fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het Ben Shemenwoud

    Joanne Nihom - 15 juni 2020

    Afgelopen week organiseerde het Joods Nationaal Fonds (JNF), onder leiding van boswachter Nitai Zecharya, een virtuele rondleiding door het Ben Shemenwoud in Israël. In mei 2019 woedde daar een afschuwelijke brand. 250 hectare natuur ging in vlammen op. Brandweermannen werkten dag en nacht om de verspreiding van het vuur te stoppen en slaagden daar pas na drie dagen in.

    Door de coronacrisis kom ik al maanden niet echt uit het dorp waar ik woon en het was heerlijk om, samen met nog zo’n vijftig ‘wandelaars’, virtueel meegenomen te worden in dit prachtige door het JNF aangelegde woud.

    “Ieder jaar is er in de zomer een gevecht tegen de droogte, hitte en wind”, vertelde Nitai al wandelend.  “We zijn continu alert, maar kunnen ondanks de vele preventiemaatregelen een brand niet altijd voorkomen. Twee jaar geleden kwam het vuur hier van drie kanten en was het vanwege de hoge temperaturen en de schrale, krachtige woestijnwind vrijwel oncontroleerbaar.

    “Er zijn plekken die zo verbrand waren dat we dachten dat het nooit meer goed zou komen. Maar ook daar komen bloemen en groen weer tevoorschijn.”

    Ons prachtige woud veranderde in een paar luttele uren in een zwarte, uitzichtloze dode ellende. We waren vrijwel machteloos. Overal zag je troosteloze, zwartgeblakerde stompjes en verschroeide aarde. Het was afschuwelijk en zo ernstig dat het herstel en de vernieuwing meerdere jaren in beslag zullen nemen.”

    Het Ben Shemen Woud beslaat drieduizend hectare en ligt centraal, tussen Tel Aviv en Jeruzalem. Daardoor heeft het een grote sociale betekenis. Jaarlijks komen er meer dan 1,6 miljoen bezoekers om te recreëren en te genieten van de door het JNF aangelegde wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en een indrukwekkende flora en fauna.

    Na een brand heeft het JNF altijd een herstelprotocol. Nitai: “Normaal gesproken laten we een verwoest gebied eerst een jaar met rust en geven de natuur de kans zich te herstellen. Vervolgens bekijken we wat er moet gebeuren. Maar omdat dit zo’n belangrijk woud is voor zoveel mensen, was het nu belangrijk om het zo snel mogelijk weer toegankelijk te maken.”

    Zodra de brand onder controle was, maakten de boswachters een plan waarbij brandpreventie voorop stond. Nitai: “Allereerst verwijderden we de zwartgeblakerde bomen en takken. Ook werden bomen verwijderd die snel brand vatten, zoals naaldbomen. De nieuwe aanplant die er komt, bestaat uit een gevarieerd aanbod van breedbladige bomen en weideplanten. Dit zal de gezondheid van het bos verbeteren en brandgevaar verminderen. De nieuwe bomen worden met voldoende ruimte van elkaar geplant. En het groen wordt laag bij de grond gehouden, zodat eventueel vuur zich niet makkelijk kan verspreiden.”

    Door de coronacrisis werden alle bossen en parken van het JNF tijdelijk gesloten. Ook het Ben Shemen Woud. “Dat was een geluk bij een ongeluk, zo konden we in alle rust werken aan een gedeeltelijk herstel”, vertelt Nitai. “De rust zorgde ook dat de dieren weer terugkwamen, zoals jakhalzen, stekelvarkens, gazelles en veel soorten vogels.”

    Nitai loopt met ons door een stuk van het park dat er nog donker en kaal uitziet, als hij plotseling begint te glunderen. “Kijk, hier komt het groen weer tot leven”, vertelt hij, terwijl hij de camera erop inzoomt. “Er zijn plekken die zo verbrand waren dat we dachten dat het nooit meer goed zou komen. Maar ook daar komen bloemen en groen weer tevoorschijn.”

    Tegen het eind van de rondleiding – ik ben inmiddels helemaal vergeten dat ik niet echt in het woud loop – laat Nitai ons een stuk grond zien waar een begin is gemaakt met nieuwe aanplant van een paar duizend bomen. “Samen met vrijwilligers en bewoners van Mevo Modi’im, het dorp dat vrijwel geheel verwoest werd, hebben we hier met Toe Bisjwat bomen geplant. Het was een emotioneel moment en voelde voor ons als een nieuw begin. Het planten van bomen geeft hoop en vertrouwen. We zijn er nog niet en hebben veel steun en hulp nodig, maar een voorzichtig begin is gemaakt.”

    Over de auteur