fbpx
  • - Foto: Joods Agentschap
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    ‘Onze broers en zussen komen thuis’

    29 mei 2020

    Men veronderstelt vaak dat, wanneer Joden alija maken, ze feitelijk naar huis gaan. Naar de plek waarheen God hen terugleidt. Je zou misschien denken dat dit betekent dat terugkeren gemakkelijk is, natuurlijk, met een goed gevoel dat alles op z’n plaats valt. Tot op zekere hoogte is dat waar: alle Joden die op alija gaan, komen werkelijk thuis. Maar terwijl de tijd van alija maken inderdaad een tijd vol vreugde is, is het ook een tijd vol vrees, vol moeite en behoorlijk vaak met een ongemakkelijk gevoel van ‘er niet thuishoren’.

    Er zijn zoveel dingen nieuw voor de olim (nieuwe immigranten): de taal, het weer, de manier waarop mensen elkaar aanspreken (wie houdt niet van de Israëlische ‘gotspe’ (vrijmoedige brutaliteit…). Zelfs de smaak van brood en water ligt anders op hun tong. Het kost tijd om te leren, tijd om met geloof en liefde deze gevoelens te verwerken, en om het gevoel van ‘woestijngeneratie’ van zich af te schudden en werkelijk het Beloofde Land binnen te gaan.

    In die betekenis zijn alle Joden die alija maken gelijk aan Ruth uit de Bijbel van wie we het verhaal lezen als we Sjawoe’ot, Pinksteren vieren.

    “Want waar u heen gaat zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten. Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.” (Ruth 1:16b)

    Diegenen onder ons die geloven in alija en van de olim houden, moeten gelijk zijn aan Boaz. En de ons door de Bijbel opgelegde verantwoordelijkheid aanvaarden om de olim te helpen. Niet alleen hen te helpen met alija, maar zo te helpen dat het de olim daarin goed gaat.

    Nu in de tijd van de coronapandemie is dit zelfs nog belangrijker en tegelijkertijd moeilijk.
    Zo doen we moeite om olim met evacuatievluchten naar Israël te brengen, zoeken we nieuwe paden in de wildernis en realiseren we ons de vrees en de urgentie van alija nu het antisemitisme toeneemt. Eerst moeten we zeker zijn van de gezondheid van de olim, om hun 14-daagse quarantaineverblijf te kunnen garanderen. En dan breekt de tijd aan van de feitelijke alija en het ervoor zorgen dat het ze aan niets ontbreekt.

    Zo’n verhaal is de alija uit Ethiopië die juist vorige week rond Jeruzalem-dag plaatsvond. [Op deze dag vieren we de hereniging van de stad onder Israëls bestuur, maar het is ook de dag waarop de Ethiopische-Joodse gemeenschap gedenkt hoe zo’n 4000 mannen, vrouwen en kinderen tijdens de barre tocht naar Israël door de woestijn het leven lieten.] Op deze bewuste dag kwamen 119 nieuwe olim uit Ethiopië de vliegtuigtrap af, bogen zich neer om de grond te kussen en ontvingen een welkomstbloem uit handen van niemand minder dan de zo pas benoemde nieuwe minister van Integratie, Pnina Tamano-Shata, de eerste minister van Ethiopische afkomst! In de videoclip hieronder zie je iets van deze wonderlijk blijde gebeurtenis:

    Met Gods hulp zullen ze goed door hun alija heen komen.

    Over de auteur