fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Moederdag, 13 mei 1945

    13 mei 2020

    Marianne Glashouwer – van der Lugt

    Ineens staat hij zomaar op de stoep: haar oudste zoon Werner. In een Amerikaans legeruniform. Moeder Henny valt bijna flauw. Ze kan haar ogen niet geloven. En wat ziet hij er goed uit! Zij daarentegen is vel over been. Werner schrikt als hij haar ziet. Zes jaar lang hebben ze elkaar niet gezien en in die tijd is ze wel 20 kilo afgevallen. Vel over been is ze. Geen wonder als je jaren ondergedoken hebt gezeten en de Hongerwinter net achter de rug is. Het is mei 1945.

     

    Terug in Amsterdam

    Werner heeft nogal moeten zoeken als hij van de Amerikaanse legerbasis in Duitsland in Amsterdam aankomt. Allereerst gaat hij naar het adres waar zijn ouders in 1939 woonden. Hij parkeert zijn jeep en belt aan. Een man doet open en vraagt: ‘Heet u Angress?’ Werner knikt ja! De man vertelt dat de vorige dag een vrouw die Hennie Angress heette bij hem aanbelde. Ze had daar eerder gewoond. Ze vroeg of ik, als haar zoon uit de Verenigde Staten langskwam, hem haar nieuwe adres wilde geven. Dan loopt Werner een paar straten verder en belt aan bij Stadionweg 57 in de Apollobuurt.

     

    Terug in de tijd

    Werner wordt in 1920 geboren in een Joods gezin, dat al generaties lang in Berlijn woont. Hij heeft blond haar en blauwe ogen en is een sportieve jongen. Met leren heeft hij niet zoveel. Hij vraagt zich wel eens af waarom hij zo anders dan andere Joodse jongens van zijn leeftijd. Zij hebben donker haar en bruine ogen en kunnen juist wel goed leren!

    Het gezin behoort tot de gegoede middenstand. Moeder Hennie is een opgewekte vrouw. Vader Ernst is een bekende bankdirecteur. Werner heeft een onbezorgde jeugd. Maar in 1933 beginnen de eerste donkere wolken zich samenpakken als Hitler aan de macht komt. In eerste instantie wordt Hitler niet zo serieus genomen en worden er grapjes over hem gemaakt. Maar al gauw verstommen de stemmen van de grappenmakers. De stemming wordt grimmiger.

     

    Dood aan de Joden!

    Ook Werner gaat de spanning steeds meer voelen op school. Met zijn blonde haren en blauwe ogen is hij er niet aan gewend om als Jood gezien te worden. Maar op school weten ze het wel. Als op een ochtend de leraar de klas binnenkomt en Werner ziet zitten, laat hij de klas als één man uitroepen: ‘Wordt wakker, Duitsland! Dood aan de Joden!’ Er volgt een klaterend applaus. Werner kan wel door de grond zakken van ellende en schaamte.

    Ondanks het aanwakkerend antisemitisme gaat het leven nog enigszins normaal door. Op Jom Kippoer gaat Werner met zijn ouders en twee jongere broers naar de synagoge. Daar zal hij binnenkort zijn bar mitswa vieren. Werner zit tussen zijn ouders in en ziet de angst op de gezichten van de mensen om hem heen.

    ‘Wordt wakker, Duitsland! Dood aan de Joden!’

    De moedige, jonge rabbijn spreekt openlijk over de politieke onrust in Duitsland en veroordeelt de wandaden die de nazi’s plegen. Hij besluit met het Nieuwe Testament en haalt de woorden van Christus aan, die aan het kruis spreekt: ‘Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’. Er zitten twee nazi’s achter in de synagoge. Werner is bang dat de rabbijn meteen gearresteerd zal worden, maar dat gebeurt op dat moment nog niet.

     

    Voor Joden verboden

    Als Werner 16 jaar is, komt er een eind aan zijn schoolopleiding. Hoewel zijn ouders willen dat hij verder studeert, wil hij zelf graag een vak leren. Hij houdt veel van dieren. Daarom lijkt het hem leuk om in de Berlijnse dierentuin te werken en hij besluit om daar te solliciteren. Maar na zijn sollicitatie krijgt hij bericht van de directeur ‘dat het door de Neurenbergse wetten verboden is om niet-Ariërs in dienst te nemen in de dierentuin’. ‘Je ziet het’, zegt vader Ernst, ‘zelfs de chimpansees zijn tegenwoordig antisemieten’.

