Itamar en RephaelIn het Isreality Magazine verscheen in 2009 een interview met Itamar Avnon en Rephaël Dagan. Twee Joodse jongens uit Nederland van toen 21 en 22 jaar oud, die samen in het Israëlische Defensieleger hadden gediend. Op 17 juli 2014 vloog Itamar met vlucht MH17 van Malaysia Airlines richting Kuala Lumpur. Hij was onderweg naar huis in Australië, nadat hij in Nederland was geweest voor de bruiloft van zijn zus Ruth. Itamar zou nooit op zijn reisbestemming aankomen.

Door Sara van Oordt

In een cafeetje aan de sfeervolle Amsterdamse grachten, vlakbij station Amsterdam Centraal, spreek ik af met Itamar Avnon (22) en Rephael Dagan (21). Twee Joodse jongens, geboren en getogen in Nederland. Beiden besloten ze op 18-jarige leeftijd hun relaxte leventje in Nederland drie jaar lang achter te laten en te verruilen voor drie jaar in het Israëlische leger. Dit werd een ervaring die hun leven veranderde. In januari 2009 in de Gaza-oorlog vochten ze twee weken lang zij aan zij tijdens een missie in de Gazastrook, om zo te helpen de veiligheid van Israël te garanderen. Een interview met Itamar en Rephael – twee heel verschillende jongens met een zelfde passie.

R: “Ik kom niet uit een religieuze familie, maar wel een familie die veel gebruiken toch doet. We proberen nooit de Joodse identiteit te vergeten. Ik heb de middelbare school afgemaakt en toen gymnasium gedaan. Ik wou eerst studeren, en toen toch niet, ik wou eerst iets anders doen. Moeilijk om te beslissen wat. Maar omdat ik toch een connectie heb met Israël, er elk jaar naar toe ga, dacht ik dat ik daar naartoe wou gaan en vrijwilligerswerk daar doen. Toen groeide het gevoel dat ik toch in Israël wou blijven, ik zag dat al mijn vrienden naar het leger gingen. Ik heb Itamar ook leren kennen midden in dat jaar in Israël.”

I: “Mijn vader is Israëlisch, mijn moeder is Nederlands. Ik ben christelijk opgegroeid, mijn moeder is christelijk, mijn vader is zeg maar Messiasbelijdend Joods. Dus toen ik klaar was met de havo kwam de keuze: óf hbo doen, óf iets anders doen. Ik wilde nog niet verder gaan leren, ik wilde sowieso Ulpan gaan doen: Hebreeuws leren in Israël. Ik kon een klein beetje Hebreeuws, maar wilde dat verbeteren. Dus toen kwam ik er achter dat ik ook het leger in wilde gaan.”

Voelde je het als een soort plicht?

I: “Niet een plicht naar iemand anders toe, maar wel naar mezelf. Als ik dit niet zou doen, zou ik iets belangrijks missen, naar mijn mening is dit de beste manier om je leven als volwassene te beginnen.”

R: “Voor mij is dat precies hetzelfde. We hoeven niet, niemand dwingt ons. Ik denk dat mensen vaak vergeten hoe moeilijk de wereld soms kan zijn, en ze nemen aan dat alles heel gemakkelijk is, terwijl ik denk dat dat niet hoeft. Niemand in Israel komt naar het leger om stoer te doen of om geld te verdienen, want daar dat gaat je niet helpen.”

I: “Ik was nooit echt een jongen – ik denk Rephael ook niet echt – die met een mitrailleur oorlogje speelde vroeger. Sommige mensen gaan naar het leger omdat ze denken dat dit leven bij hun past. Ik ben echt uit ideologie gegaan, omdat ik iets voor het land wilde doen. Als je Israel  wilt helpen, dan is het leger een vorm waarin je dat kunt doen.”

R: “Precieees hetzelfde voor mij. Het is de ideologie, ik denk dat het heel duidelijk staat ook in de Bijbel, dat alles om Israel draait. Het maakt niet uit of je christelijk of Joods bent, daarom zie je ook christenen naar Israel komen. Je wordt hierin geboren, het is je realiteit. Eerst als kind vier je de sjabbat, en doe je alle feestdagen, zo krijg je het gevoel van je identiteit als een Jood. En dan word je meegenomen naar Israel tijdens de zomervakantie, en zie je hoe het daar is. En op een gegeven moment, dat gebeurt bij veel mensen, het is een aantrekkingskracht die je krijgt.”

Mijn moeder vond het niets. Gevaarlijk, en ze had een dubbel gevoel: haar zoon gaat naar het leger, dat is een gevaar, en dan gelijk 3 jaar, op 18-jarige leeftijd. Normaal gesproken ga je dan op kamers, en je moeder doet de was voor je in het weekend.

Wat vond jullie familie ervan dat jullie het leger in gingen?

I: “Mijn moeder vond het niets. Gevaarlijk, en ze had een dubbel gevoel: haar zoon gaat naar het leger, dat is een gevaar, en dan gelijk 3 jaar, op 18-jarige leeftijd. Normaal gesproken ga je dan op kamers, en je moeder doet de was voor je in het weekend. Wij gingen gelijk voor 3 jaar weg. Ze weet ook als je terugkomt, nu woon ik ook niet meer thuis. Het leger maakt je gewoon veel meer volwassen. In Nederland gaat het meer geleidelijk, na de havo ga je nog een beetje op kamers, heel erg geleidelijk. Wij gingen gelijk naar het buitenland, op onszelf wonen, maar dat zie ik ook wel als een positieve ervaring. Mijn vader vond het goed, het maakte hem ook niet uit als ik het niet zou doen, hij zei: je moet doen wat je zelf wilt, maar toen ik het besloot wel te doen, was hij er voor, omdat hij weet hoe belangrijk het is voor het land, maar ook voor jezelf, want het maakt je als mens ook wijzer, meer ervaring.”

R: “Mijn moeder vond het een beetje minder, maar dat kwam omdat zij ook ervaring had gehad in het leger, heel erg. Zij wist hoe het was, dat het niet altijd leuk is, maar uiteindelijk stond iedereen er achter, ik denk ook mijn moeder.”

Dachten jullie niet: What’s in it  for me?

R: “Tuurlijk! Om in Israel te wonen, leuke mensen, leuke  sfeer, leuk om alleen te wonen, uitgaan, geen mensen die thuis vertellen wat je moet doen… ook heel veel leuke dingen dus. Heel veel gezellige weekenden en vakanties samen gehad.”

I: “Het is ook leuk als je 18 bent. Dat kan ik me nog herinneren: je bent klaar met de havo, ik ga er lekker van door, een soort avonturier. Je bent jong en je wilt wat.”

R: “Ik was heel spontaan naar Israel gegaan. Binnen een dag had ik dat eigenlijk besloten. (lacht) Ik had al jarenlang een vriendin. Ik kwam net terug van 2 maanden in Israel. Juli-augustus was het toen. Ik zou beginnen met studeren, en ik zei tegen mijn vader ik heb echt geen zin, ik weet niet wat ik wil doen, toen hebben we aan de telefoon gesproken met die vrijwilligerswerk. Hij vond het leuk, hij zei wanneer wil je komen? Mijn vader zei: morgen, morgen komt ie. Toen moest ik nog met mijn vriendin praten en tegen haar zeggen, ik ga morgen… Ze zei ik wist dat dit zou gebeuren. Ik wist het zelf niet eens, maar zij wist het dus kennelijk wel. (lacht). Toen moest het uitgemaakt worden, dat was heel erg. Ik denk dat ik heel erg spontaan ben, ik denk dat de meeste mensen die in Israel komen ook heel spontaan zijn, we kennen er genoeg, iedereen eigenlijk.”

I: “Je moet een beetje gek zijn om het te doen. Ik zou eerst zelf die Ulpan doen, en dan zou ik beslissen. Toen aan de telefoon zei ze, je kunt beter nu beslissen. Toen zei ik, oke oke ik ga wel het leger in. Soms kan je beter met de stroom meegaan, want dan komt het wel goed.”

Jullie waren er al tijdens de Libanonoorlog?

R: “Ik was tijdens de Libanonoorlog op vakantie in Israël.”

I: “Ik ook.”

Dacht je toen nog steeds: ik wil het leger in?

I: “Juist toen!”

R: “Ten eerste wel en ten tweede merk je er niets van. Ik zat in Tel Aviv, en een maand in Jeruzalem. Het WK voetbal was toen nog, je kon echt niks zien. Het enige wat je merkte was een gevoel op straat, mensen die altijd bezig zijn met het nieuws. Maar in de grote steden merk je er niks van. Het leven was niet anders. Dat is best wel raar. Soms zijn mensen bang om naar Israel te komen, maar als je daar rondloopt op straat, dan merk je er niks van.”

I: “Rephael ging een maand eerder het leger in dan ik.”

Wat voor functie hadden jullie?

R: “Allebei combat soldiers bij de parachutisten. Itamar was bij de special forces, en ik was commandant, staff sergeant, allebei bij de landmacht.”

I: “Wij zijn gespecialiseerd in bommen plaatsen en dingen opblazen, en ook landmacht.”

R: “We zijn samen naar de Gazastrook gegaan. We liepen echt náást elkaar Gaza binnen.”

I: “Operatie Cast Lead, ‘Gegoten lood’. Vooral aan het begin was het heftig. Al wekenlang zeiden ze elke dag tegen ons: morgen gaan we. En elke avond dachten we: okeee, we zien het wel.”

R: “En elke avond gingen we met elkaar afspreken, omdat we toch niet naar binnen gingen. Toen was het op een gegeven moment Nieuwjaar. Toen belden we nog naar een jongen die in Nederland woonde, een vriend, en we hoorden het knallen van het vuurwerk , en hij wenste ons gelukkig Nieuwjaar. En het enige wat wij hoorden waren de bommen die vielen.”

I: “Hetzelfde geluid, alleen een iets ander gevoel.”

Hoe lang zijn jullie in Gaza geweest?

I: “Twee weken zijn we daar geweest. Dat was heftig.”

R: “Ja, heftig, maar ook wel een goeie ervaring. We moesten alles opruimen van bommen en raketten .  Zoals je weet werd Israel bestookt met raketten, na een half jaar relatieve stilte. Mensen in het zuiden konden niet normaal leven. Daarom heeft Israel besloten om naar binnen te gaan, en proberen om dat allemaal tegen te houden en daar een einde aan te maken. En natuurlijk ook omdat het Hamas regime daar regeert. Het is niet hetzelfde als in de Westelijke Jordaanoever. Dus we moesten naar binnen, en eigenlijk van huis naar huis kijken of er wapens zijn die tegen Israel gebruikt worden.”

I: “De meeste bewoners waren al weg hoor. In militair opzicht is de operatie eigenlijk heel erg geslaagd, het verliep ook heel geordend. Het leger is heel humanitair, ze waarschuwen, ze laten allemaal papiertjes uit de lucht vallen waar op staat: ga uit de huizen; ze bellen de huizen,… In principe was het erg geordend.”

R: “We hebben heel veel tunnels gevonden, je kan je niet eens voorstellen hoeveel. Het is onvoorstelbaar hoe mensen dat kunnen bouwen. Daar waren tunnels met wapens, tunnels naar Egypte, tunnels naar dit tunnels naar dat, ongelooflijk. Als het wapentunnels waren moesten we die opblazen. En anders werd het gedicht.”

Wat vonden jullie het heftigste wat je daar hebt meegemaakt?

R: “Vooral de eerste dag. Dan ben je het nog niet gewend, daarna wordt het gewoon.”

