fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Opinie

    Opa’s glazen pot

    29 juni 2020

    Wanneer mensen omkomen door politiegeweld is de wereld terecht in oproer. Maar wanneer er een paar dagen later synagogen worden beklad, tallitot (gebedskleden) en teffilin (gebedsriemen) in de toileten van een synagoge worden gestopt en Thorarollen kappot worden geknipt en op de grond gegooid, dan hoort men opeens geen mus. Wanneer Joodse winkels met opzet worden geplunderd door ‘antiracisten’ dan is de luide wereld opeens erg stil.

    Waar was de media-oproer en de verontwaardiging van al deze demonstranten toen slechts een half jaar geleden tijdens een Chanoeka-viering een Afro-Amerikaanse man een bloedbad aanrichtte in het huis van Rabbijn Chaim Rotenberg, een Chassidische Rebbe in Monsey, New York? Al deze strijders voor gerechtigheid, gelijkheid, broederschap en vrede. Mensen die nooit bang zijn om een confrontatie aan te gaan met een ieder die het maar niet met hun eens is? Al deze mensen waren opeens nergens te bekennen.

    De antisemitische steekpartij in Monsey, die het leven kostte aan de 72-jarige Yosef Neumann, was slechts een van de vele antisemitische aanvallen. Alleen al in de week van Chanoeka waren er meer dan negen gewelddadige incidenten in de ‘Joodse wijken’ van New York. En dit was slechts een paar weken nadat een gewapend Afro-Amerikaans koppel een koosjere supermarkt in New Jersey binnenviel en daar het leven ontnam van drie mensen. Een aanslag waarvan de politie zei dat deze was gebaseerd op Jodenhaat.

    “Regelmatig krijgen wij te horen hoe men ‘wel kan begrijpen’ dat ik, mijn vrienden, en zelfs Joodse schoolkinderen in Europa, worden aangevallen ‘om wat Israel doet’ …”

    De kans is echter groot dat je er nooit van gehoord hebt. Hoewel het geweld tegen zichtbaar herkenbare Joden over de hele wereld toeneemt is de media-aandacht en, nog belangrijker, de aandacht van justitie over het algemeen schaars. Sommige mediakanalen lijken zelfs de toename van het geweld aan orthodoxe-Joden zelf te wijten met het argument dat groeiende orthodoxe gemeenschappen ‘voorspelbare frictie’ veroorzaakten. Wanneer Joden worden aangevallen door antisemieten, en vooral wanneer Joden die niet eens in Israël wonen, verantwoordelijk worden gehouden voor wat de Israëlische regering doet, zijn de normaal gesproken zo luidruchtige anti-racisten zó stil dat het oorverdovend is.

    Glazen pot

    Zo stil dat het mij de tijd gaf om te denken aan mijn schooljaren in Nederland … en aan mijn opa’s hamerende woorden om altijd beter te zijn dan mijn Hollandse klasgenootjes, “die jou altijd zullen zien als een buitenstaander. Je moet hen niet alleen laten zien dat je gelijk bent, maar dat je beter kan zijn dan zij. Dat je beter bent!” Volgens hem maakte het niet uit wat ik ook zou doen of bij welke ‘groep’ ik mij zou aansluiten: aan het einde van de dag zou ik altijd een buitenstaander blijven in de ogen van mijn klasgenoten.

    In de zomers bezocht ik mijn grootouders vaak in hun zomerhuis. Tijdens zo’n zomer – ik was negen jaar – stuitte ik op een grote glazen pot. De pot bevatte allerlei bundeltjes opgerold geld van verschillende valuta’s. Franse franken, Belgische franken, Duitse marken, Nederlandse guldens, Spaanse peseta’s, Britse ponden, Amerikaanse dollars en waarschijnlijk nog meer die ik me niet meer herinner. “Opa, waar is dit voor?” vroeg ik hem toen hij plotseling naast mij stond. Zijn antwoord?

    “Je weet nooit hoe mensen zijn. De ene dag zijn ze aardig en gedragen ze zich als je vrienden. En de andere dag gooien ze je het land uit, of in de gevangenis, en neemt de bank je bankrekening over. Vandaag lijkt alles misschien leuk en aardig, maar je weet maar nooit hoe lang dit zal duren. Vertrouw ze nooit. Je moet dit altijd onthouden. Vergeet het nooit.” Met deze woorden nam Opa de glazen pot van mijn handen en zette het ergens anders neer. Het was pas jaren later dat ik erachter kwam wat hij allemaal had meegemaakt tijdens de oorlog.

    Joods lijden

    Als kleine jongen begreep ik zijn woorden niet maar door de jaren heen ben ik gaan zien hoe waar deze kleine levensles was. Antisemitisme zit diep geworteld in de Europese samenleving. Maar tegelijkertijd kan men niet ontkennen dat veel van de antisemitische aanvallen niet van extreem-rechts komen, maar van niet-witte mensen die zich laten meeslepen door complottheorieën die net zo ongegrond, haatdragend en gevaarlijk zijn als die van witte nationalisten.

    Zoals ik al eerder schreef, ben ik persoonlijk aangevallen en bespuugd geweest. Om nog maar te zwijgen over alle verbale aanvallen. Al deze ‘incidenten’ werden niet gedaan door autochtone Europeanen en natuurlijk zei daarom geen van de antiracisten, die antisemitisme altijd willen afschuiven op extreem-rechts, er zelfs maar één woord over.

    Het maakt niet uit van welke politieke of religieuze hoek het komt; Joods lijden wordt tegenwoordig alleen maar gebruikt wanneer het goed uitkomt voor een bepaalde groep. Om bijvoorbeeld de ernst van de Palestijnse situatie te beschrijven, of om de pijn van de Black-lives-matter-beweging uit te leggen. Maar echt Joods lijden? Daar hoor je haast niemand over. Ben ik daar verbaasd over? Nee, helaas niet.

    Misschien is het niet eerlijk om te zeggen dat men er niets over zegt. Want de antiracisten zeggen er namelijk vaak wel wat van. Regelmatig krijgen wij te horen hoe men ‘wel kan begrijpen’ dat ik, mijn vrienden, en zelfs Joodse schoolkinderen in Europa, worden aangevallen ‘om wat Israel doet’ …

    Vijand van mijn vijand

    Een bekende gezegde luidt: “de vijand van mijn vijand is mijn vriend”. Persoonlijk zou ik zeggen: “de vijand van mijn vijand is niet meteen mijn vriend”. Een aantal jaar geleden, na een van de vele terreuraanslagen in Jeruzalem, kwam een kind thuis uit school en zei hij tegen zijn moeder: “zie je wel, mama. Alle niet-Joden haten ons!”
    “Alle niet-Joden?” vroeg zijn moeder hem, “hoe zit het dan met Piet Pietersen*?”
    “O ja, dat is waar. Ze zijn niet allemaal slecht” antwoordde de kleine jongen uiteindelijk voordat hij naar zijn kamer ging om te spelen.

    Geloof ik dat alle niet-Joden ons haten? Nee, dat doe ik zeker niet. Christenen voor Israel is hier alleen al een goed voorbeeld van. Maar net zoals het bovengenoemd kind moeten wij er soms aan herinnerd worden dat wij gelukkig inderdaad nog steeds gezegend zijn met vrienden die echt achter ons staan.

    *naam veranderd om privacy redenen.

    Over de auteur