fbpx

Dit moet je weten over… Jom Kippoer

Alles over de belangrijkste dag voor Joden.
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Jom Kippoer is een Joodse vastendag die in het teken staat van verzoening. Het is de belangrijkste dag van het Joodse jaar. Ontdek hier waarom!

Want op deze dag wordt voor u verzoening gedaan om u te reinigen. Van al uw zonden wordt u voor het aangezicht van de Heere gereinigd. