fbpx

Wat vieren Joden tijdens het Inwijdingsfeest?

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Het Joodse Inwijdingsfeest en het christelijke kerstfeest hebben overeenkomsten, maar er zijn ook grote verschillen. Kerst is het gevolg van een niet erg geslaagde kerstening van het heidense Midwinterfeest. De commercie profiteert volop van het gezellige heidendom. Het Inwijdingsfeest viert dat de tempel opnieuw werd ingewijd, nadat deze juist van heidense rituelen was gereinigd.

Het verhaal van het Inwijdingsfeest

Het verhaal van het Inwijdingsfeest (in het Hebreeuws: Chanoeka) speelt zich af rond 160 voor Christus. De Grieken heersen over een groot gebied. In Israël is Antiochus IV de vorst. Hij neemt maatregelen ‘ter bevordering van de religieuze en culturele integratie’. Om de religieuze aanpassing te bereiken wordt bij koninklijk besluit vastgesteld wat wel en niet mag op godsdienstig gebied. Joodse feesten en ‘mensonterende’ rituelen zoals de besnijdenis worden afgeschaft.

Lees ook: Betekenis en achtergronden van Chanoeka

En de Grieken deden veel kwaad in het land; Ze maakten dat Israël zich zette in holen, in al hun schuilplaatsen. En zij bouwden een gruwel der verwoesting op het reukaltaar, en rondom in alle steden van Juda bouwden zij altaren. En in de deuren van de huizen, en op de straten offerden zij reukwerk; En ze verbrandden de Thora rollen die zij vonden, nadat zij ze verscheurd hadden. En waar bij iemand gevonden werd het boek des verbonds, en zo iemand de wet toestond, die doodden zij naar het bevel des konings, door hun geweld. En de vrouwen, die haar kinderen lieten besnijden, doodden zij naar des konings bevel; En zij hingen de kleine kinderen op aan de halzen der moeders, en doodden haar huisgezinnen, en degenen die hen besneden hadden. Maar velen van het volk waren standvastig en wilden niets onreins eten, ze lieten zich liever doden dan dat zij zich verontreinigden; daarom werden zij omgebracht. – 1 Makkabeen 1:56-67

Vernietiging van het Jodendom

De Seleucidische vorst Antiochus IV wilde het Jodendom met geweld laten integreren met het algemene geloof in de godenwereld. In de geschiedenis van het Joodse volk is vaak geprobeerd het Jodendom te vernietigen met geweld, niet in laatste plaats door de christelijke kerk.

De afgezanten van Antiochus proberen tevergeefs de al oudere priester Mattathias over te halen om ook varkensoffers te brengen aan Zeus. 1 Makkabeeën 2 vertelt dat als Mattathias blijft weigeren, een andere Jood wèl naar het heidense altaar loopt om te gaan offeren. Dat zag Mattathias en het ging hem door zijn hart, zijn ijver ontstak voor de wet; hij doodde voor het altaar de Jood en de hoofdman van Antiochus en wierp het altaar omver.

Deze verzetsdaad in 168 voor Christus is het startsein van een guerrillaoorlog, waarvoor deze priester met zijn vijf zonen het initiatief neemt. Met Juda als aanvoerder wordt de strijd gewonnen en de tempeldienst, na drie jaar, hersteld.

En zij hielden deze inwijding van het altaar acht dagen lang, offerende met vreugde brandoffers, en slachtende offeranden der behoudenis en des lofs. En Judas met zijn broeders, en de ganse vergadering van Israël, bepaalden dat de dagen der inwijding van het altaar, op hun tijden, jaar na jaar, acht dagen lang, van de vijfentwintigste dag der maand Chasleu, zouden gehouden worden met vreugde en blijdschap.
– 1 Makkabeen 4:56-59

Het wonder van het Inwijdingsfeest

De rabbijnse traditie leert dat de Grieken alle olie verontreinigd hadden. Toen de verzetsstrijders op zoek gingen naar olie, vonden ze maar één kruikje olie met het zegel van de hogepriester. Het was maar voldoende voor één dag. Er gebeurde een wonder: de lamp bleef acht dagen branden. Daarom duurt het Inwijdingsfeest acht dagen.

Chanoeka kandelaar

Tijdens het feest worden er speciale gerechten gegeten waarbij olie gebruikt wordt en steekt men iedere dag een kaars van de kandelaar aan. Deze kandelaar heet de chanoekia en heeft acht armen (niet te verwarren met de menora, die zeven armen heeft en in de tempel stond).

Inwijdingsfeest in het Nieuwe Testament

Jezus ging speciaal voor het Inwijdingsfeest naar Jeruzalem (Johannes 10:22-23). Een wandeltocht van Galilea naar Jeruzalem is in de winter geen pretje. Hij had er kennelijk de ongemakken van de lange reis voor over om tijdens dat feest in en bij de tempel te zijn.

Herstel van Israël

In Jezus’ dagen was de herinnering aan het herstel van Israël nog springlevend. De Messiasverwachting was hoog.  Ze vragen Jezus dan ook tijdens het feest: Hoelang houdt U ons in spanning? Als U de Messias bent, zeg het ons vrijuit (Johannes 10:24). Jezus reageert ontwijkend. Een overtuigend ‘ja’ zou Hem hebben meegesleept in een uitzichtloos militair avontuur. Jezus was daar niet voor gekomen.

Messias

Dat Jezus als Messias geen directe vrede en bevrijding bracht, moet voor de Joden een enorme teleurstelling zijn geweest. De Emmaüsgangers verwoordden het zo: Wij hoopten dat Hij het was Die Israël zou verlossen (Lukas 24:21). Deze teleurstelling was en is voor de overgrote meerderheid van Israël van doorslaggevende betekenis om Hem niet als Messias te erkennen.

Toch was de verwachting van Israël niet misplaatst: het Oude Testament geeft er zeker aanleiding voor. En Jezus gaat deze belofte zeker vervullen, op Zijn tijd.

Bekijk ook deze video over Chanoeka, waar rabbijn Yanki Jacobs verder ingaat op de betekenis van het feest:

Lees ook: