fbpx
  • Leden van de operationele cybereenheid 8200 van de IDF tijdens een training. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Uitwisseling van cybervuur

    Yochanan Visser - 25 mei 2020

    Iran en Israël zijn de afgelopen maand een nieuwe fase in het conflict tussen de twee landen ingegaan over de laatste maand. Op 24 april voerde Iran een cyberaanval uit op Israëls waterinfrastructuur en probeerde de watervoorziening en de rioolwaterzuivering in de Joodse staat te saboteren.

    De cyberaanval had niet het gewenste effect en veroorzaakte minimale schade. De aanval wist een pomp in het watersysteem op hol te jagen, maar omdat het personeel van waterpompstations direct ingreep en wachtwoorden en dergelijke in de computers verving, konden de Iraniërs verder weinig schade aanrichten. De pomp die doldraaide werd tijdig uitgeschakeld en wist men later te repareren.

    Tegenaanval

    De Israëlische regering wilde de aanval aanvankelijk niet beantwoorden maar de nu afgetreden ninister van Defensie Naftali Bennett drong aan op vergelding en kreeg voor elkaar dat het veiligheidskabinet groen licht gaf voor een cyberaanval op Iran. Bennett heeft in de meer dan zes maanden dat hij minister van Defensie was voortdurend aangedrongen op het aandraaien van de duimschroeven in de strijd met Iran. Hij vergeleek het regime in Iran met een octopus wiens tentakels Israël probeerden te wurgen en zei dat Israël de kop van de octopus moest raken om een einde te maken aan de agressie uit Teheran.

    “Volgens Israëlische en buitenlandse experts is eenheid 8200 de meest geavanceerde cybermacht ter wereld, zelfs beter dan zijn Amerikaanse equivalent de NSA.”

    Op 9 mei reageerde Israël uiteindelijk en lanceerde een cyberaanval op de Iraanse havenstad Bandar Abbas, nabij de straat van Hormuz. De aanval veroorzaakte grote chaos in de haven en op de wegen daarnaartoe. Satelietfoto’s lieten zien dat er lange files ontstonden en dat schepen de haven niet meer binnen konden varen. De situatie verbeterde nadat de havenautoriteiten in Bandar Abbas de terminalapparatuur handmatig gingen bedienen en schepen wisten te ontladen en laden.

    Israël lekte bewust het verhaal over de aanval naar de media om internationale aandacht te krijgen en om een duidelijke boodschap aan Iran over te brengen: cyberaanvallen op cruciale infrastructuur overschrijden een rode lijn en zouden beantwoord kunnen worden met een veel grotere aanval die Iran kon platleggen indien Israël dat zou willen.

    Qudsdag

    De Iraanse autoriteiten hebben de boodschap duidelijk niet begrepen. Dat bleek uit een nieuwe aanval op rechtse politieke websites in Israël op de zogenaamde Quds (Jeruzalem) dag. Qudsdag wordt jaarlijks in Iran gevierd met anti-Israëlische manifestaties en militaire parades, maar dit jaar werd daar vanaf gezien vanwege de enorme coronacrisis in Iran.

    In plaats daarvan werden online manifestaties gehouden waarin ook de opperste leider Ayatollah Ali Khamenei verscheen. Khamenei bedreigde Israël opnieuw met vernietiging en hetzelfde gold voor de stafchef van het Iraanse leger Hossein Baqeri die beweerde dat Israëli’s in de straten van Tel Aviv voelden dat het einde van de Joodse staat naderde.

    Premier Benjamin Netanyahu die vorige week zondag opnieuw werd ingezworen als premier van de nieuwe Israëlische regering gebruikte daarna Twitter om Khamenei van repliek te dienen en waarschuwde de Iraanse leider dat iedere poging om Israëls bestaan te bedreigen zou worden beantwoord met een soortgelijke, maar grotere aanval.

    Netanyahu maakte een vergelijking met de nazi’s die werkten aan de Endlösung de uiteindelijke oplossing van het ‘Joodse probleem’ via massamoord op het Joodse volk en zei dat Israël nu de macht had om het volk te beschermen.

    Capaciteiten

    Dit werd bevestigd door Amos Yadlin het hoofd van het Israëlische Nationale Veiligheid Instituut (NSSI). Yadlin zei in een interview met de Israëlische media dat Israël met de cyberaanval op Bandar Abbas had aangetoond dat het nu een cybersupermacht was geworden en beweerde dat Israëls capaciteiten op het gebied van de cyberoorlogsvoering veel groter waren dan nu was aangetoond.

    Een andere niet nader genoemde Israëlische official zei tijdens een interview met TV Kanaal 13 dat Iran een duidelijke rode lijn had overschreden op 24 april en zei dat de aanval de internationale code in oorlogsvoering had geschonden. “We hadden dit niet verwacht zelfs niet van de Iraniërs. Zoiets doe je niet,” zei Yadlin, eraan toevoegend dat de Israëlische cyberaanval op Bandar Abbas een duidelijk signaal voor Iran zou moeten zijn dat “civiele infrastructuur buiten de strijd zouden moeten worden gehouden.”

    Israël heeft Iran eerder digitaal aangevallen toen in 2007 het kernwapenprogramma van de Islamitische Republiek werd ontregeld via een aanval met het zogenaamde Stuxnetvirus dat een kwart van de uraniumverrijkingscentrifuges in Iran onklaar maakte. Dit Stuxnetvirus werd door een speciale cybereenheid (8200) van het Israëlische leger samen met de CIA ontwikkeld en zorgde voor grote problemen in het Iraanse nucleaire programma.

    De 8200 eenheid is één van de belangrijkste pionnen in de vaak onzichtbare oorlog tegen Iran en is in staat om iedere computer binnen te dringen om informatie te verzamelen, codes te kraken of om de computer onklaar te maken zoals nu in Bandar Abbas gebeurde. Volgens Israëlische en buitenlandse experts is eenheid 8200 de meest geavanceerde cybermacht ter wereld, zelfs beter dan zijn Amerikaanse equivalent de NSA.

    Volk versus regime

    De haat tegen Israël van het Islamistische regime in Iran wordt in ieder geval niet gedeeld door een aanzienlijk deel van het Iraanse volk dat al maanden wordt geteisterd door het coronavirus en economische neergang. Het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken maakte op woensdag bekend dat duizenden Iraniërs zich de laatste maanden tot het ministerie hadden gewend om medische behandeling in Israël aan te vragen en om politiek asiel te zoeken in de Joodse staat.

    Het regime blijft ondertussen doorgaan met zijn oorlog tegen Israël en probeert om de Palestijnse terreurbeweging het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina nieuw leven in te blazen via financiering en levering van wapens die zouden moeten worden gebruikt in een nieuwe intifada in Judea en Samaria.

    Hamas leider Ishmail Haniyeh onthulde verder in Gaza dat Iran nu de hoofdsponsor van Hamas was geworden en prees het land voor haar steun aan de Palestijnse nationale beweging in haar strijd tegen Israël.

    TV Kanaal 12 in Israël meldde verder dat Iran ondanks de enorme economische- en gezondheidscrisis haar hulp aan Hezbollah niet heeft verminderd. De Libanese terreurbeweging wordt door Iran onder druk gezet om haar activiteiten tegen Israël op te voeren.

    Over de auteur