fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Schatrijk

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 14 april 2020

    Twee dagen Jom Tov (Joodse feestdagen) en aansluitend Sjabbat liggen achter ons. De Sederavonden, anders dan andere jaren. Van ganser harte hoop ik dat alle zieken zijn genezen en zij die niet ziek waren, gezond zijn gebleven en gezond zullen blijven. En voor hen die nog niet geheel hersteld zijn: een refoe’a sjeleema, een spoedig en volledig herstel.

    Tijdens de seideravond viel mij dit jaar iets op, waaraan ik vorige jaren niet had gedacht. Bij het stuk wehie sjeameda heffen we de beker wijn op en zingen vrolijk met een prachtige melodie de volgende tekst: “En deze G’ddelijke belofte heeft onze voorouders en ons kracht gegeven (alle vervolgingen te doorstaan). Want niet slechts eenmaal wilde men ons vernietigen, maar in iedere generatie waren er die ons wilden uitroeien. Maar G’d heeft ons steeds gered en zal ons steeds blijven redden”.

    Het moge dan zo zijn dat uiteindelijk wij als het Joodse volk alle pogingen ons te vernietigen overleven, toch is de boodschap die hier staat een uiterst pijnlijke. Vervolging na vervolging. Waarom juist bij deze tekst de beker opgeheven, teken van vrijheid, en ook nog eens een zeer vrolijke melodie, terwijl de tekst over een en al misère spreekt?

    Schatrijk

    Een straatarm jong pasgetrouwd echtpaar woonde in bij de ouders van de bruid. Een piepklein flatje met nauwelijks genoeg plaats voor één gezin. Het moge duidelijk zijn dat het allemaal erg moeizaam was, maar er was geen geld en dus geen keus. En toen kwam de hoogbejaarde oma, die nog zelfstandig woonde, te overlijden. Haar sjofele huisje in een achterbuurt werd aan het jonge paar gegeven. Ze waren dolgelukkig. Het was echt een bouwval, maar toch: Eindelijk een eigen huis.

    Maar na een paar weken kregen ze bezoek van een inbreker. De verse bruidegom hoorde een vreemd geluid, laadde zijn pistool en kon de inbreker verdrijven. De poging tot inbraak bleef echter niet beperkt tot slechts één keer. Week na week werden ze geconfronteerd met inbrekers. Het jonge paar begreep er helemaal niets van. Immers, zo dachten ze, er valt bij ons niets te stelen. We hebben geen geld, geen sieraden, helemaal niets. En toch bleef hun huis kennelijk een aantrekkelijke plek voor inbrekers. Nieuwsgierig naar het doel van de inbraak besloot de jonge man om de volgende dief niet te verdrijven, maar hem te pakken en van hem te horen wat hij had willen stelen.

    En toen kwam de waarheid boven tafel. Het was bekend in criminele kringen dat onder het huisje een grote schat verborgen lag. En dus ging de arme jongeman graven en stuitte op een grote kist vol goud en zilver. Het pasgetrouwde straatarme paartje was nu schatrijk!

    Wij, het Joodse volk, bezitten een groot vermogen. We zijn rijk! Niet altijd zijn we hiervan doordrongen, onttrekt het zich aan ons gezichtsveld. Maar de dieven, onze vijanden, weten het bestaan hiervan. En daarom proberen ze ons te vernietigen om beslag te kunnen leggen op onze rijkdom. Wij zitten op een schat, Thora en Traditie, het geheim van ons bestaan.

    En daarom dus zingen we uit volle borst, met de beker wijn in onze hand, het wehie sjeameda, en dit heeft ons in stand gehouden.

    Wehie schrijven we waaf, hee, joed, alef.

    • De waaf met getallenwaarde 6, staat symbool voor de zes delen van de Misjna-de Mondelinge Leer.
    • De letter hee is 5. De vijf boeken van de Thora.
    • De joed, 10, zijn de Tien Geboden.
    • En de alef, één, staat voor het geloof in de Eeuwige onze G’d.

    Over de auteur