    Vader wordt steeds ongeruster. Hij is er van overtuigd dat er voor Joden geen plaats meer is in Nazi-Duitsland. Daarom wil hij dat Werner naar het buitenland gaat. Hij zorgt ervoor dat Werner wordt aangenomen bij een boerderij die jonge Joodse mensen opleidt op het gebied van landbouw en veeteelt. Het bedrijf ligt in het westen van Polen. Dat lijkt Werner wel wat en hij heeft het daar geweldig naar zijn zin.

    ‘Je ziet het’, zegt vader Ernst, ‘zelfs de chimpansees zijn tegenwoordig antisemieten’.

     

    Met de trein naar Amsterdam

    Oktober 1937. Werner is net 17 jaar geworden. Vader vertrouwt de situatie niet langer en heeft besloten dat het hele gezin weg moet uit Duitsland. Hij heeft er lang over nagedacht en zorgvuldig een plan bedacht. De bestemming is Amsterdam. Daar zullen ze toch zeker veilig zijn. Het lukt hem zelfs om geld van de familie naar Amsterdam te smokkelen. Iets dat streng verboden is. De gezinsleden vertrekken afzonderlijk van elkaar naar Amsterdam. Eerst reizen moeder met de twee broers van Werner, Fritz en Hans, met de trein naar Amsterdam. Daarna volgen vader en Werner, die net terug is uit Polen. Na een spannende reis is het gezin dan eindelijk herenigd in een huurappartement in de Beethovenstraat.

    Het lukt vader zelfs om geld van de familie naar Amsterdam te smokkelen. Iets dat streng verboden is.

    Hoewel het leven in Nederland voor het gezin Angress rustig verloopt, wordt de situatie steeds grimmiger. Als Werner de kans krijgt om naar Amerika te gaan, grijpt hij deze met beide handen aan. Het afscheid van zijn familie is moeilijk, maar moedig stapt Werner in de trein naar Antwerpen. En vandaar gaat hij met de SS Veendam van de Holland-Amerika Lijn naar de Verenigde Staten. November 1939 komt hij aan in New York.

     

    Berichten van het thuisfront

    Met de hulp van Joods Amerikaanse zakenlieden krijgt hij werk op een boerderij. Dat werk is hij gewend en hij bloeit weer helemaal op. Maar op 10 mei 1940 komt het bericht dat Duitse troepen Nederland zijn binnengevallen. Werner wordt steeds ongeruster over het lot van zijn ouders en broertjes. Met hen gaat het naar omstandigheden nog redelijk goed, schrijven ze hem.

    Op 10 mei 1940 komt het bericht dat Duitse troepen Nederland zijn binnengevallen.

    Werner wil zich gaan inzetten voor zijn nieuwe vaderland. Daarom meldt hij zich als vrijwilliger voor de militaire dienst. Op 7 mei 1941 wordt hij ingelijfd in het Amerikaanse leger. Tot die tijd kan hij nog redelijk communiceren met zijn ouders. In de laatste brief die hij van zijn moeder ontvangt schrijft zij dat vader Ernst is opgepakt. Hij is naar een Berlijnse gevangenis gebracht omdat hij geld naar het buitenland heeft gesmokkeld.

    Tijdens zijn opleiding in het Amerikaanse leger ziet Werner een oproep om zich te melden bij het opleidingscentrum van de militaire inlichtingendienst. Daar worden soldaten opgeleid als vertaler, tolk of ondervrager bij krijgsgevangenen. Hij meldt zich daarvoor aan en wordt meteen aangenomen. Zo vertrekt hij naar Camp Ritchie.

     

    In het geheim

    Camp Ritchie ligt diep verscholen in de bossen van de Amerikaanse staat Maryland. Oorspronkelijk werd deze plek uitgekozen om er een zomerkamp in te richten voor de Nationale Garde van Maryland. Het kamp werd vernoemd naar Albert C. Ritchie, de gouverneur van de staat. Als Amerika in 1942 bij de oorlog betrokken raakt, kiest het leger deze plaats uit om er een opleidingscentrum voor de inlichtingendienst te vestigen. Alles in het diepste geheim.

    Na de oorlog bleek dat ruim zestig procent van de informatie die door de Amerikanen in de oorlog was verzameld van de Ritchie-boys afkomstig was.

    Jonge, veelal Joodse, soldaten krijgen hier hun training om Duitse krijgsgevangen te ondervragen. Ze worden klaargestoomd om met de Amerikaanse troepen naar Europa te gaan en daar gevangen genomen Duitse soldaten inlichtingen te ontfutselen. Ze zijn Nazi-Duitsland ontvlucht en spreken de taal dus vloeiend. Ook kennen ze de cultuur en gewoontes van het Duitsland dat ze ontvlucht zijn. Ze maken zich zorgen om de familieleden die ze moesten achterlaten. Zo zijn ze extra gemotiveerd om de oorlog tegen Hitler-Duitsland te winnen en zijn ze bijzonder waardevol voor hun meerderen die beslissingen moeten nemen over de te volgen strategie.

