fbpx
  • Pnina Tamano Shata wordt Israëls eerste minister van Ethiopische komaf. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Eerste Ethiopische minister in Israël

    Joanne Nihom - 19 mei 2020

    Vanwege al het coronanieuws, zou je bijna vergeten dat er ook nog een ‘normaal leven’ is. Zo heeft Israël sinds zondag niet alleen een nieuwe regering, maar ook voor het eerst in zijn geschiedenis een minister die in Ethiopië is geboren.

    De 39-jarige Pnina Tamano-Shata, de nieuwe minister van immigratie, maakt deel uit van de Ethiopische gemeenschap in Israël.  Die gemeenschap telt 140.000 mensen, waarvan er 50.000 in Israël zijn geboren. Voor hen is dit een belangrijke gebeurtenis. Een erkenning dat ze er mogen zijn en deel uitmaken van de Israëlische samenleving.

    “Ik hoop vanuit mijn nieuwe functie nog meer voor de Ethiopische gemeenschap te kunnen betekenen.”

    Pnina is advocaat, journalist en politicus. Ze werd geboren in Wuzaba, een dorp in de buurt van de stad Gondar in de Amhara-regio in het noorden van Ethiopië. Haar familie emigreerde naar Israël toen ze drie jaar was, tijdens de evacuatie van de Ethiopische Joden uit Soedan, de zogenaamde Operatie Mozes. Zij, haar vijf broers en haar vader behoorden tot de Ethiopische Joden die tussen november 1984 en januari 1985 door de Israëlische veiligheidsdienst Mossad naar Israël werden overgevlogen. Haar moeder volgde enkele jaren later.

    Het leven voor Joden in Ethiopië was nooit heel slecht. Met het antisemitisme, dat er wel degelijk was, viel te leven. Maar het verlangen van de Joodse Ethiopiërs om naar Israël te emigreren, werd van generatie op generatie doorgegeven en hun verblijf in Ethiopië zagen ze als tijdelijk. Het verlangen naar Israël, en met name naar Jeruzalem, was groot en diep.

    Al in 1862 was er een groep die naar Israël probeerde te emigreren, maar dat mislukte. Begin jaren ‘70 besloten rabbijnen (in Ethiopië Kesim genoemd) dat de tijd gekomen was om terug te keren naar Jeruzalem. Een positieve keuze, zeker geen vlucht. ‘Operatie Mozes’ bracht in 1984 zevenduizend Ethiopische Joden in het geheim via Soedan naar Europa en van daaruit naar Israël. Het moest onopgemerkt gaan, omdat Soedan en Israël geen vrienden zijn en ook Ethiopië en Israël elkaar niet echt liggen.

    Pnina is al jarenlang actief in de politiek en werkte tussen 2007 en 2012 als verslaggever voor de Israëlische televisiezender Channel 1, waarbij ze de ongelijkheid van de Ethiopische gemeenschap binnen de Israëlische maatschappij vaak aan de kaak stelde. “Er zitten meer Ethiopiërs in de gevangenis, er is meer politiegeweld tegen ons, we leven in grotere armoede en er is een hoger zelfmoordcijfer dan bij welke gemeenschap in Israël ook”, vertelde ze onlangs aan het internationale persbureau AFP.

    “Generaties lang droomden we van Jeruzalem”, vertelt ze. “Ik ben geboren in een dorp zonder elektriciteit. Ik ben er trots op dat ik zover ben gekomen. Ik hoop vanuit mijn nieuwe functie nog meer voor de Ethiopische gemeenschap te kunnen betekenen.”

    Een paar jaar geleden interviewde ik iemand die eveneens deel uit maakte van de groep waarmee ook Pnina naar Israël werd gebracht. Hij vertelde: “Iedere dag luisterden de ouderen in het dorp naar de Israëlische radiozenders en op Sjabbat kwam de mensen uit het dorp bij elkaar om het nieuws van de week te horen. Het leven in het dorp had een duidelijk Joods karakter. De Joodse feestdagen werden er openlijk gevierd. “Voor ons was het Jodendom net zo zeker als het opkomen van de zon. Op mijn vijfde wilde ik al naar Israël en vanaf mijn tiende zei ik tijdens iedere Joodse feestdag speciale gebeden om mijn wens te laten uitkomen.”

    Over de auteur