I: “Het is een gevoel dat je niet kan uitleggen aan iemand die er niet is geweest. Het is eigenlijk een soort van extase waarin je bent, alsof je in een film speelt. In het leger leren ze dat ook: ieder mens raakt aan alles gewend. In het weekend ben je bijvoorbeeld lekker thuis en slaap je lekker in je bed, en 48 uur later zit je zelfs zonder slaapzak buiten in de natuur. Maar je went overal aan.”

Waren jullie bang?

I en R: “Nee.”

R: “Alleen in het begin, toen we echt over de grens daar naar binnen moesten lopen, je hoorde alle bommen vallen, elke paar minuten vielen hier bommen, en elke paar minuten vielen daar bommen. Toen moesten we van die greppels graven waar we dan in moesten liggen.”

I: “Ja, dat was wel erg.”

R: “Allemaal hadden we schepjes, en we moesten heel snel graven, en die bommen die vlogen zo over.”

I: “En je hoopt dat ze niet op je vallen.”

R: “De kans is heel erg klein, maar toch denk je wel…”

I: “Ja, natuurlijk, maar dan ben je toch heel erg blij dat ik in het beste leger zit van de wereld, want wat Israel aan apparatuur heeft is ongelooflijk, en daar vertrouw je op, en dat is ook goed. Het is iets wat je natuurlijk liever niet doet, maar als het dan toch al gebeurt, zou ik er wel bij willen zijn om het goede te doen, en dan neem je toch die ervaring mee voor de rest van je leven.”

R: “Tegen Itamar: maar als jij nou de ontruiming zou moeten doen van Gush Katif.”

I: “Gelukkig was ik toen niet in het leger.”

R: “Ik had het niet gedaan, absoluut niet.”

I: “Ik zou het wel doen.”

R: (ongelovig): “Zou jij het wel doen? Nee!”

I: “Op het moment dat je het leger in gaat, je bent een soldaat, ze vragen iets aan je, ook al ben je het er niet mee eens, dat maakt niet uit. Als iedereen zijn eigen mening zou geven, dan eindig je ergens in een Afrikaanse bananenrepubliek.”

R: “Nee, maar het is wel moeilijk. Ze zeggen ook: in het leger mag je geen politieke voorkeur hebben. Je hebt er mensen die links zijn of rechts… Je hebt mensen die echt uit de meest Tel-Avivse wijk komen die ongelooflijk links zijn, maar die doen het ook. Je doet het om de mensen te verdedigen, en iedereen de kans te bieden om voort te bestaan.”

I: “En ook, als je in het leger zit je denkt niet alleen: ik doe het voor het land. Dat is natuurlijk wel een gedachte, maar je denkt ik doe het voor m’n vrienden. Want je hebt je vriendengroep, en daar doet iedereen z’n best voor elkaar. En samen ga je voor het grote doel. Maar je denkt niet zozeer, dit ga ik nu doen voor Israël. Je denkt we zijn nu als eenheid bij elkaar, en daarvoor doen we het met elkaar.”

Dacht je er aan dat je gewond kon raken of sterven?

I: “Nee, die gedachte speelt niet echt door je hoofd.”

R: “Ik dacht wel: wanneer ga ik naar huis. Op een gegeven moment wilde ik zo graag naar huis gaan, ik voelde me vies.”

Wist je op een gegeven moment volgende week is het afgelopen?

I: “De eerste paar dagen dachten we: het wordt echt een paar dagen. Toen maakten ze duidelijk dat het ongeveer twee weken zou gaan duren.”

R: “Op een gegeven moment dacht ik zelf dat het nooit zou eindigen, want ze zeiden dat we nog naar het zuiden zouden gaan.”

I: “Bij ons hadden we toch het gevoel dat we niet te lang door konden gaan, want je hoort ook het nieuws vanuit Israel, we hebben gewoon een radio dus je hoort wel een beetje… Uiteindelijk was het allemaal een groot politiek spel, tussen Bush en Obama, ze lieten ons een beetje de gang gaan, tenminste dat gevoel hadden wij, maar je kan het natuurlijk nooit zeker weten.”

