische Houthi-rebellen in Jemen, die een coalitie onder leiding van het soennitische Saudi-Arabië bestrijden. Maar ook sjiitische milities in Irak worden door Iran bewapend en getraind. Overigens speelden zij ook een belangrijke rol in de strijd tegen Islamitische Staat.

    Maar het duidelijkst –en ook zorgwekkend- is de oorlog-op-afstand die Iran al decennialang tegen Israël voert. Sinds jaar en dag steunt Teheran de sjiitische Hezbollahbeweging in Libanon. Met enige regelmaat kwam het in het verleden tot heftige confrontaties, met als laatste dieptepunt de Libanonoorlog van 2006.

    Die steun aan Hezbollah is echter niet het enige wapen dat Iran tegen de Joodse staat ter beschikking heeft. Langzaam maar zeker is de Islamitische Republiek erin geslaagd Israël –althans territoriaal- in de tang te nemen. In buurland Irak is een sjiitische regering aan de macht en steunt Iran diverse sjiitische milities die uit tienduizenden strijders bestaan. In Syrië heeft Iran handig gebruikt gemaakt van de chaos die daar door de slepende burgeroorlog ontstond. Stukje bij beetje hebben de Iraniërs in Syrië hun militaire capaciteit uitgebouwd. En in de Gazastrook –letterlijk in Israëls achtertuin- steunt Teheran de radicale terreurgroep Islamitische Jihad, en in mindere mate ook Hamas.

    Het duidelijkst –en ook zorgwekkend- is de oorlog-op-afstand die Iran al decennialang tegen Israël voert.

    Op die manier heeft Iran als het ware een omtrekkende beweging rond Israël uitgevoerd. Van Iran tot aan de Middellandse Zee is een sjiitische halvemaan ontstaan, van waaruit Teheran via allerlei gelijkgezinde bondgenoten Israël kan bestoken. Iran heeft er ook nooit een geheim van gemaakt dat de vernietiging van de Joodse staat een van zijn belangrijkste doelstellingen is. Israël moet van de kaart worden geveegd, liever vandaag dan morgen.

    Natuurlijk zijn die Iraanse ambities in Israël niet onopgemerkt gebleven. Vooral de Iraanse militaire opbouw in Syrië en de uitrusting van Hezbollah met geleide raketten, baart de legertop grote zorgen. Niet voor niets voerden Israëlische gevechtsvliegtuigen de afgelopen jaren honderden aanvallen op Iraanse doelen en op posities van Irans bondgenoten in Syrië en Libanon uit.

    Tegelijkertijd waarschuwt Jeruzalem voortdurend dat de Iraanse regionale ambities niet alleen een probleem voor Israël vormen, maar voor de wereld als geheel. Vooral de nucleaire plannen van Teheran en de bedreiging die het land vormt voor de aanvoer van aardolie via de Perzische Golf, zouden de hele internationale gemeenschap zorgen moeten baren.

    Internationale invloed

    De vraag is welk antwoord de internationale gemeenschap daarop heeft. En überhaupt op de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Als het om de geopolitieke situatie in deze roerige regio gaat, heeft zich de afgelopen jaren een ingrijpende verschuiving in de invloed en bemoeienis van de grootmachten voorgedaan.

    Vanouds hadden Washington en Moskou hun eigen bondgenoten in het Midden-Oosten. Maar na de val van de Sovjet-Unie waren het vooral de Verenigde Staten die de dienst in de regio uitmaakten. Of die bemoeienis altijd even gelukkig was, valt te bezien. De inval in Irak van 2003 heeft tot op de dag van vandaag ernstige gevolgen voor de stabiliteit.

    De Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten is echter tanende. Al onder president Barack Obama trokken de VS de meeste van hun troepen uit Irak terug. Dat was een logische beslissing, maar betekende in elk geval kwantitatief een forse vermindering van de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden-Oosten.

    In Syrië werd de afnemende invloed van de Amerikanen echter nog veel duidelijker. Obama durfde zijn handen niet aan militair ingrijpen te branden, zelfs niet toen er chemische wapens in het conflict werden ingezet. De VS beperkten zich tot de strijd tegen Islamitische Staat, die overigens voor een belangrijk deel door Koerdische strijders werd gevoerd. Voor het overige liet Amerika Rusland alle ruimte om zich militair in Syrië te manifesteren en zijn bondgenoot Bashar al-Assad in het zadel te houden. De Amerikaanse president Donald Trump besloot ook de laatste Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken, hoewel die definitieve aftocht nog op zich laat wachten.

