fbpx
  • Opperrabbijn Binyomin Jacobs. - Foto: Marte Visser
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Verbroedering, ondanks pijnlijk verleden

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 3 juni 2020

    Ik ben een beetje aan het bijkomen van mijn dagboek van gisteren over de lege Dam van 4 mei en de overvolle Dam van 1 juni. De zon schijnt en nog steeds komen er dankbare berichten binnen van medewerkers, bewoners en familie van bewoners over de pakjes die mijn christelijke vrienden hebben uitgedeeld (en ik mocht mee) om de bewoners van Beth Shalom wat licht in de duistere corona-periode te brengen.

    Een hoogbejaarde dame schreef me: “Lieve opperrabbijn, Wat fijn dat u die christenen had meegenomen en dat ze me niet eens probeerden te bekeren”. Toen het Joodse volk bij de berg Sinai stond, heerste er een volstrekte éénheid in diversiteit. Het Joodse volk bestond uit twaalf stammen die allen hun eigen gebied hadden, hun eigen vlag, taak en ook dus hun eigen identiteit. Maar over die diversiteit heen rustte een serene en oprechte éénheid.

    Ik probeer al jarenlang bruggen te bouwen met andere geloofsgemeenschappen in Nederland. Niet om er een gezamenlijk geloof van te maken, een soort godsdienstige eenheidsworst, maar om vanuit hetgeen ons bindt samen op te trekken, elkaar tot steun te zijn en samen te vechten voor waarden en normen die we delen. Maar mijn rust vandaag werd bijna verstoord. Nee, geen antisemitisch naschelden. Hoe langer corona duurt, hoe vaker ik mijn wandelingetje maak, hoe meer vriendelijke groeten en hoe minder onvriendelijk naroepen. Nog vanochtend stopte mij een man afkomstig uit Turkije. Of ik uit Israel kwam, want ik heb een baard en draag een keppeltje. Het was een fijn gesprek. Wederzijds begrip, helemaal top! Of hij nu uiteindelijk begreep dat ik Nederlander ben, weet ik niet, want zijn Nederlands was niet optimaal.

    “Kritiek op Israël kan zomaar naar mij als Nederlandse Jood een negatieve vertaalslag krijgen.”

    Neen, een brief van de Raad van Kerken aan onze minister van Buitenlandse zaken, maakte mij verdrietig. De Raad van Kerken roept namelijk onze minister op om Israël te boycotten! Weet de Raad van Kerken dan niet dat de enige groeiende christelijke gemeenschap in het Midden-Oosten zich in Israël bevindt? Sluit de Raad van Kerken dan zijn ogen voor de krimpende christelijke gemeenschap in Bethlehem, sinds Bethlehem niet meer onder het gezag van Israël valt maar onder de Palestijnse Autoriteit? Is de Raad van Kerken zich bewust van de haat die in schoolboeken in de Israël omringende landen wordt aangewakkerd tegen Joden? Ik herinner me die vluchteling uit Syrië die mij bij mij thuis vertelde dat hij was opgevoed met de wetenschap dat je Joden moet verdelgen. Maar hij wist niet of Joden mensen, dieren of dingen waren!

    Is de Raad van Kerken vergeten dat vijftienhonderd jaar theologische christelijke haat jegens Israël de basis heeft gelegd waarop de nazi’s verder konden bouwen? Is het dan niet bekend dat er nergens in het Midden-Oosten zoveel vrijheid van godsdienst is als in Israël en dat je in Jeruzalem zo’n beetje alle godsdiensten ter wereld ziet rondlopen? Beseft de Raad van Kerken niet dat Israël door alle omringende landen wordt veracht en dat recentelijk nog de hoogste geestelijke leider in Iran, de ayatollah Khamenei, Israël heeft vergeleken met een kwaadaardig kankergezwel dat uitgeroeid moet worden? Heeft de Raad van Kerken hierover onze minister van Buitenlandse Zaken ook benaderd?

    Broeders en zusters, In Europa neemt het antisemitisme weer zorgwekkend toe. U weet dat en keurt dat zeker af, daarvan ben ik overtuigd. Maar gelijk die meneer uit Turkije, die ik ontmoette tijdens mijn wandeling, maar niet begreep dat ik Nederlander ben (al zeker tien generaties!), zo ook is bij het grote publiek het verschil tussen kritiek op Israël en antisemitisme flinterdun. Kritiek op Israël kan zomaar naar mij als Nederlandse Jood een negatieve vertaalslag krijgen.

    Gelet op de geschiedenis, waarin de kerken steeds Joden hebben voorgehouden wat ze wel en niet moeten doen, zou het diezelfde kerken nu sieren om terughoudendheid te betrachten en bescheidenheid in acht te nemen tegenover Israël. Israël is een democratie en kan, mag en moet zijn eigen beslissingen nemen en zijn eigen problemen oplossen. Laat de democratie zijn werk doen! Ik weet natuurlijk dat niet alle christelijke stromingen onderdeel zijn van de Raad van Kerken. En ik ben er ook van overtuigd dat velen, die wel een onderdeel zijn, zich in het bewuste schrijven niet herkennen …

    Oeps! Mijn dagboek lijkt wel een brief aan de Raad van Kerken te zijn geworden. Dat was uiteraard niet de bedoeling, maar moest kennelijk wel zo zijn. Ik waan me geen deskundige op het gebied van modern internationaal recht, maar de Bijbel is mij wel bekend. De Bijbel, Genesis, begint met de woorden: “In den beginne schiep G’d de hemel en de aarde”. De beroemde verklaarder Rasjie, rabbi Shlomo Jitschaki (1040-1105), vraagt ter plekke waarom de Thora met het scheppingsverhaal begint. En hij geeft zelf het antwoord: indien de Verenigde Naties komen en zeggen dat de Joden geen recht hebben op het land Israël, dan moet ons antwoord zijn, dat G’d de wereld heeft geschapen en Hij heeft ons dat stuk land toebedeeld.

    Ik ben vandaag verdrietig, door corona natuurlijk, maar ook door de oproep van de Raad van Kerken aan onze minister van Buitenlandse Zaken. Maar het is niet goed om verdrietig te zijn, dat weet ik drommels goed. Immers: Dien G’d met vreugde! En dus probeer ik die brief te vergeten en bid ik dat de kleine groep die zich wel in de brief herkent, spoedig tot een ander inzicht moge komen. Een inzicht dat gebaseerd is op G’ds Woord, de Bijbel, en niet op onbetrouwbare politiek. Mocht ze dat onverhoopt niet lukken, dan ga ik graag in gesprek! Ik wil verbroedering, ondanks het pijnlijke verleden.

    Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. Deze stukken worden dagelijks geplaatst op CIP.nl

    Over de auteur