Dit moet je weten over… Chanoeka

Chanoeka

Chanoeka is het Joodse lichtfeest en betekent inwijding. Het feest staat niet in de Tenach, maar wordt beschreven in het boek van de Makkabeeën en door Flavius Josephus. Daarnaast lezen we dat de Heere Jezus dit lichtfeest in Jeruzalem meevierde (Johannes 10:22).

In dit artikel ga ik in op de betekenis van Chanoeka. Hier vind je een overzicht:

  1. Chanoeka en Jodenhaat
  2. Chanoeka en het doel van het leven
  3. Chanoeka en de kracht van geloven
  4. Chanoeka en de overwinning op het duister
  5. Chanoeka en de Tempel
  6. Het wonder van Chanoeka
  7. Chanoeka en de Messias

1. Chanoeka en Jodenhaat

Met Chanoeka steekt het Joodse volk acht dagen lang iedere dag een kaarsje van de ‘chanoekia’ aan. Maar wat houdt dit feest in en welke lessen zitten er voor ons in verborgen?

Israël in ballingschap

Het volk Israël was in ballingschap gebracht. Zuchtend en steunend dachten zij aan de tijd dat zij leefden in het land dat God aan hen had beloofd en aan de heilige tempel die in Jeruzalem stond. Misschien ken je wel het nummer ‘By the rivers of Babylon’ van Boney M, wat gebaseerd is op Psalm 137.

‘Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij als wij dachten aan Zion. Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! Zo vergete mij mijn rechterhand.’

Ditzelfde vers wordt vandaag de dag nog opgezegd tijdens een Joodse bruiloft op het moment dat de bruidegom het glas kapot trapt. Dit om de vernietiging van de Tempel en het leed van de diaspora (de verstrooiing van Joden onder de volkeren) in herinnering te houden.

De visioenen van Daniël

Tijdens deze ballingschap leefde een bijzondere man die naar de naam Daniël luisterde. Deze Joodse man werd door het bewind van Nebukadnezer in ballingschap gebracht naar Babylonië. Het was Daniël die visioenen en profetieën ontving van God.

Eén van de bekendste van deze profetieën is die in hoofdstuk 8:8 van het boek Daniël staat beschreven. “De geitenbok maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier windstreken van de hemel”.

Lees ook: Wat vieren Joden tijdens Chanoeka?

Alexander de Grote

De meeste Bijbelonderzoekers zijn er wel van overtuigd dat met deze geitenbok Alexander de Grote wordt bedoelt. Alexander de Grote was koning over Macedonië en heerste over één van de grootste wereldrijken van de oudheid en wordt beschouwd als één van de meest succesvolle bevelhebbers uit de wereldgeschiedenis.

De meeste Joden waren in die tijd weer teruggekeerd naar Israël en velen namen de Hellenistische (Griekse) cultuur van Alexander de Grote over. Toch liet de heerser godsdienstvrijheid in zijn rijk toe. Dit wereldrijk viel in duigen toen Alexander de Grote stierf. Zoals de profetie van Daniël, ongeveer twee eeuwen voor de komst van Alexander de Grote, voorzegde werd zijn rijk na veel strijd in vier delen gesplitst.

‘Allen bij wie men de boeken van het verbond Gods vond, en allen die Gods Thora hielden, liet hij doodslaan.’

Antiochus en de vernietiging van Israël

Meer dan een eeuw na de dood van Alexander de Grote kwam er een nieuwe heerser aan de macht. Zijn naam was de Hellenistische heerser Antiochus IV. Hij heerste met ijzeren hand en vervolgde het volk Israël. Dit deed hij niet zozeer door lukraak Joden te doden. Nee, hij ontnam ze hun identiteit in God en drukte de Griekse cultuur door.

Zo stelde hij een Hellenistische priester aan voor in de Tempel in Jeruzalem, werden de Joodse geloofsuitingen (kosher eten, besnijdenis, enzovoort) verboden en werden er onreine dieren op het altaar geslacht.

Ook plaatste de koning een afgodsbeeld op de plek van het altaar in de Tempel. In hoofdstuk 1 van 1 Makkabeeën staat geschreven: “En hij liet de Thora-boeken van God verscheuren en verbranden; en allen bij wie men de boeken van het verbond Gods vond, en allen die Gods Thora hielden, doodslaan.

De vrouwen, die haar kinderen besneden, werden gedood; gelijk Antiochus geboden had. Maar velen van het volk Israël waren standvastig en wilden niets onreins eten, en lieten zich liever doden dan dat zij zich verontreinigden en wilden Gods heilige Thora niet afvallen. Daarom werden zij omgebracht.”

Kun jij je voorstellen dat je in een land leeft waarin jou dat kan overkomen? Dat jij niet in vrijheid naar de kerk of gemeente zou mogen gaan of Jezus als Heere mag belijden? Hoe zou jij in zo’n situatie handelen? Zou jij je onderwerpen aan die heerser of zou jij trouw blijven aan God? Door alle eeuwen heen hebben Joden voor deze keuze moeten staan en zijn er machten geweest die de vernietiging van het volk voor ogen hadden. Pharao, Amelek, Bileam, Haman…

Christelijke keizer Constantijn de Grote

Zo zien wij dit ook gebeuren onder de eerste christelijke keizer Constantijn de Grote. Er werden anti-Joodse wetten ingevoerd waardoor er een verbod kwam om je tot het jodendom te bekeren, er kwam een verbod om te trouwen met een Jood, joodse bijeenkomsten werden beperkt en de verbinding tussen Jezus en Pesach werd afgesneden doordat het christelijke Pasen niet langer op dezelfde dag als het Joodse Pesach gevierd mocht worden. Dit met het idee dat de kerk de rol van Israël had overgenomen.

Antisemitisme is niet zozeer gericht tegen Gods volk. Je kunt het beter anti-shem-itisme noemen.

Antisemitisme = Anti-shem-itsme

Het was keer op keer dezelfde antisemitische vernietigende geest die ook in Antiochus zat. Antisemitisme is niet zozeer gericht tegen Gods volk. Je kunt het beter anti-shem-itisme noemen: de tegenstander die gericht is tegen Hashem, in het Hebreeuws ‘de Naam’, wat een aanduiding is voor God Zelf.

Misschien hoor of zie jij in jouw omgeving ook bewegingen die tegen Israël en de God van Israël ingaan. Je hoeft maar een nieuwsbericht over Israël te lezen op social media en je wordt al overspoeld met de meest verschrikkelijke anti-Joodse en anti-Israëlische beschuldigingen.

Wat doe jij tegen antisemitisme?

Wat doe jij hier tegen? Kijk je het stilzwijgend aan of sta jij op voor Israël? Er is soms slechts één licht nodig om een donkere ruimte te verlichten. Toen Israël werd verdrukt onder Antiochus IV was daar uiteindelijk dat licht. Het was Mattathias en met hem zijn zonen die de opstonden tegen dit kwaad.