    Het Iraakse parlement heeft de regering in Bagdad inmiddels ook opgeroepen de overgebleven Amerikaanse militairen het land uit te sturen. Daarmee zou Iran helemaal vrij spel in buurland Irak krijgen.

    Obama durfde zijn handen niet aan militair ingrijpen te branden, zelfs niet toen er chemische wapens in het conflict werden ingezet. De VS beperkten zich tot de strijd tegen Islamitische Staat, die overigens voor een belangrijk deel door Koerdische strijders werd gevoerd.

    Dat neemt overigens niet weg dat de VS nog altijd een factor van belang zijn in het Midden-Oosten. De aanwezigheid van de Amerikaanse vloot in de Perzische Golf en de Middellandse Zee en de bases die de Amerikanen onder andere op het Arabisch Schiereiland hebben, zorgen ervoor dat Amerika nog steeds over een formidabele slagkracht in de regio beschikt, die het ook snel en naar believen kan uitbreiden.

    Dat laatste is ook niet zozeer het punt. Het gaat vooral om het beleid dat Washington ten aanzien van het Midden-Oosten –en in feite van de rest van de wereld- wil voeren. ”America First” is vooralsnog de overbekende kreet van Donald Trump. Consequente toepassing van die slogan zal ook de komende jaren grote gevolgen voor het Midden-Oosten hebben.

    In Israël wordt de Amerikaanse buitenlandse politiek daarom met argusogen gevolgd. Natuurlijk is Israël nog altijd veruit de belangrijkste bondgenoot van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten. En over de sympathie van Trump voor de Joodse staat, hoeft weinig twijfel te bestaan. Maar Israël ziet zich geconfronteerd met regionale dreigingen –vooral van Iran- die het bij voorkeur met volledige Amerikaanse steun het hoofd wil bieden. De vraag is of Washington daar ook in de toekomst zijn nek voor wil uitsteken.

    Israëlisch-Palestijns conflict

    Waar de Amerikanen in elk geval nog wel hun nek voor hebben uitgestoken, is met hun poging een oplossing voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen te bewerkstelligen. In januari lanceerde president Trump het langverwachte vredesplan voor het Midden-Oosten. De Palestijnen hebben dat plan echter al bij voorbaat verworpen en ook vanuit uiterste rechtse hoek in Israël klinkt forse kritiek.

    De verwachting is dan ook dat dit slepende conflict ook de komende tijd zijn weerslag op de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten zal hebben. In eerste instantie door mogelijk nieuw geweld tussen Israël en de Palestijnen in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever. Daarmee ligt ook indirect steeds een confrontatie tussen de Joodse staat en Iran op de loer, gezien de Iraanse steun aan radicale Palestijnse groeperingen. Hoewel de Israëlische legertop eerder bezorgd is voor het ontbranden van een front aan de noordgrens van Israël.

    In januari lanceerde president Trump het langverwachte vredesplan voor het Midden-Oosten. De Palestijnen hebben dat plan echter al bij voorbaat verworpen en ook vanuit uiterste rechtse hoek in Israël klinkt forse kritiek.

    Het conflict tussen Israël en de Palestijnen bewijst met enige regelmaat dat de vlam van het ene op het andere moment in de pan kan slaan. Palestijnse raketbeschietingen en Israëlische vergeldingsaanvallen kunnen binnen enkele dagen in een regelrechte oorlog ontaarden. In groter verband geldt dat voor het Midden-Oosten als geheel. Juist door alle achterliggende spanningen en belangen, heeft het in de regio de gevaarlijke potentie zich tot een conflict met wereldwijde dimensie te ontwikkelen.

    Dit artikel verscheen eerder in Profetisch Perspectief
    Het magazine voor iedereen die graag verder kijkt. We leven in een bijzondere tijd waarin vele profetieën in vervulling gaan. De vraag is: zien wij christenen dat ook? Zijn we in staat de tekenen van de tijd te verstaan.Profetisch Perspectief is een kwartaalmagazine voor iedereen die verder wil kijken. Het blad helpt christenen achter de nieuwsberichten en de hypes de contouren te gaan zien van Christus’ wederkomst. Maatschappelijke en politieke ontwikkelingen worden bezien in het licht van de vele profetieën in de Bijbel. Met uiteraard bijzondere aandacht voor het Joodse volk.Profetisch Perspectief verschijnt vier keer per jaar. Langere opiniestukken die de diepte ingaan, worden afgewisseld met interviews en actuele berichten. Zo blijft u optimaal geïnformeerd. Vraag een gratis proefnummer aan of abonneer direct.

    Thema

    Over de auteur