fbpx
  • Een Israëlische bakker bij zijn kraam. (illustratief) - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het complot

    Joanne Nihom - 25 mei 2020

    Het verplichte mondkapje om, plastic handschoenen aan, op naar het Arabische buurdorp. Eerst moest ik geld pinnen, wat een gedoe met plastic handschoenen. Toen naar de opticien.

    Voor de zoveelste keer was er weer een pootje van mijn leesbril kapot.
    Ik heb de meest aardige opticien van de wereld. Samen met zijn dochter runt hij de winkel. Ze zijn altijd vriendelijk en voor de kapotte pootjes hoef ik nooit iets te betalen. Terwijl ik me niet kan voorstellen dat hun andere klanten zo vaak langs komen als ik, lijken ze altijd blij te zijn me te zien.

    Binnen vijf minuten was de klus geklaard en liep ik naar mijn auto. Maar dat ging zo makkelijk niet. Onderweg kwam ik langs de banketbakkerij … de deuren staan daar altijd wijd open en er wordt buiten ook gebakken. Heerlijke geuren en heel veel zoetigheid. Een van de eigenaren was buiten druk bezig achter zijn bakplaat en sprak me aan toen ik langsliep.

    “Er is helemaal geen corona.”

    “Is er nog corona of is het voorbij”, vroeg hij me lachend.
    “Geen idee”, antwoordde ik.
    “Maar je hebt je mondkapje op, waarom?”
    “Omdat het verplicht is”, stamelde ik wat. “Anders krijg ik een bekeuring.”
    “Het is een complot”, wist hij heel zeker. “Van Trump, Netanyahu, misschien ook van China en nog wat andere landen. Er is wel een ziekte, maar net zoals de griep. Ze maken ons gek en daarom doen ze alsof corona iets verschrikkelijks is.”

    Ik knikte wat met mijn hoofd. Een soort van ‘ik weet niet of je helemaal gelijk hebt.’ Het maakte niet uit, hij praatte gewoon door. Hoe het complot precies in elkaar zat, wist hij niet, maar wel dat het schandalig was en dat wij, de gewone mensen, de dupe ervan waren.

    Aan zijn verhaal leek geen einde te komen, doorlopen leek niet mogelijk, het voelde onbeleefd, dus besloot ik zijn winkel in te gaan en kocht van schrik een paar stukjes Arabisch gebak. Het gaf me het gevoel iets goeds te doen. Nadat ik afgerekend had, liep ik naar buiten, op mijn tenen. Bang dat hij me weer zou aanklampen.

    Hij had niet eens gemerkt dat ik naar binnen was gegaan, hij praatte nog steeds tegen me. “De politieke leiders zorgen enkel maar voor ellende. Ik ben er financieel bijna aan onderdoor gegaan. Wat denken ze wel. Zij hebben te eten, hun werk gaat gewoon door. Maar kijk naar ons …”

    Schuddend met mijn hoofd, dat ik het helemaal met hem eens was, schoof ik heel voorzichtig langs hem, richting auto. Net voordat ik mijn auto instapte, hoorde ik hem tegen me roepen: “Doe je mondkapje nou toch af, er is helemaal geen corona.”

    Over de auteur