2. Chanoeka en het doel van het leven

Vlak voordat ik naar mijn werk ga doe ik de televisie aan. Wat slaperig begin ik te zappen tot ik bij het ochtendjournaal ben beland. Zonder echt goed na te denken besluit ik niet verder te zappen, maar het leed van de wereld aan mijn ogen voorbij te laten gaan.

Soms vraag ik mijzelf weleens af wat ik in deze ellendige en soms zo duistere wereld kan betekenen. Een lied van de Joods-Messiaanse zanger Paul Wilbur klinkt in mijn achterhoofd. ‘We were born in a time of trial, we were born on a battlefield. We were born for such a time as this’.

Deze woorden doen mij denken aan de woorden die Mordechai tegen zijn nichtje Esther sprak: ‘Wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent’, zegt hij in hoofdstuk 4:14 tegen Esther. In die tijd zag het volk Israël de dood in de ogen.

Hetzelfde zei Mattathias toen hij het leed van zijn volk zag: “Wee mij, waarom ben ik daartoe geboren, om te zien de overlast van mijn volk, en de overlast van de heilige stad, en om daar te zitten, daar ze overgegeven is in de hand van vijanden.” (1 Makkabeeën 2:7)

Lees ook: Wat vieren Joden tijdens het Inwijdingsfeest?

Mattathias de Hasmoneeër

Mattathias de Hasmoneeër was een priester en diende in de Tempel in Jeruzalem. Toen Mattathias het leed van zijn volk zag kon hij niets anders doen dan zijn kleren scheuren en rouwen. Wat doen wij als wij leed in onze omgeving zien? Gaan wij ook rouwen, vasten en bidden of laten wij dit alles aan ons voorbij gaan?

Mattathias was een man die daden verbond aan zijn woorden. Het was namelijk zo dat op een dag afgezanten van Antiochus naar de verblijfplaats van Mattathias kwamen. Zij moesten het volk van het plaatsje Modeïn hun geloof in God ontzien en er op toezien dat men daar offers aan de afgoden bracht.

Mattathias deinsde niet terug en riep stellig uit dat hij hier niet mee akkoord ging en dat hij trouw zou blijven aan het verbond van God. Hij zou trouw blijven aan Gods Thora en voorschriften.

Mattathias werd zo ontzettend boos dat hij de Jood op het altaar neerstak.

De opstand van de Makkabeeën

Op het moment dat Mattathias deze woorden net had uitgesproken stapte er een Joodse man naar voren die een onrein offer wilde brengen op het altaar. Mattathias werd zo ontzettend boos dat hij de Jood op het altaar neerstak. Ook doodde hij alle afgezanten van de koning.

Hij riep tot het volk: “Laat iedereen die zealous is voor de Thora en die trouw blijft aan het verbond, mij volgen”. Met deze woorden begon de Makkabeese opstand tegen het Hellinistische bewind van Antiochus.

Afgoderij

Wat Mattathias deed is te vergelijken met wat Pinchas deed (Numeri 25). Het was deze Pinchas die net als Mattathias priester was en het kwaad uit Israël verdreef door een zelfde radicale daad. Hij stak een speer door een Jood heen die gemeenschap had met een Moabitische vrouw.

Deze vrouwen lieten het volk in opdracht van koning Balack tot afgoderij keren. Beide priesters waren zealous voor God. Met zealous wordt een ijverigheid naar de Thora bedoeld.

Het woord Thora wordt dan ook onterecht met het woord ‘wet’ vertaald.

De Thora: meer dan een wetboek

De Thora is meer dan een wetboek dat God aan Mozes op de berg Sinaï heeft gegeven. Het woord Thora wordt dan ook onterecht met het woord ‘wet’ vertaald. Thora betekent veel meer ‘instructie’ of ‘onderwijzing’ en komt van het Hebreeuwse woord yarah. Dit woord betekent ‘een pijl afschieten en het doel raken’.

De Thora bestaat uit 613 mitzvot (= geboden), maar ook de betekenis van mitzvot gaat een stuk dieper dan de vertaling ‘geboden’. Mitzvot komt namelijk van het woord tzavta, wat ‘toetreden’ en ‘hechten’ betekent, waarmee door het doen van deze mitzvot een persoonlijke hechting en relatie ontstaat met de Schepper.

De Thora staat dan ook lijnrecht tegenover zonde, wat in het Hebreeuws ook ‘het doel missen’ betekent. Zonde heeft de tegenovergestelde uitwerking van Thora, omdat zonde de mens juist doet verwijderen van de Schepper. Door de radicale daad van Mattathias keerde hij zich af van de zonde van het volk en richtte hij zich op de Thora van God. Het was zijn zoon Jehuda de Makkabeeër die de opstand leidde.

De Thora staat dan ook lijnrecht tegenover zonde, wat in het Hebreeuws ‘het doel missen’ betekent.

Judas de Makkabeeër leidt het Joodse verzet

Het was Jehuda haMakabi (Judas de Makkabeeër), de zoon van Mattathias, die de opstand na zijn dood overnam. De duizenden opstandelingen werden naar Jehuda haMakabi vernoemd; de Makkabeeën.

De naam Makabi betekent in het Hebreeuws ‘hamer’ en geeft de kracht van het Joodse verzet aan. Ook staat de naam van Makabi voor de bekende zin die in Exodus 15:11 staat geschreven. “Mi Kamocha b’Elim, Adonai?” Ofwel: Wie is aan u gelijk onder de goden, Eeuwige?

De Makkabeeën herkenden dat zij niet enkel met aardse machten te strijden hadden, maar dat zij ook streden tegen afgodische, occulte machten die in een Hellenistische jasje gestoken waren. Vanuit de bergen voerden de Joden een oorlog tegen zowel de Grieken als tegen de Hellenistische Joden die door het afleggen van de Thora als verraders werden beschouwd.

Het leger van de Makkabeeën

Het leger van de Makkabeeën was een minderheid, maar met de kracht van hun God niet minder sterk. Jehuda haMakabi wist dat hij alles in God vermocht en dit is een les voor ons allemaal. Soms zijn wij angstig of hebben wij moeilijkheden in ons leven te verduren. Putten wij op die moment ook kracht uit onze God, Hij als onze veilige vesting? En hoe vechten wij tegen de overheden en machten in de hemelse gewesten? Mogelijk kunnen wij hierin nog een hoop hamertje tik leren van Jehuda haMakabi. Laten wij niet meegaan met de afgoden van deze wereld, maar zelfs in de duisternis hopen op onze God. Misschien zijn wij geboren voor een tijd als deze om een licht te zijn in een wereld waar hoop ver te zoeken lijkt.

3. Chanoeka en de kracht van geloven

Hugo werd geboren in een warm en fijn Joods gezin in Berehovo, Tsjecho-Slowakije. Hij was dertien jaar oud toen hij met 10.000 Joden naar het ghetto van Berehovo werd gezonden. In mei 1944 werden hij en zijn vader aan het werk gezet terwijl zijn broer en opa direct naar de gaskamers werden gedeporteerd. Hugo belandde met zijn vader in het Lieberose-kamp om uiteindelijk met de dodenmarsen van Lieberose naar Mauthausen te worden overgedragen.

De eerste avond van Chanoeka

Het was tijdens de koude winter van 1944 dat Hugo in Lieberose een barak deelde met zijn vader. Ondanks de verschrikkelijke gebeurtenissen die het Joodse volk te verduren kreeg bleven velen vasthouden aan de Joodse religie en gebruiken. In die koude winter herinnerde één van hen die in de barak was dat het deze avond de eerste avond van het Chanoeka-feest was. De vader van Hugo kwam direct in actie en haalde een merkwaardig gevormd kleischaaltje tevoorschijn. Hij scheurde een stukje van zijn uniform af en maakte hier een lont van die hij dompelde in zijn kostbare, maar nu gesmolten rantsoen margarine.

Voordat hij de zegen kon uitspreken, liet Hugo een protest horen tegen deze verspilling van voedsel. De boter kon toch beter op een stuk brood worden gesmeerd dan het te verbranden? Op dat moment keek de vader van Hugo de jongen aan. “Hugo,” zei zijn vader, “jij en ik weten dat een persoon een lange tijd kan leven zonder voedsel. Maar Hugo, ik zeg jou, een persoon kan geen enkele dag leven zonder hoop. Deze menora is het vuur van hoop. Laat het niet uitdoven. Niet hier, nergens. Denk hier aan, Hugo.”

“Een persoon kan een lange tijd kan leven zonder voedsel, maar geen enkele dag zonder hoop.”

Ontstaan van Chanoeka

Terug naar het ontstaan van Chanoeka. Het is onvoorstelbaar om te bedenken dat een klein leger van de Makkabeeën het voor mogelijk hield om een enorm Grieks leger te kunnen verslaan. Om hiertoe in staat te zijn dienden de Makkabeeërs een goede strategie te hebben, maar vooral geloof en vertrouwen in God. Rabbijn Moshe ben Maimonides, ook wel bekend als de Rambam, is één van de grootste rabbijnen en heeft veel invloed gehad op het jodendom. Zelfs op het jodendom van vandaag. Zo worden zijn dertien geloofsprincipes vandaag nog steeds aangehouden en nageleefd binnen het jodendom. Alle dertien principes beginnen met de zin ‘ik geloof met volledig geloof’, waarmee oprecht en diep innerlijk geloof en vertrouwen wordt uitgesproken.

“Een ieder die geloof heeft mag zich een gelovige noemen, maar niet van een ieder die een gelovige wordt genoemd kan worden gezegd dat hij vertrouwen heeft.”

Komst van de Messias

Er is binnen het Jodendom een oprechte hoop naar de verlossing in de Messias. Zo spreekt het twaalfde geloofsprincipe uit: “Ik geloof met volledig geloof in de komst van de Messias, en zelfs als hij later komt, zal ik zijn komst iedere dag verwachten”, waarmee een verwachting in hoop wordt uitgesproken. De Rambam zei: “Een ieder die geloof heeft mag zich een gelovige noemen, maar niet van een ieder die een gelovige wordt genoemd kan worden gezegd dat hij vertrouwen heeft”. Hoe zit dat met jou? Kan jij jezelf als gelovige typeren die in alles vertrouwt op God? Vanuit dit vertrouwen wordt hoop geboren. Zo vertrouwde Abraham op God waardoor hij zijn zoon Izaak kon offeren. Volgens de Hebreeënbrief hoopte Abraham namelijk op God dat Hij hem uit de dood zou kunnen opwekken.

Hoe zit dat met jou? Kan jij jezelf als gelovige typeren die in alles vertrouwt op God?

Chanoeka en de hoop van het Joodse volk

Het verhaal van Chanoeka kan niet worden losgekoppeld van de hoop die leefde in de harten van het Joodse volk. Waar aan de ene kant een hoop Joden hun geloof achterlieten en ‘vergrieksten’, was er ook een groep die bleef hopen op verlossing. Dit verhaal is dan eigenlijk ook niets anders dan een afspiegeling van het Joodse volk door alle eeuwen heen. Door vast te blijven houden aan God en aan de Thora bleef het volk door alle verdrukking heen bestaan.

Zelfs als zij hun geloof moesten afzweren en zich gedwongen moesten bekeren bleven zij hopen op de verlossing. Dit met als gevolg dat zij werden gedood of zich bekeerden, maar in het geheim nog hun Joodse gebruiken bleven onderhouden. Deze standvastigheid, behoudendheid en hoop maakt dat het Joodse volk vandaag nog bestaat.

Deze standvastigheid, behoudendheid en hoop maakt dat het Joodse volk vandaag nog bestaat.

Door alle verdrukking heen, van Antiochus tot Hitler, blijft hoop bestaan. Zo is er een verslag van een voormalig Sonderkommando (voornamelijk Joden die moesten werken in de kampen) die beschrijft dat een groep Tsjechische Joden de poorten van de gaskamers van Auschwitz-Birkenau binnen kwam lopen met het Hatikva (wat nu het Israëlische volkslied is) op hun lippen. Terwijl zij zongen ‘O dan is onze hoop nog niet dood, de hoop die al tweeduizend jaar oud is’ werden zij geslagen door de bewakers van de Waffen SS.

Zo klinkt het Hatikva:

Boek van de Makkabeeën

Het was niet enkel Mattathias en Jehuda haMakabi die met geloof en hoop in hun hart de legers van Antiochus te lijf gingen. Het tweede boek van de Makkabeeën beschrijft in hoofdstuk 7 een verhaal van Channa die haar zeven zonen aanspoorde trouw te blijven aan de Thora en aan hun God. Door deze standvastigheid stierven zij de marteldood. Haar moed is vele Joodse moeders tot hoop en voorbeeld geweest wanneer zij zelf werden geconfronteerd met dezelfde keuzes.

Zo was er tijdens de Shoah (Holocaust) een andere Channa, Channa Szenes, die bereid was om te vechten voor haar volk. In 1939 had zij Hongarije verlaten om een nieuw leven op te bouwen in Israël. Toch meldde zij zich vrijwillig aan om terug te keren naar Hongarije en daar te vechten tegen de nazi’s. Uiteindelijk werd Channa opgepakt en gemarteld, maar ze bleef zwijgen tot de dood toe.

Gelukkig is de lucifer die wordt verteerd bij het aansteken van een vlam.

Gelukkig is de vlam die brandt in de verborgen hoeken van het hart.

Gelukkig is het hart dat sterk genoeg is om eervol te sterven.

Gelukkig is de lucifer die wordt verteerd bij het aansteken van een vlam.

Deze woorden van Channa Szenes leven vandaag nog door. Het zijn woorden die gaan over het Joodse volk, een volk dat leeft omdat zij niet meegaat met de winden van de wereld. Een volk dat in alle verdrukking blijft hopen, zelf als zij als een vlam moeten branden. Zou jij bereid zijn om te branden als een lucifer en zo hoop na te leven?

4. Chanoeka en de overwinning op het duister

Een dikke sjaal doe ik om en een warme muts zet ik op om mij te weren tegen de kou. Hoe korter de dagen worden, hoe kouder het buiten wordt. Overal zoeken mensen bescherming en genegenheid door lichten te plaatsen in de huizen. Maar ondanks de vele lichten kan je jezelf soms wel als een blinde in de duisternis voelen. Wij hebben allemaal dat licht in onze ogen nodig om de levenswegen te kunnen bepalen.

Een Midrash (Joodse wijsheid) vertelt dat er eens een blinde man was die geen familie of vrienden had die hem konden ondersteunen in het dagelijkse leven. De blinde man kon de obstakels van de weg niet overwinnen. Op een nacht zagen zijn buren plotseling een lichtje de donkere straat oversteken. Zij sprongen uit hun stoel en kwamen naar de blinde man toe. “Waarom bent u hier helemaal alleen in de nacht met enkel een brandende kaars in uw hand?”. De blinde man antwoordde hen: “Door dit licht zien jullie wat ik niet kan zien om mij zo te kunnen helpen de obstakels op de weg te overwinnen”.

Door het licht kan de duisternis op je levensweg overwonnen worden, zelfs als je in je hart blind bent.

Antiochus Ephiphanes ontwijdt de Tempel in Jeruzalem

Antiochus IV was duisternis en in zijn duisternis richtte hij zich tegen de God van Israël door het verbieden van Thora-onderwijs, de Joodse spijswetten, shabbat en de besnijdenis. Daarnaast verhief hij ook zichzelf tot god, door zichzelf Epiphanes te noemen. Epiphanes betekent namelijk ‘manifestatie van god’. Hij kreeg van velen echter de spotnaam Epimanes, de gestoorde, vanwege zijn gewelddadige acties. Maar naast deze gruweldaden plaatste hij ook een gigantisch afgodenbeeld van Zeus in de Tempel van God in Jeruzalem. De Tempel van God werd door dit afgodsbeeld en door de onreine offers die werden gebracht ontwijd.

Chanoeka en het wonder van het kruikje olie

Op het moment dat het leger van de Makkabeeën de oorlog wonnen kregen zij ook de Tempel in Jeruzalem in handen. De Talmoed vertelt dat de Makkabeeën bij het binnentreden van de Tempel slechts één kruikje olie vonden die niet verontreinigd was. Het kruikje met olie was echter maar voldoende voor één dag om de Menora te kunnen branden, maar toen gebeurde daar een wonder. Want met de olie uit dat ene kruikje kon de Menora voor maar liefst acht dagen branden! Een kleine hoeveelheid olie is voldoende om tot licht te zijn voor de eeuwigheid. Door dit licht werd de duisternis overwonnen; het huis van God werd weer ingewijd.

Een kleine hoeveelheid olie is voldoende om tot licht te zijn voor de eeuwigheid.

De Tempel van Salomo

De Menora was de kandelaar die altijd in de Tempel moest branden. De Menora heeft in totaal zeven armen en er stonden in de Tempel van Salomo maar liefst tien van deze gouden kandelaren. In totaal brandden er dus zeventig lichten in het huis van God. Het getal zeventig staat in het Hebreeuws voor de naties, waardoor Israël dus door het altijd laten branden van de Menora een licht was voor de volkeren. Zo profeteerde Jesaja in hoofdstuk 56:7 dat Gods huis een huis van gebed zal worden genoemd voor alle volken. Daarnaast vertegenwoordigde de Menora ook de aanwezigheid van God, en moest om die reden altijd branden.

Het goddelijke licht is symbool voor de wijsheid van Gods woord. “Want het gebod is een lamp (Menora) en de onderwijzing (Thora) een licht”, staat geschreven in Spreuken 6:23 en “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”, in Psalm 119:105. Doordat dit wonder plaatsvond kwam er dus weer ruimte voor Gods Thora en werd de tempeldienst weer ingewijd om hierin ook tot licht voor de volkeren te zijn. Gods licht en goedheid kon weer vanuit Jeruzalem gaan. En dit alles wordt gevierd op de 25e Kislev. Het is dan ook geen toeval dat het 25e woord in de Thora het woord ‘or’ is: licht!

Het getal zeventig staat in het Hebreeuws voor de naties, waardoor Israël dus door het altijd laten branden van de Menora een licht was voor de volkeren.

Chanoekia: kandelaar voor Chanoeka

Mogelijk verbaast het je als ik zal vertellen dat er tijdens het feest van Chanoeka geen Menora wordt aangestoken. Dit lijkt niet in juist contrast te zijn aangezien de Makkabeeërs olie vonden om de Menora te laten branden voor acht dagen en niet een andere kandelaar. Toch is er voor Chanoeka een andere kandelaar met negen armen die centraal staat.

Deze kandelaar wordt de Chanoekia genoemd, met acht armen (elk voor één dag) en de negende arm staat in het midden. Deze wordt de shamasj genoemd, wat ‘dienaar’ betekent. Het is ook in het Hebreeuws de naam van de zon die de wereld met zijn licht en warmte dient. In Maleachi 4:2 staat geschreven: “Maar voor u die Mijn Naam vreest zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn”.

Vanuit rabbijnse literatuur wordt met deze tekst de link met de Messias gelegd. Is het niet de Messias, Yeshua (de Hebreeuws naam van Jezus) Die als Dienstknecht van God in Zijn offer en opstanding tot licht voor Israël en de volkeren was? In Hem werd de werkelijke duisternis waarvan de duisternis van Antiochus een afbeelding is overwonnen. Over de link tussen Chanoeka en de Messias zal het laatste kaarsje, de laatste overdenking gaan. De kaarsen van de Chanoeka worden van rechts naar links aangestoken en dienen elke dag op te branden.

Is het niet de Messias Die als Dienstknecht van God in Zijn offer en opstanding tot licht voor Israël en de volkeren was?

De onderdelen van een Chanoekia-kaars

Volgens de joodse overleveringen wordt een Chanoekia-kaars gemaakt van drie onderdelen. Dat is Klie (een vat), Shemen (olie, olijfolie van de hoogste kwaliteit) en Petiela (pit van katoenen watten).