Hebben jullie de opdracht daar eigenlijk kunnen afmaken?

I: “Nee, eigenlijk niet. Pas na twee weken had iedereen het gevoel: nu gaan we pas echt aan de slag. Zodra je meer naar Gaza-stad komt, kom je meer in dat gebied waar al die tunnels zijn.”

R: “We zijn tot de heuvel van Gaza-stad gekomen, niet in Gaza-stad zelf.”

I: “En toen gingen we weg. Maar uiteindelijk heeft het wel zin gehad.”

In Nederland werd in de kranten bericht alsof Israël onschuldige burgers afschoot.

R: “Hoe kan dat nou? Er was ook totaal geen enkele journalist in Gaza! Hoe weten ze dat dan?”

I: “Ieder logisch persoon kan toch nadenken dat een democratisch westers land niet zomaar burgers zou beschieten, omdat ze daar geen enkele baat bij hebben.”

R: “Maar jij denkt dat de meeste mensen denken dat Israel een democratisch westers land is, terwijl de mensen bij mij op het gymnasium, mensen die misschien op een iets hoger niveau kunnen nadenken, dachten dat ik op kamelen ging rijden.”

Moet je nagaan als we niet zouden bezig zijn met al die onzin, al dat geweld. Voor wat is het goed? Voor beide zijden is het niet goed.

 

 

Wat is volgens jullie de oplossing van het conflict?

I: “Volgens mij is de oplossing (lange stilte), een groot hek bouwen. Geef ze een staat, een Palestijnse staat, laat ze leven waar zij willen leven, en gewoon de grenzen sluiten. Laat Israel gewoon normaal leven zonder oorlogen. Je moet je voorstellen: het land is nu al prachtig, mooi, economisch gaat het goed naar omstandigheden. Moet je nagaan als we niet zouden bezig zijn met al die onzin, al dat geweld. Voor wat is het goed? Voor beide zijden is het niet goed. Maar voor mij is ook de oplossing dat er een gesprekspartner moet zijn. Ik vind dat Israel als westers land nog haar verantwoordelijkheden neemt, ze hebben een rechtvaardig leger, ze doden niet zomaar onschuldige mensen. Maar hoe kun je vrede maken als er niet eens een partner is om vrede mee te maken?”

R: “Ik zie het wel anders hoor. Ik zie dat de westelijke Jordaanoever veel rijker is en veel verder gevorderd dan de Gazastrook. In het leger heb ik ook gemerkt dat de mensen die daar wonen veel minder Israel willen aanvallen. Tien jaar geleden was dat niet zo, 5 jaar geleden ook niet. Maar op dit moment hebben ze in Nablus bioscopen, … ze willen ook niet meer aanvallen. Ik heb het gevoel dat heel veel mensen gewoon normaal willen leven. Ik denk dat het conflict geen religieus conflict is. Het zijn mensen die jaloers zijn. Het is een Sociaal-economisch en territoriaal conflict. De gesprekspartner in de Gazastrook bestaat niet, maar in de Westelijke Jordaanoever wel. In de Westelijke Jordaanoever kan je ook heel makkelijk komen, als Israeli, je bent niet zo bang, er gebeurt niet zoveel. Ik denk dat Hamas uitgeroeid moet worden, totaal van de wereldkaart weg moet… de mensen die vechten voor Hamas. Mensen zijn soms onder druk gezet om op Hamas te stemmen, iemand die stemt op Hamas hoeft niet meteen een slecht persoon te zijn. Ik denk dat het ook te maken heeft met brainwash, en omdat Hamas het enige instantie is daar die geld heeft, maar het is gewoon een terroristische groep. Er moet serieus gewerkt worden, misschien zelfs forceren, misschien kun je vrede forceren. Vroeger deden ze dat toch? Als dat in de historie is gebeurd, dan moet dat nog een keer kunnen gebeuren.”

I: “Vroeger was het in de Westelijke Jordaanoever net zo erg als in Gaza. Nablus of Ramallah daar kwam je niet in zonder beschoten te worden. Toen in 1999-2002 is het Israelische leger daar gewoon hard op in gegaan, consequent acties. Nu zie je het effect. Dan kun je zeggen dat  ze geweld hebben gepleegd, maar nee, ze hebben gewoon consequent mensen gearresteerd die terroristische activiteiten doen, en het resultaat is dat het nu gewoon hartstikke rustig is. Ook al zijn er mensen met terroristische gedachtes, die weten toch: er is niks aan te doen.”

R: “Maar als jij naar de bioscoop kan gaan, als jij uit kunt gaan, lekker naar een cafeetje, dan wil jij toch ook Israel niet meer aanvallen? Het gaat hierom: voordat de staat Israel werd opgericht, toen woonden er een groep Joden en een groep moslims. Iedereen was zo’n beetje gelijk, daarom konden de Joden ook met de Arabieren overweg, omdat ze beiden aan het werk waren in de woestijn, iets aan het doen. Toen kwamen er Joden die echt dingen wilden veranderen, die gingen bouwen en echt omhoog wilden, ze deden dingen die zij niet hebben gedaan, je ziet wat je allemaal kunt doen met een stuk land. En nu ook: je ziet dat jouw leiders al het geld zelf houden, het heeft ook geen zin om de Hamas of de Palestijnen in de Gazastrook geld te geven, want dat geld komt toch niet bij hen. Nooit en te nimmer. Het is gewoon jouw belastinggeld dat naar Gazastrook toegaat, ‘evaporates’, gewoon weg.”

Ik zou mezelf later liever zien met een Israëlische vrouw, omdat ik me toch meer kan identificeren met haar dan wanneer ik met een Nederlands meisje zou trouwen.

Hoe belangrijk is je geloof voor je?

R: “Heel erg belangrijk. Wat wil je er over weten? In Israel- dat is wel een beetje jammer – vergeet je soms dat je Joods bent, omdat iedereen om je heen Joods is, maar in het buitenland voel je meteen dat je identiteit verhoogd wordt omdat je ziet dat je anders bent, niet dat jij verkoren bent door God, dat wordt ook niet gezegd in het Jodendom. Maar als je Jood bent, dan moet je bezig zijn met andere mensen, met hoe jij andere mensen kan helpen. Je moet dat nooit vergeten, en als je dat vergeet … ergens leef je dan niet, weet je. Het is niet dat ik elke zaterdag naar de synagoge ga, maar ik wil wel natuurlijk met een Joods meisje trouwen, en misschien jij ook wel?”

I: “Mijn moeder is christen. Ik identificeer me heel veel met Israël, maar ook met christendom. Ik weet het zelf eigenlijk nog niet eens hoe ik mezelf zie, maar in principe zie ik mezelf meer als half Nederlands half Israëlisch. Maar ook omdat ik zelf in het leger ben geweest, en bijna al m’n vrienden zijn nu Israëlisch of Nederlands-Israëlisch. Heel veel vrienden van de middelbare school heb ik toch niet zoveel contact meer mee, omdat ik me toch moeilijk kan identificeren. Ja, ik heb gewoon heel andere dingen meegemaakt, heel andere prioriteiten op dit moment.”

R: “Alsnog: de Bijbel is de Bijbel, het is de Bijbel voor jou en de Bijbel voor mij.”

