fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De vuile was buiten hangen

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 6 mei 2020

    Een pasgetrouwd paartje was nog maar een week ingetrokken in hun nieuwe appartement op de vierde verdieping. Als je in je nieuwe woning alles een beetje op orde hebt gebracht, ga je ook je omgeving verkennen. Wie zijn je bovenburen, wie zijn je benedenburen. De jonge vrouw kijkt een keer vroeg in de ochtend naar beneden en ziet dat de benedenburen in hun tuin de was aan een waslijn hebben gehangen om te drogen.

    “Moet je nou eens kijken”, zegt ze tegen haar man. “De buren van helemaal beneden zijn kennelijk nog heel ouderwetse mensen. Ze hebben waarschijnlijk nog geen droger en hangen daarom hun was aan een lijn in de tuin. Mijn oma heeft dat ook nog gedaan in het grijze verleden.”

    Een paar dagen later ziet ze wederom de was te drogen hangen, maar nu ziet ze iets wat op haar nog vreemder overkomt: de was is helemaal niet schoon! Ze roept meteen haar man en ook hij ziet dat de benedenburen de vuile was buitenhangen! Heel vreemd. Een paar dagen later hangt er wederom vuile was in de tuin te drogen.

    “Vaak zien we de vlekken in het gedrag van de ander erg goed, bijna vlekkeloos.”

    De jonge vrouw overlegt met haar man of ze er misschien iets aan moeten doen. Uitleggen dat je waspoeder moet gebruiken voordat je de was in de wasmachine stopt. Maar het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat hun benedenburen zo ouderwets zijn dat ze überhaupt geen wasmachine hebben. Maar dan nog! Wel mee bemoeien, niet mee bemoeien? Ze komen er niet uit en besluiten om voorlopig het maar op z’n beloop te laten. Het is tenslotte niet hun was.

    Een week later hangt de was weer buiten en wat bemerkt de jonge vrouw: alle hemden, broeken en alles wat er te drogen hangt is vlekkeloos schoon! Ze roept meteen haar man om ook te komen kijken. Ongelofelijk!

    Maar manlief lijkt helemaal niet verbaasd. Hij kijkt haar vriendelijk aan en zegt ietwat droog: “Liefje, ik heb gisteren ons vensterraam schoon gemaakt.”

    In deze periode van het Joodse jaar, tussen Pesach en Sjawoe’ot, worden we geacht onszelf te onderzoeken. Hoe kan ik mijzelf verbeteren? Waar schiet ik nog tekort? Vaak zien we de vlekken in het gedrag van de ander erg goed, bijna vlekkeloos. Maar de vraag is: ligt dat echt aan de ander of is er wellicht iets mis met mijn eigen visie?

    Thema

    jodendom

    Over de auteur