fbpx
  • Orthodoxe jongetjes tijdens de viering van Sjawoe'ot. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Sjawoe’ot – het geschenk van de Thora

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 28 mei 2020

    We vieren als Joden de komende dagen (29 en 30 mei) Sjawoe’ot (het Wekenfeest) waarbij we herdenken dat we op de berg Sinai de Tien Geboden (en de rest van de Thora) hebben ontvangen. Bracht de Thora iets nieuws? Ik denk het wel.

    “Is er soms ooit zo iets groots gebeurd of is er ooit zo iets dergelijks gehoord? Heeft er ooit een ander volk de stem van G’d gehoord die midden uit het vuur sprak, zoals jullie die gehoord hebben en is in leven gebleven?” (Deuteronomium 4:32-33)

    Nieuwe ideeën

    Met de Thora-overdracht op de berg Sinai (3332 jaar geleden) ontstonden vele nieuwe ideeën. Rabbijn Jonathan Sacks vat het kort samen:

    • Voor het eerst ontstond een politiek lichaam: een natie van burgers onder leiding van G’d, met een geschreven grondwet (de Thora) en een unieke missie: “een koninkrijk van priesters en een heilig volk te zijn.”
    • De Thora bindt de uitoefening van macht aan morele beperkingen. Voor het eerst stond het recht boven de macht. Iedere tiran was totaal aan de wet gebonden. Iedere despoot kon terechtgewezen worden. Superbelangrijk! Iedereen had het recht om immorele bevelen te negeren.
    • G’d vroeg de Joden of zij Zijn volk wilden zijn. Bestuur en regering worden alleen met toestemming van het volk aangesteld. Daarzonder is er geen legitieme machtsuitoefening zelfs als het de Schepper is van hemel en aarde betreft. Zonder instemming van het volk zou de Openbaring niet hebben plaatsgevonden.
    • Vroegere democratieën (bijvoorbeeld Athene) kenden alleen politieke rechten toe aan de machtigen en rijken. Vrouwen, vreemdelingen, kinderen en slaven deden niet mee. In West-Europa kregen vrouwen pas stemrecht in de twintigste eeuw. G’d raadpleegde eerst de vrouwen: “zo zul je zeggen tegen het huis van Ja’acov”- dit zijn de vrouwen. Onze grondwet omvat iedereen. Burgerschap is bij ons iets universeels.

    Het duurde millennia voordat we hier in West-Europa – de bakermat van de ‘beschaving’ – zover waren.

    Sjawoe’ot – het feest van de Thora – is de gelegenheid bij uitstek om ons eens in zeer fundamentele vragen te verdiepen. In Pirké Awot (Spreuken der Vaderen VI:2) komt een opmerkelijke uitspraak voor: “Rabbi Jehosjoe’a ben Levie zei, naar aanleiding van Sjemot/Exodus 32:16 ‘De Tafelen – met de Tien Geboden – waren G’ddelijk werk en het schrift was G’ddelijk schrift – charoet – gegrift in de Tafelen; lees niet ‘charoet’ maar ‘chéroet’, vrijheid. Want alleen degene die de Thora bestudeert, is werkelijk vrij en een ieder die Thora leert, komt steeds op een hoger peil”.

    Vrijheid in verbondenheid

    Dat men door constante Thorastudie steeds op een hoger plan komt, lijkt logisch omdat de Thora G’ds wijsheid bevat. Hoe meer men van deze ‘chogma’ (wijsheid) in zich opneemt, hoe dichter men bij G’d komt, hoe hoger men reikt en hoe vrijer men is. Maar juist in onze tijd van liberalisme, tolerantie en individualisme lijkt gehecht­heid aan de Thora een belem­mering voor onze individuele ontplooiing. Hoe vaak horen we niet dat juist de Thora ons overal beperkingen oplegt. We kunnen niet zomaar overal eten, op Sjabbat kunnen we niet naar het strand. Met handen en voeten zijn wij gebon­den aan de Thora. Is dat nu de werkelijke vrijheid?

    De Thora eist van ons dat wij ons aan haar voorschriften houden, wat telkens een vorm van onderwerping inhoudt. Wanneer wij een gezagsverhouding aangaan met een mens van ‘vlees en bloed’ betekent dit inderdaad dat wij onze eigen wensen en verlan­gens tijdelijk ‘in de ijskast’ zetten. Als wij ergens voor een ‘baas’ gaan werken, worden wij geacht ons acht uur per dag volledig voor het werk van onze werkgever in te zetten. Onze eigen ontplooiing en behoeften verschuiven wij naar de avonduren. Er zijn maar zeer weinig mensen die het lukt om hun eigen identiteit en persoon­lijkheid volledig te actualiseren in aardse werkopdrachten. Mystieke ervaringen vinden zelden of nooit op de werkvloer plaats. De wensen van directie en personeel sporen zelden gelijk, noch qua inhoud, noch qua tempo.