De kabbala (Joodse mystiek) beschrijft dat de Klie het symbool is voor ‘de wil om te ontvangen’. In de mens is dat de ego die de grenzen van het individu bepalen en bewaken. Hoe groter het vat, hoe meer olie er in kan stromen.

Deze olie, de Shemen, staat symbool voor de menselijke ziel. Het is de goddelijke vonk in ieder mens, en de potentie om licht te scheppen voor zijn omgeving.

De Petiela staat in de kabbala voor de menselijke intentie voor gebed en het zoeken naar God. De Petiela, de lont, bepaalt hoeveel en hoelang een kaars licht produceert. Jouw intentie bepaalt uiteindelijk hoeveel licht je in jouw wereld zal voortbrengen. Het licht van God verbindt ons met Hem, waar de duisternis ons van Hem scheidt.

Hoeveel Shemen, olie heb jij en hoe diep is jouw vat om meer olie toe te laten? Zoek jij God in gebed en overdenk jij Zijn woord zodat jouw kaars langer kan branden? Wij dienen licht in de duisternis te maken, maar dit kan enkel als wij door de Shamasj, de Dienstknecht, worden aangestoken. Onze harten moeten hierin wel zuiver en rein zijn.

5. Chanoeka en de Tempel

Het was de zomer van 1967 toen troepen van de IDF (Israëlische verdedigingsleger) het onmogelijke voor hun ogen werkelijkheid zagen worden. Nog geen twintig jaar voor deze oorlog werd de staat Israël opgericht en nu stond een groot wonder hen te wachten. In hun achterhoofd dachten zij er misschien nog wel aan hoe de staat Israël in 1948 werd opgericht.

Voor het Joodse volk was dit ook een onmogelijkheid die werkelijkheid was geworden. Nu vorderden de paratroopers van de IDF door de Oude Stad richting de Tempelberg die in Jordaanse handen was. Generaal Mordechai Gur naderde de Oude Stad en riep om: “We zitten aan de rand en wij zien de Oude Stad. Snel treden wij naar binnen in de Oude Stad van Jeruzalem, daar waar alle generaties van hebben gedroomd. Wij zullen de eerste zijn die de Oude Stad zullen binnentreden…”.

Kort daarna klonken de woorden: “De Tempelberg is in onze handen, ik herhaal: de Tempelberg is in onze handen”. Als reactie daarop klonk de Shofar weer vanaf de Tempelberg. Voor het eerst in tweeduizend jaar tijd was de Tempelberg weer in handen van het Joodse volk gekomen. En wellicht voelden de soldaten zich wel hetzelfde als hoe het leger van de Makkabeeën zich zou hebben gevoeld.

Waarom duurt Chanoeka acht dagen?

Veel mensen denken dat het Chanoeka-feest acht dagen duurt vanwege het wonder met het kruikje olie. De Menora in de heringewijde Tempel bleef met dat ene kruikje acht dagen branden. Toch is dit niet de reden dat het feest acht dagen duurt. Sterker nog: noch de boeken van de Makkabeeën noch Flavius Josephus beschrijven de geschiedenis van het oliekruikje, enkel de Talmoed.

De reden dat het Chanoeka-feest acht dagen duurt heeft te maken met de inwijding van de Tempel die acht dagen duurde. Ditzelfde concept zien wij terugkomen in de wijding van de Tabernakel in Leviticus 8 en 9. Zo duurde het wijdingsoffer zeven dagen, zoals staat geschreven in Leviticus 8:33. In hoofdstuk 9 staat geschreven dat er op de achtste dag een offer werd gebracht waarop op dat moment de heerlijkheid van God verscheen.

Veel mensen denken dat het Chanoeka-feest acht dagen duurt vanwege het wonder met het kruikje olie.

Tempel van Salomo

Ook zien wij dit in de wijding van de Tempel die gebouwd was door koning Salomo. In 1 Koningen 8 staat beschreven hoe Gods heerlijkheid in de Tempel verscheen en dit feest acht dagen duurde. In 1 Makkabeeën 4 staat geschreven: “En al het volk viel neer op het aangezicht en zij aanbaden en loofden de Heere in de hemel, die hun geluk en overwinning gegeven had. En zij hielden het feest van het nieuwe altaar, acht dagen lang, en offerden daarop brandoffers en dankoffers met vreugde”.

In dezelfde lijn als de vorige Tempelwijdingen werd ook deze inwijding acht dagen lang gevierd. Het Chanoeka-feest wat dat betreft ook in lijn met het Loofhuttenfeest, dat ook acht dagen duurt. De achtste dag staat in het Joodse denken voor de eeuwigheid. Het moment dat allen één, ‘echad’ met God zullen zijn. Zijn heerlijkheid zal dan op aarde volledig zijn. Maar wat is Gods heerlijkheid precies?

De achtste dag staat in het Joodse denken voor de eeuwigheid. Het moment dat allen één, ‘echad’ met God zullen zijn.

De Heilige Geest

Het Hebreeuwse woord voor wijding dat in de Thora wordt gebruikt komt van het woord wat (op)vullen of vervullen betekent. Wij lezen dat het leger van de Makkabeeën alle attributen reinigde zoals Mozes ook alle attributen van de Tabernakel reinigde door deze te besprenkelen met bloed. Door deze reiniging werden de Tabernakel, de attributen en de priester gereinigd. Nu werd echter het brandoffer onder gezag van Jehuda haMakabi neergehaald, vanwege alle vuiligheid die daarop had plaatsgevonden. Het gevolg van dit alles was dat God weer kon wonen in de Tempel en deze weer kon vervullen.

Wat wij zien bij de inwijding van Mozes en bij Salomo, maar niet bij die van de Makkabeeën is dat Gods heerlijkheid de Tempel vulde. Deze heerlijkheid van God werd zichtbaar in een wolk. Deze heerlijkheid van God wordt in het Hebreeuws ook wel Shechina genoemd. Het woord Shechina is afgeleid van het Hebreeuwse woord Shochen wat ‘inwoning’ betekent. Met de Shechina wordt Gods manifestatie bedoeld, daar het Zijn verlangen is om onder de mensen te wonen.

De manifestatie van God wordt zichtbaar in Zijn Ruach Hakodesh: de Heilige Geest. Het is dan ook bijzonder om te zien dat bij het ontvangen van de Thora op de berg Sinaï de heerlijkheid, Shechina van God, zichtbaar was in de vorm van een wolk wat samenging met vuur en stemmen (‘donderslagen’ is verkeerd vertaald). Zien wij niet hetzelfde gebeuren met het ontvangen van de Geest op Shavoeot (Pinksteren)?

Misschien moeten wij ook een onrein altaar in ons binnenste neerhalen, opdat God de ruimte krijgt om ons te vullen met Zijn heerlijkheid.