    Honderden jonge mannen zetten zich op deze manier in en weten cruciale informatie te krijgen. Na de oorlog bleek dat ruim zestig procent van de informatie die door de Amerikanen in de oorlog was verzameld van de Ritchie-boys afkomstig was. Zo hebben ze een belangrijke bijdrage geleverd aan de overwinning van de Geallieerden.

     

    Vechten voor het vaderland

    Eindelijk is het dan zover. Werner heeft er lang naar uitgekeken. Zijn opleiding in Camp Ritchie is voltooid. Hij gaat weer terug naar het land dat hij vier jaar geleden heeft verlaten. Als Joodse jongen is hij Nazi-Duitsland ontvlucht. Nu gaat hij de strijd met de vijand aan. Samen met honderden andere Ritchi-boys in dienst van de Geallieerde Strijdmachten. Ze zijn allemaal bereid om het land, waar ze een veilige haven vonden, te verlaten en terug te keren naar Europa om tegen de nazi’s te vechten. Hij gaat ook op zoek naar zijn familieleden. Van hen heeft lange tijd niets meer gehoord. Hoe zou het zijn met moeder, vader, Fritz en Hans?

    Als Joodse jongen is Werner Nazi-Duitsland ontvlucht. Nu gaat hij de strijd met de vijand aan.

    Op 6 juni 1944 landt Werner als parachutist in de buurt van Sainte-Mere-Eglise in Normandië. Daar gaat het al meteen mis. Hij wordt door de Duitsers ontdekt en gevangengenomen. Werner, die krijgsgevangenen moet interviewen, is nu zelf een gevangene! Na enkele weken, als de Geallieerden verder optrekken wordt Werner bevrijd door de Amerikaanse troepen. Hij trekt met het leger verder Frankrijk in en krijgt de kans om als ondervrager zijn werk te doen. Hij is nog maar een maand in Frankrijk. En in die korte tijd is hij op D-Day al uit een vliegtuig gesprongen, gevangen genomen en ondervraagd door de Duitsers. Vervolgens is hij bevrijd en heeft hij zelf krijgsgevangenen ondervraagd. Enkele vrienden van hem zijn al gesneuveld in de strijd. Wat staat hem nog meer te wachten?

     

    Een lange strijd

    Maandenlang neemt Werner deel aan de acties van het leger. In die tijd ondervraagt hij duizenden Duitsers. Nooit vertelt hij hen dat hij een Duitse Jood is. Ook al vermoeden sommigen dat wel omdat hij perfect Duits spreekt. Hij haat hen niet omdat de meeste gevangenen gewone dienstplichtigen zijn. Sommigen zelfs uit de veroverde gebieden die gedwongen zijn om in het Duitse leger te dienen. Hij ergert zich wel aan de hooghartige houding van de SS officieren, die achter Hitler blijven staan in hun antisemitisme.

    Werner heeft een eigen stijl van ondervragen ontwikkeld. Hij gebruikt geen harde woorden of bedreigingen. Hoewel hij dat in zijn opleiding wel geleerd heeft. ‘We zijn geen nazi’s’, zegt hij. Met geduld en list probeert hij de ondervraagde zover te krijgen dat hij belangrijke informatie prijs geeft.

    Hij ergert zich wel aan de hooghartige houding van de SS officieren, die achter Hitler blijven staan in hun antisemitisme.

     

    De Duitse sergeant

    Op een dag wordt er een potig uitziende Duitse sergeant bij hem gebracht. Hij is al wat ouder en heeft vele onderscheidingen op zijn uniform. Hij begint meteen te zeggen dat hij niets meer zal loslaten dan zijn naam, rang en nummer. De meeste gevangenen zijn zo bang dat ze meteen beginnen te praten. Maar deze ervaren sergeant niet. Werner leunt achterover in zijn stoel en doet of hij niet erg geïnteresseerd is in wat deze gevangene te vertellen heeft. Hij vraagt hem hoe het mogelijk is hoe zo’n ervaren oude rot als hij zich gevangen had laten nemen. De sergeant voelt zich diep beledigd en begint woedend te praten. Werner onderbreekt hem zo nu en dan rustig om hem een vraag te stellen. Zo komt hij heel wat te weten.

    Werner leunt achterover in zijn stoel en doet of hij niet erg geïnteresseerd is in wat deze gevangene te vertellen heeft.

