fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Aardig voor elkaar

    Joanne Nihom - 11 mei 2020

    In Israël nemen de maatregelen die genomen werden om het coronavirus uit te bannen steeds meer af. Wat blijft, en dat zal ook nog wel even duren, is de verplichting een mondkapje te dragen als je je huis verlaat. En natuurlijk moet je afstand houden. Niet iedereen houdt zich meer aan de verplichtingen. Het lijkt alsof men er een beetje genoeg van heeft. Laten we hopen dat de Israëlische regering weet wat ze doen, net zoals in het begin van de crisis.

    Heel langzaam keert ook het normale leven terug. De kinderen uit ons dorp gaan weer naar school, ouders kunnen naar hun werk en op de weg wordt het langzaamaan net zo druk als voor de crisis. Ik hoop zo dat iets van ‘dat leven dat we niet gewend zijn’ blijft. Meer op ons zelf, thuis leren en werken, minder verkeer, schone luchten … en aardig zijn voor elkaar.

    “Nou, woon ik niet in een geweldige stad?”

    Alle ouderen in Jeruzalem ontvingen een plant van de burgemeester als dank voor hun medewerking tijdens de coronacrisis.

    Van dat laatste hoorde ik afgelopen week een prachtig voorbeeld. Een vriendin van me woont in Jeruzalem. Ze is boven de zeventig en dan behoor je tot de ‘ouderen’ in Israël. Sinds het uitbreken van de crisis, ik schreef er al eerder over, krijgt zij dagelijks via de gemeente eten thuis geleverd. Met haar, alle ‘ouderen’. Zomaar, uit het niets, ontvingen zij en alle andere ‘ouderen’ afgelopen week een prachtige, heerlijk ruikende plant van de burgemeester van Jeruzalem met daarbij een gedicht. Bedoeld als dank voor het feit dat dat iedereen zo goed had meegewerkt tijdens de crisis.

    “Wat bijzonder’, zei ze tegen me. ‘En dan woon ik in zo’n grote stad. Nog steeds, ook als is de crisis aan het afnemen, ontvangen alle ouderen een dagelijkse maaltijd met alles erop en eraan. Ik hoef het alleen maar op te warmen, reuze handig en ook best lekker. Vorige week had ik plotseling de politie aan huis. Ze kwamen checken of alles goed was met me. Ze hadden ook mijn dochter gebeld. Wat bleek? Ik had twee dagen niet open gedaan om het eten in ontvangst te nemen en ze maakten zich ongerust. Wat was er gebeurd? Per ongeluk was het eten bij de buren gebracht, die zijn niet in het land, dus die deden niet open. Nou, woon ik niet in een geweldige stad?”

    Over de auteur