Tempel voor God

Het was het Woord, het beeld van de Vader, die onder ons mensen heeft gewoond. Dit lezen wij terug in Johannes 1. Het Woord was bij God en heeft onder ons gewoond. Paulus schrijft namelijk dat Jezus aan de boezem van de Vader was, gelijk aan Hem is en het beeld is van de onzichtbare God. Hij is de manifestatie en het aangezicht van God. In Hem is de ultieme inwoning wanneer God ons met Zijn Shechina kan vullen. Wij dienen onze eigen levens wel eerst als een tempel te wijden voor Hem.

In dezelfde context doet Paulus de oproep om ons lichaam aan God toe te wijden. “Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?” Wij zijn een tempel voor God, waarin Hij met Zijn Geest kan wonen. Toch is die inwoning pas compleet als ons hart rein is in Hem. Misschien moeten wij ook een onrein altaar in ons binnenste neerhalen, opdat God de ruimte krijgt om ons te vullen met Zijn heerlijkheid.

Het is namelijk Gods verlangen om in ons allen te kunnen wonen. ‘Heere, bereid mij voor om een heiligdom voor U te zijn. Rein en heilig, oprecht en trouw. In dankzegging zal ik een levend heiligdom voor U zijn’.

6. Het wonder van Chanoeka

Chanoeka is het Joodse lichtfeest en betekent inwijding. Het feest behandelt best wel heftige thema’s als antisemitisme, vervolging en moord. Eigenlijk beschrijft de geschiedenis van Chanoeka de gebeurtenissen waar het Joodse volk de afgelopen 2000 jaar voortdurend mee werd geconfronteerd.

Toch is het een feest waarop absoluut geen rouw mag plaats vinden. Sterker nog: men móet blij en vrolijk zijn. En dit is natuurlijk ook een stukje van het Joodse karakter wat hen door alle moeilijkheden heeft doen overwinnen. ‘Wat er ook gebeurt, altijd verheugen in en hopen op God’. Hierin is humor voor het volk een belangrijk onderdeel geweest. Vanavond overdenken we bij het aansteken van de zevende kaars deze vreugde en tradities van het Chanoeka-feest.

Het jaar 1492

Het was het jaar 1492 dat de grote ontdekkingsreiziger Columbus Amerika ontdekte. Ondanks dat zijn ontdekking een regelrechte ramp voor de inheemse bevolking is geweest gaat Columbus niet als barbaar de geschiedenisboeken in. Dit geldt evenmin voor de ramp die het Joodse volk in dat jaar overkwam. In 1492 werden namelijk alle Joden uit Spanje verdreven als zij zich niet lieten dopen. En ondanks de verschrikkelijke gevolgen die dit met zich meebracht, was het humor die deze ramp wat dragelijker maakte.

In 1492 werden namelijk alle Joden uit Spanje verdreven als zij zich niet lieten dopen.

Moshe en de Paus

Zo is er een Joodse grap die vertelt dat de Paus een debat wilde houden met een rabbijn. Op het moment dat de rabbijn het debat won mocht het Joodse volk in Spanje blijven. Maar als de rabbijn verloor, dan werden zij Spanje uitgedreven. Geen enkele rabbijn wilde zich hieraan branden. Toch was er één Joodse man die met de Paus wilde debatteren. Zijn naam was Moshe. Het volk was sprakeloos en zag de bui al hangen, want Moshe was geen sterke spreker.

Moshe wilde het debat aangaan, maar stelde wel één voorwaarde; er mocht niet gesproken worden. De Paus ging akkoord en de dag brak aan waarop Moshe naar de Paus ging. In de zaal waar zij zaten waren vele Katholieke kardinalen gezeteld om het debat aan te horen. De Paus stak drie vingers in de lucht, waarop Moshe één vinger in de lucht hield.

De Paus schrok van het gebaar van Moshe en maakte met zijn vinger een boog in de lucht. Moshe wees fel met één vinger naar de grond, waarop de Paus wederom schrok. Vervolgens pakte de Paus een doosje en haalde daar de attributen van de communie uit; het brood en de wijn. Moshe reageerde daarop door een zakje te pakken met een appel. De Paus gaf het op en zei: “Moshe jij bent te goed. Jij wint, jullie mogen blijven.”

Interpretatie

De kardinalen waren geschrokken en kwamen rondom de Paus staan en vroegen hem wat er aan de hand was. “Hij was te goed”, antwoordde de Paus. “Toen ik begon sprak ik over de drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar hij stak één vinger in de lucht; God is één, naar Deuteronomium 6. Toen deed ik mijn vinger in de lucht en zei: “Hij vult het hele universum.” Maar Moshe wees naar de grond en zei: “Hij is hier onder ons.” Ik haalde vervolgens het brood en de wijn erbij, waarop hij mij met de appel deed herinneren aan de erfzonde. Hij is gewoon te goed”, zei de Paus.

Toen Moshe was teruggekeerd kwamen alle rabbijnen rondom hem staan. Ook zij vroegen hoe het was gegaan. “Het was makkelijk. Allereerst stak de Paus drie vingers in de lucht en zei: “Jullie hebben drie dagen om hier te verdwijnen.” En ik stak één vinger op en zei: “Geen één van ons zal hier verdwijnen.” Toen maakte de Paus een boog en zei: ‘Jullie zullen deze hele streek verlaten.’ Ik wees naar de grond en zei hem dat wij hier zouden blijven.” Vervolgens viel Moshe stil, waarop de rabbijnen hem vroegen wat er toen gebeurde. “Wat er toen gebeurde?”, zei Moshe. “Hij pakte zijn lunchbox en ik die van mij.”

“Wat er toen gebeurde?”, zei Moshe. “Hij pakte zijn lunchbox en ik die van mij.”

Lichtjes van de Chanoekia

Chanoeka is het feest van licht. Het is het licht wat de duisternis had overwonnen. Flavius Josephus (een geschiedschrijver uit de tijd van de Romeinse overheersing) stelde bij Chanoeka het thema van het licht centraal. Iedere dag wordt er een kaars van de Chanoekia aangestoken van het liefst zoveel mogelijk kandelaren. De kaarsen worden van rechts naar links aangestoken. In Joodse gezinnen zie je vaak dat iedereen een eigen Chanoekia heeft, zelfs de kinderen.

Deze worden dan vaak in de vensterbanken gezet of in de deuropening om te schijnen op de Mezuza (koker aan de deur met een Thora-tekst erin). Zo schijnt het licht van de Chanoekia op de Thora. Orthodoxe Joden hebben er wereldwijd een traditie van gemaakt om in grote steden op openbare pleinen een grote Chanoekia te zetten. Hierbij zijn zowel Joden als niet-Joden van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de ceremonie.

Gebruiken en eten tijdens Chanoeka

Tijdens het feest van Chanoeka worden er lekkere dingen gegeten en liederen gezongen. Bekende gerechten tijdens deze feestdagen zijn Latkes, een soort aardappelkoekje. Ook eet men een soort oliebol/Berlinerbol wat Soefganiot wordt genoemd. Naast lekker eten staat dansen ook centraal. Een bekende Joodse volksdans is de Hora. Men geeft elkaar cadeautjes en in sommige gezinnen komt zelfs een Chanoeklaas langs. Dit heeft uiteraard niets met het Chanoeka-feest te maken, maar is een vermenging tussen het Joodse feest en de kerstman/sinterklaas.

Buiten deze gezelligheid om wordt er ook veel gezongen tijdens het Chanoeka-feest en wellicht het bekendste lied is het Maoz Tzur Yeshuati. Dit is een prachtig lied, met een mooie tekst. “Burcht en rots, mijn hulp, het past U te bezingen. Herstel het Huis van mijn gebed, zodat wij U daar kunnen danken. Wanneer U de plaats gereed zult maken waar de vreselijke vijand zal worden verslagen, zal ik, onder het zingen van lofliederen, het altaar herinwijden.”

Herstel het Huis van mijn gebed, zodat wij U daar kunnen danken.

De dreidel

Naast het lekkere eten, het zingen en het dansen staat ook een bepaald spel centraal tijdens Chanoeka. Dit is een spel met een dreidel, een tolletje met aan vier zijden een letter. Deze letters zijn de Nun, de Gimel, de He en de Shin. Het dreidelspel is het enige kansspel dat door de rabbijnen wordt toegelaten. Men draait aan het tolletje en op welke letter de tol neerkomt is afhankelijk van de vervolgactie. Of je levert een muntje in, of je krijgt een munt of er gebeurt niets. De muntjes die tegenwoordig worden gebruikt zijn vaak chocolademuntjes of snoepjes.

De getalswaarde voor de letters op de dreidel is 358, wat dezelfde getalswaarde als die voor de Messias is.

Chanoeka wonder

De letters op de dreidel maken samen de zin ‘nes gadol haya sham’. Dit betekent: ‘een groot wonder gebeurde daar’, wat wijst op het wonder van Chanoeka. Er is dan ook een traditie die vertelt dat toen de Joden voor Antiochus moesten vluchten en in afzondering leefden een spel ontwikkelde. Zij konden niet meer in vrijheid hun Thorarollen bestuderen en zouden om die reden toch met de dreidel in het geheim bezig kunnen zijn met het Hebreeuws.

Het interessante van de dreidel is dat het niet alleen de zin ‘een groot wonder gebeurde daar’ spelt, maar het ook samen de term ‘Goshen’ vormt. Zoals wij kunnen lezen in Genesis 46:28 was het Juda die de weg voorbereidde voor Jakob en zijn nageslacht om tijdelijk in Egypte (in Goshen) te kunnen wonen. Dit zorgde voor een tijdelijke verlossing van de hongersnood die heerste in het land Kanaän.

Zo was het ook Jehuda (in het Nederlands vertaald als Judas of Juda) haMakabi die de weg voorbereidde om Israël naar de verlossing te brengen. Naast de betekenis van een woord in het Hebreeuws, heeft ook elke letter een getalswaarde. De getalswaarde voor de letters op de dreidel is 358, wat dezelfde getalswaarde als die voor de Messias is. Het is de Messias waarvan Israël gelooft dat Hij uit Juda zal komen om de weg naar de uiteindelijke verlossing te brengen. In Hem ligt het grootste wonder.

Maoz Tzur

Als muzikale toegift vind je hier een versie van het lied Maoz Tzur, opgevoerd door Yonina:

7. Chanoeka en de Messias

Het wonder van Chanoeka speelt zich af in een tijd waarin het Joodse volk voor de keuze stond om te assimileren of trouw te blijven aan God. Er gebeurde een groot wonder; het Griekse leger van Antiochus werd verslagen en de Tempel werd gereinigd. Daar bleef de Menora voor acht dagen branden.

Het chanoekafeest heeft een prachtige betekenis van hoop, maar kijkt ook naar de toekomst en naar ons eigen leven. Chanoeka leert ons om niet iemand te zijn die zich laat regeren door zijn omstandigheden, maar die regeert over zijn omstandigheden. En deze overwinning is enkel mogelijk door het verborgen licht: de Messias van Israël. Hij is het Die 2000 jaar geleden in Jeruzalem wandelde tijdens het Chanoeka-feest.

Licht van de wereld

Kun jij je voorstellen dat je 2000 jaar geleden zou leven in het land Israël? De mensen die ooit in Jeruzalem zijn geweest zouden hier enigszins een beeld bij kunnen vormen. De kleine straatjes, de mensen op de pleinen en de prachtige Tempel die al van een afstand te bewonderen is. In de tijd van Chanoeka was het de Heere Jezus Die in Jeruzalem wandelde. “En het was het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter. En Jezus liep rond in de tempel, in de zuilengang van Salomo”.

Vanuit deze tekst uit Johannes 10:22 zien wij dus dat Jezus het Chanoeka-feest vierde. Waarom was Hij anders in Jeruzalem?

De Joodse opstand met Bar Kochba

Op het moment dat Hij daar liep kwamen talloze mensen om Hem heen staan. Zij hadden één brandende vraag, een vraag die alle generaties in die tijd bezighield: “Hoelang houdt U ons in het onzekere? Als U de Messias bent, zeg het ons vrijuit.” Vanuit de Joodse overlevering wordt veelal geleerd dat de Verlosser van Israël ongeveer rond het vierde millennium moest komen. Dit is rond het jaar nul. Nu het land werd overheerst door de Romeinen leefde deze gedachte nog meer op. Zo zien wij dat er in die tijd vele mensen opstonden die zich als messias uitriepen. Een hele bekende is de leider van de Joodse opstand, Bar Kochba.

Vanuit deze context begrijpen we ook de vraag die de mensen rondom Jezus stelde, want vlak daarvoor had Hij zich nog als ‘het Licht van de wereld’ bestempeld. Vanuit de Joodse overlevering is er een verband tussen licht en de Messias.

Zo staat er in de Joods middeleeuwse overlevering de Yalkut geschreven: “En God zag het licht, dat het goed was. ‘Dit is het licht van de Messias… Om te onderwijzen dat God de generatie en het werk van de Messias zag voordat Hij het universum geschapen had en Hij verborg de Messias… Onder Zijn troon van Glorie”. Zoals de Messias eeuwenlang verborgen was, zo ook Zijn licht. Op het Chanoeka-feest toont Jezus dit licht. Hij is het verborgen licht van de Chanoekia.