    Tijdens de ondervraging maakt Werner een verveelde indruk. Hij wil niet dat de sergeant de indruk krijgt dat zijn informatie belangrijk is. Aan het eind van het verhoor daagt hij de gevangene opnieuw uit en zegt dat hij vast niet een Amerikaanse militaire kaart te lezen. ‘Natuurlijk kan ik dat wel!’ roept de sergeant. Werner haalt een kaart tevoorschijn en al snel weet hij waar het hoofdkwartier van de sergeant ligt en waar hun mitrailleurs staan opgesteld.

    Als de gevangene weggevoerd wordt, stelt Werner meteen zijn verslag op. Er staan zeer waardevolle inlichtingen en het stuurt het dan ook rechtstreeks naar het hoofdkwartier. Met alle gevolgen van dien…

     

    Het einde van Nazi-Duitsland

    April 1945. Het is voor Werner een onbeschrijfelijk ervaring om te zien hoe het Duitse leger instort. Hij is geboren en opgegroeid in Berlijn en heeft daar meegemaakt hoe de Joden bedreigd werden. Hij heeft zelf de angst gevoeld. Nu is er aan dat trotse rijk een eind gekomen.

    De grootste verschrikking moet echter nog komen. Als Werner en zijn kameraden verder Duitsland intrekken stuiten ze op een concentratiekamp. Daar zien ze onbeschrijfelijke taferelen. Werner had wel gehoord van kampen als Dachau en Buchenwald. Maar wat er precies gebeurde wist hij niet. Nu ziet hij met eigen ogen tot welke verschrikkingen de nazi’s in staat waren. Natuurlijk denkt hij meteen aan zijn eigen familie. Hebben zij een dergelijk lot ondergaan?

    Hij heeft zelf de angst gevoeld. Nu is er aan dat trotse rijk een eind gekomen.

    Hij wil zo snel mogelijk uitvinden hoe het met vader, moeder, Hans en Fritz is. Hij moest hen zes jaar geleden achterlaten in Amsterdam. Toen stapte hij op de trein naar Antwerpen en vandaar met de boot naar Amerika. Het afscheid was emotioneel en moeilijk. Zou hij hen weer terugzien?

     

    De zoektocht naar zijn familie

    Werner krijgt toestemming om naar Amsterdam te gaan. Met een legertruck vol voedsel, koffie en sigaretten legt hij de zeshonderd kilometer naar Amsterdam af. Hij weet dat veel mensen in Nederland ernstig ondervoed zijn geraakt tijdens de Hongerwinter.

    Als hij in Amsterdam aankomt, rijdt hij eerst naar Cliostraat 39, waar zijn familie woonde toen hij vertrok. Een man doet open en vraagt of hij Angress heet. ‘Ja’, antwoordt Werner. Het is bijna niet te geloven, maar de vorige dag is zijn moeder hier aan de deur geweest om haar nieuwe adres door te geven, mocht haar zoon Werner hier aanbellen. Zo gaat Werner naar het opgegeven adres. Moeder doet open en zijn blijdschap op dat moment is niet te beschrijven. Zij vertelt dat zij en zijn broers ondergedoken zijn geweest. Ze hebben het overleefd dankzij het Nederlandse verzet.

     

    Vader is verdwenen

    Wat is er met vader gebeurd? Moeder weet alleen te vertellen dat vader gevangen is gezet in een gevangenis in Berlijn. Hij had indertijd hun eigen geld uit Duitsland gesmokkeld en in Nederland verstopt. Toen de nazi’s erachter kwamen hebben ze hem in de gevangenis gestopt en vandaar is hij naar Auschwitz gebracht. Wat er daarna met hem gebeurd is, weet moeder niet. Maar ze heeft hoop dat ook hij spoedig naar huis zal komen.

    Wanneer Werner hoort dat zijn vader naar Auschwitz is gebracht, weet hij genoeg. Hij heeft met eigen ogen gezien hoe het er in de kampen aan toe ging. Vele jaren later, als moeder is overleden, ontdekt Werner dat zijn vader op 19 januari 1943 in Auschwitz is vermoord.

    Wanneer Werner hoort dat zijn vader naar Auschwitz is gebracht, weet hij genoeg.

    Maar op dit moment is de vreugde groot. Ondanks de teleurstelling dat vader er niet bij is. Hans heeft een klein bosje bloemen langs de kant van de weg geplukt. Een cadeautje voor moeder. Het is Moederdag, 13 mei 1945.

     

    Bronnen:

    ‘Atlas van een bezette stad. Amsterdam 1940-1945’ – Bianca Stigter

    ‘De Ritchie-boys’ – Bruce Henderson

    Thema

    Over de auteur