I: “Precies, het komt op hetzelfde neer. Niet helemaal natuurlijk, maar wel qua oorsprong. Ik zou mezelf later liever zien met een Israëlische vrouw, omdat ik me toch meer kan identificeren met haar dan wanneer ik met een Nederlands meisje zou trouwen. En niet zozeer joods of christelijk, eigenlijk meer Israëlisch of Nederlands. Zo identificeer ik mezelf. Dat is ook wel iets dat ik niet had voorzien toen ik 18 was, ik ging toen naar Israël. Ik dacht: oké, ik ga het leger doen, misschien kom ik daarna weer terug naar Nederland. Maar dat doet toch wat met je, als je drie jaar ergens woont. Je verandert. Heel raar, want ik kwam terug naar Nederland. Ik hou natuurlijk nog van m’n Nederlandse vrienden, daar heb ik ook nog contact mee, het zijn echt goeie mensen, maar automatisch ga je toch meer met Israëlische mensen om, omdat je toch hetzelfde hebt meegemaakt, je bent in dezelfde levensfase. Ik denk dat jij (R) het ook wel voelt.”

R: *instemmend gebrom*

I: “Hier in Nederland verandert er niets. In Israël ga je het leger in, het is een tijdperk van het leger, dan heb je een tijdperk van na het leger, dan ga je studeren, het is eigenlijk heel sterk met periodes. En in Nederland is het meer iedereen doet een beetje wat ie zelf wilt.”

R: “Ik vind het wel moeilijk om met mensen hier over die dingen te praten. Het zijn wel goeie vrienden hoor, maar… iedereen is wel altijd bezorgd over je geweest, en altijd over je nagedacht enzo. Je kan niet zo makkelijk goeie gesprekken meer hebben over iets wat jou dwarszit dat toen is gebeurd waar je over wilt praten, omdat ze dat niet begrijpen. Daarom heb je elkaar. We hebben ook een paar Nederlandse jongens die in het leger hebben gezeten, en de meeste kennen elkaar wel.”

Voel je je meer Nederlander of meer Israëli?

R: “Haha, identiteitscrisis! In Israël voel ik me een Nederlander en in Nederland voel ik me een Israëli.”

I: “Ik denk dat ik me over dertig jaar nog steeds… Op dit moment, ben ik Israelisch, want ik kom net uit het leger en ik werk ook bij een bedrijf waar alleen maar Israelische mensen werken. Dus ik woon wel in het buitenland, maar ben toch alleen maar met Israeli’s … identiteitscrisis, niks aan te doen! Dat is het lot van iedereen die twee paspoorten heeft en die vaak op en neer… als je 3 jaar in het land hebt gewoond, en je spreekt de taal, en je hebt familie daar.”

R: “Dat doet elke Nederlander hoor. Ik ken zoveel Nederlanders die helemaal niet Joods zijn,en die als ze een keer in Israel zijn geweest, gewoon verliefd zijn op iemand, of op het land, of wat dan ook, en dan niet meer weggingen.  Ik denk dat dat iets hogers is, het is gewoon een land wat je spiritueel raakt, of je het nou wil of niet. En of je er over nadenkt of niet. Je hoeft er niet altijd mee bezig te zijn om ervan te houden.”

Beschrijf Israel in één zin.

(lange stilte)

R: “Een land van extremen. Extreem land in elk opzicht. (weer stilte) Oh, ik weet het al: Super Multi-culti. Een land waar je mensen vanuit de héééle wereld tegenkomt. De mixen die je ziet, en de mensen, waar ze vandaan komen. Iedereen is Israelisch.”

I: “Een land waar je jezelf kan zijn. Dat vind ik. Wat mensen heel vaak zeggen in Nederland, in Amsterdam kun je jezelf zijn, iedereen doet eigenlijk wat ie wil. Maar in Israel is het in de kleine dingetjes, je gaat naar het strand, je neemt de bbq mee, soms kun je je ook aan irriteren hoor, in een bus: mensen praten hard; iedereen doet eigenlijk een beetje wat ie wil, niet te veel naar de ander kijken en niet teveel op de etiketjes letten, dat vind ik. Je moet leven, niet teveel op de kleine dingetjes, zoals vaak in Nederland: hoe laat zullen we afspreken, om 8 uur? Met Israelische vrienden is het dan: ja, ik kom wel, al kom ik 2 uur te laat. Het is wat natuurlijker, daar hou ik van. Dat past ook bij mij, ik kom overal te laat.”