Vanuit de Joodse overlevering is er een verband tussen licht en de Messias.

Shamasj

Zoals jullie weten wordt op het Chanoeka-feest voor acht dagen de kaarsen aangestoken. In het Hebreeuws is dit: ‘Madlikiem (aansteken) Shmonet (acht) Jamiem (dagen) Chanoeka. De eerste letters van deze zin is een acroniem voor het woord ‘Mashiach’ (Hebreeuws voor Messias). Hiermee wordt duidelijk dat het aansteken van de kaarsen op het lichtfeest wijst naar niemand anders dan de Messias. En dit geheim zit ‘m al in de kaarsen. Tijdens deze dagen worden er in totaal 36 kaarsen aangestoken.

Op het moment dat ook de Shamasj, de kaars die in het middelpunt staat van de Chanoekia, wordt meegenomen dan worden er in totaal 44 kaarsen aangestoken. Eerder zagen wij al de link tussen de Messias en deze Shamasj-kaars. Het interessante is dat in het Hebreeuws woorden ook een getalswaarde hebben. Zo is aan het getal 44 het Hebreeuwse woord ‘dam’ gekoppeld. Dit is het woord voor bloed, want het is zo dat het licht van de Messias op ons is gaan schijnen toen wij door Zijn bloed verzoening hebben ontvangen.

Hiermee wordt duidelijk dat het aansteken van de kaarsen op het lichtfeest wijst naar niemand anders dan de Messias.

Het mysterie van Chanoeka

In het aantal kaarsen dat wordt aangestoken zit een mysterie verborgen dat de ware betekenis van het Chanoeka-feest toont. Zo leggen de rabbijnen de link tussen de 36 kaarsen (3 keer 12 uur tussen dag en nacht) en het licht dat op de vierde dag werd geschapen. Zij noemen dit licht het verborgen licht dat er was toen de wereld werd geschapen, het licht van de eerste mens. Adam, de eerste mens, is een beeld van de Messias. Op het moment dat de kaarsen worden aangestoken vraagt men eigenlijk aan God om het licht dat door de zonde van Adam en Eva was verborgen wederom te herstellen. Dit is het licht van de wereld, het licht van de Messias.

De Joodse traditie legt uit dat de 36 kaarsen van de chanoekia staan voor de 36 lagen van een ui.

Het licht van de Messias

De Joodse traditie legt uit dat de 36 kaarsen van de chanoekia staan voor de 36 lagen van een ui. Om tot de kern van een ui te komen dient eerdere laag te worden gepeld. Elke laag is een stuk duisternis totdat men tot de kern en het hart van de ui is gekomen. Hier vindt men het verborgen licht. Over dit licht zei de Chazal (een Joodse middeleeuwse rabbijn) dat dit ‘het licht van de Messias is’. Het is dan ook niet voor niets dat Jezus zich meerdere malen het licht van de wereld noemt. Hij is gekomen om te herstellen waarin de eerste Adam (mens) faalde.

Zo staat geschreven in Jesaja 9:1: “Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen”. In vers 5 staat vervolgens geschreven: “En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Binnen bepaalde Sefardische kringen heerst er een traditie door bij het aansteken van de kaarsen deze titels van de Messias te noemen.

Acht armen van de chanoekia

De chanoekia heeft acht armen; waarvan zes het getal is van de mens, zeven het getal is van de shabbat en het getal acht is het getal van het bovennatuurlijke. Deze armen tezamen vertegenwoordigen de bovennatuurlijke komst van de Messias. Men zegt Pelé (wonderbaarlijk), Yo’ets (raadsman), El (God), Gibor (machtig), Avi (vader) Ad (eeuwigdurende), Sjar (Prins), Shalom (vrede). De link tussen de Messias en Chanoeka in dit hoofdstuk is het samengaan met het licht in vers 1 en het ‘wonderbaarlijke’ in vers 5.

Het Chanoeka-feest gaat over het wonderbaarlijke licht. Zo leert de Talmoed dat het flesje met olie voor acht dagen bleef branden. Dit was enkel mogelijk door de olie die daarin zit. Deze olie in de fles is het hart van de ui, is het hart van de chanoekia de Shamasj; is het verborgen licht. En dit verborgen licht is niemand anders dan de Messias.

Het licht is verborgen

Op dit moment is het licht van de Messias voor velen van het volk Israël nog verborgen. Het doel van de Messias is dat dit licht weer terugkomt naar Israël. Als dat gebeurt dan zal dat genezing voor Israël betekenen. Dit zien wij terug in het verhaal van Jacob in Genesis 32:24-32. Het was Jacob die worstelde met een Man waarvan hij in vers 30 zegt dat hij God heeft gezien van aangezicht tot aangezicht. Om die reden noemde Jacob die plek Pniël.

In vers 31 wordt een detail gemeld waar veel mensen over heen lezen. Er staat namelijk geschreven dat de zon over hem op ging en dat hij mank was aan zijn heup. De zon zorgde er voor dat Jacob kon genezen van zijn wond en reeds mank kon lopen. Eén van de bekendste rabbijnen genaamd Rashi zegt over dit vers: “en de zon kwam op: dit is een gebruikelijke uitdrukking: wanneer wij ergens op een plek aankomen, brak de morgen aan. Dit is een eenvoudige uitdrukking.”

In vers 31 wordt een detail gemeld waar veel mensen over heen lezen.

De Messias komt

De Midrashic Aggadah (Tanchuma Buber, Vayishlach 10; Genesis Rabbah 68:10) [legt uit]: en de zon kwam op om zijn heup te genezen, zoals er is geschreven: (Maleachi 3:20): ‘de zon van gerechtigheid, met genezing onder zijn vleugels’”. Ofwel: de rabbijnen leggen uit dat het de zon, de Shamasj, was die genezing bracht over Jacob. Jacob kreeg tijdens deze gebeurtenis de naam ‘Israël’. Het verhaal van Chanoeka is het verhaal van Jakob die getranformeerd werd in Israël en zich tot Israël kan transformeren enkel door de genezing van het licht van de zon te ontvangen.

Nu is dit licht van de Messias nog niet volledig op Israël gekomen en dienen zij nog door de lagen van duisternis heen te steken, maar wij mogen geloven dat God spoedig hierin een verandering in gaat maken. En hierin mogen wij, Jood of niet-Jood reeds tot een licht zijn om de Messias dichter en dichter te brengen. Al ben je maar één lichtje, samen worden wij een groot licht. En dit licht kan enkel tot stand komen als Jezus de Messias door ons heen schijnt. Hij is het verborgen licht Dat spoedig zichtbaar zal worden voor Israël en de hele wereld.

Deel
Appje
Mail

Word gratis lid van Isreality

En ontvang het te gekke Isreality Magazine als cadeau!
Sluit Menu
×
×

Winkelmand