    Thora is ontplooiing

    Bij het Thoragezag lijkt dat echter anders. Juist de Thora-Gever is in staat geweest een systeem te creëren, waardoor beide doelen tegelijkertijd haalbaar zijn: een maximale onderwerping is de voorwaarde voor de meest optimale per­soonlijke ontplooi­ing. Het verschil tussen een menselijke en de G’ddelijke ‘baas’ ligt ingebed in de volgende punten:

    a) De G’ddelijke ‘baas’ heeft ons niet nodig. De menselijke baas wel. De aardse baas huurt anderen in voor de realisatie van zijn plannen, die niet mijn plannen zijn.
    b) Door Zijn ‘onbeperktheid’ en ‘onafhankelijkheid’ is G’d nu juist bij uitstek in staat een systeem te creëren waarin juist de persoonlijke groei van Zijn onderda­nen centraal staat.

    Het is ontegenzeggelijk waar dat de Thora-Gever ons vele regels voorschrijft. Wat G’d hiermee beoogt, is juist het meest mense­lijke – en bij het Joodse volk is dat het meest ‘Joodse’ – te optimaliseren. De Thora doet een beroep op onze hoogste menselijke ambities. Het Thora-leven wordt ook wel eens omschreven als een ontdekkingsreis naar ons ‘ware ik’. Maar om dat ‘echte eigene’ te bereiken, moet aan vele randvoor­waarden voldaan worden, juist in onze jachti­ge, prestatie- en productiegerichte maatschappij. De eindeloze stroom nuttige en nutteloze informatie, het eeuwig bezig zijn met allerlei dingen buiten onszelf – presteren en produce­ren – doen ons al snel vergeten waar het werkelijk om draait in het leven.

    Een nachtje doorhalen

    We stonden aan de voet van de berg Sinai, donder en bliksem. De meest monumentale gebeurtenis uit de ge­schiedenis van de mensheid zal zich zodadelijk ontvouwen voor de ogen van 1.207.100 volwassen getuigen. Maar, waar is het Joodse volk? Wat een chotspe (brutaliteit): op de dag dat het Joodse volk uitverkoren zou worden, had het zich verslapen!

    De Joden versliepen zich expres omdat zij meenden in slapende toestand meer van Hasjeems Openbaring te kunnen vatten dan in wakende toestand. In waaktoestand kan ons bewustzijn slechts zintuiglijke ervaringen verwerken. In sluimertoestand zijn wij soms in staat iets van de hogere werelden te vatten. De meeste profeten zagen slechts visioenen in hun dromen. In onze dromen wordt ons een blik in Hemelse sferen gegund.

    De Joden wilden van deze eenmalige Sinai-ervaring zoveel mogelijk ‘meenemen’ en dachten, dat zij er goed aan deden te blijven slapen. Mozes onze leraar maakte hen wakker omdat de essentie van het Jodendom nu juist niet bestaat uit zweverige en dromerige, spirituele bespiegelingen. Het Jodendom is een religie van de wakkere realiteit en dient temidden van het volle leven te worden uitgedragen.

    Om deze foutieve benadering van onze voorouders te rectificeren, leren wij vandaag de dag nog steeds de hele nacht van Sjawoe’ot door.

    Cheesecake, bloemen en planten

    We eten tijdens Sjawoe’ot melkgerechten. Cheesecake staat bovenaan op het menu. Deze minhag bevat een diepe symboliek: de getallenwaarde van het woord ‘chalav’ (melk) is veertig als toespeling op de veertig dagen, die Mozes door­bracht op de berg Sinai. Tot de openbaring op Sinai aten de Joden onreine en niet-koosjer geslachte dieren. Na de Sinai was hun vleesgerei dus treife, ‘onkoosjer’ geworden. Er bleef hen geen andere keus dan melkgerechten te eten. Bovendien werd Mozes op 6 Sivan (de datum van Sjawoe’ot) door de Egyptische prinses Batja – Farao’s dochter – uit de Nijl gered. Mozes weigerde toen bij Egyptische zoogmoeders te drinken. Hij dronk alleen bij zijn moeder Jochebed.

    Op Sjawoe’ot wordt de synagoge met bloemen en planten versierd. Ook dit heeft diepere betekenis. Het is een toespeling zien op het oeverriet, waarin Mozes door zijn moeder ver­stopt werd. Mozes werd geboren op 7 Adar. Zijn moeder kon hem drie maanden lang thuis verborgen houden voor Egyptische soldaten. Op 6 Sivan – dezelfde datum, waarop tachtig jaar later de Thora zou worden gegeven – legde zij hem in de Nijl. Het is tegelijkertijd een herinnering aan de berg Sinai, die toen met groen bedekt was. In de Sinai groeit nu vrijwel niets. Door G’ds Aanwezigheid groeide en bloeide alles. Een les voor eeuwig: alleen door G’ds Aanwezigheid kunnen we ons menselijk potentieel optimaal realiseren!

    Over de auteur