R: “Ik denk dat die zin voor ons beiden wel mag…”

Jongeren zeggen dat ze achter Israël staan. Wat moet dat in de praktijk betekenen, wat vinden jullie daarvan?

R: “Dat is heel erg goed, maar het wil ook zeggen dat je dan echt iets moet doen. Het kan iets heel kleins zijn, kan ook iets groots zijn. Ten eerste denk ik dat iedereen naar Israel moet komen. Ik denk, spirituele steun is het eerste en misschien ook het belangrijkste, het hangt er vanaf hoe je ernaar kijkt. Als iedereen iets denkt, dan kan ook echt een kracht gestuurd worden naar een bepaalde kant. Ik denk dat dat ook met heel veel dingen zo gebeurt, je voelt dingen aan. Maar er zijn heel veel kleine dingen die je kan doen, je kan misschien een maand naar Israel komen en helpen, je kan Sar El doen, je kan in Nederland met veel mensen praten, en je echt verdiepen in de hele zaak.”

I: “De grootste steun zou directe steun aan soldaten zijn. Je kan wat geld inzamelen, en ook al doe je een keer een etentje met soldaten erbij, en dat je als Nederlanders zegt, we zijn hier gekomen om jullie eten te geven, iets leuks, dat zou de moraal heel erg opkrikken.”

R: “Heel veel Amerikaanse christenen hebben voor en tijdens de oorlog pakketten met snoep en brieven gestuurd, dat is wel heel erg leuk voor de soldaten.”

I: “Directe steun aan de soldaten is het belangrijkste. Iedereen komt toch in het leger, het leger moet je blijven steunen. Natuurlijk ook de Israëlische maatschappij, dat is ook goed, er zullen vast veel vrijwilligersorganisaties… maar het meest effectieve als je het mij vraagt, is het leger steunen.”

R: “Maar je moet ook aan de Nederlanders kunnen laten zien dat de situatie niet is zoals die steeds wordt geschetst in al die media, het is wel belangrijk omdat er niet zoveel mensen zijn die zo denken. Als een Joodse groep dingen zou presenteren, dan is dat minder geloofwaardig dan wanneer christenen voor Israel dat doen, omdat die er buiten staan. Het is heel belangrijk, dat dingen worden gebalanceerd, als een extreem iets wordt gezegd, ook de andere kant laten zien, dat is heel belangrijk. Maar ik denk dat het belangrijk is vooral dat mensen naar Israël komen.”

I: “Dat is dus aan twee kanten winst: en ze steunen Israël, en ze hebben een leuke tijd. Een win-win-situatie.”

Wat is jullie boodschap voor Isreality-jongeren?

R: “Het is heel belangrijk dat jullie blijven bestaan, om te doen wat jullie doen. Omdat het misschien niet miljoenen mensen zijn, maar overal op de wereld zijn vele miljoenen mensen die Israel echt helpen. En elk klein percentage dat helpt, dat geeft zoveel kracht. Twee vrienden van mij, we waren bij het huis van mijn Nederlandse vrienden die hier in het leger zitten, zijn ouders het hele huis hangt vol met schilderijen van Israel, ze draaien Israelische muziek… Ze kwamen daar en ze konden het gewoon niet geloven. Ze wisten het gewoon niet. Voor hun was het een shock, in positief opzicht. Dan zie je dat er mensen zijn op de wereld die wel van je houden, want zij denken ook dat niemand van hen houdt, dat iedereen hen haat.

Misschien is het jullie plicht om te laten zien aan de Joden dat jullie er wel zijn. Zij denken ook dan, niet iedereen is antisemiet, er zijn mensen die wel van ons houden.”

I: “Een goed middel ook om Israel te steunen, is Israelische producten te kopen. Qua economische steun is het ook heel belangrijk voor Israel, dat op het moment dat er tegenacties waren bij AH om Israelische producten uit de supermarkten te halen, dat is natuurlijk te gek voor woorden.”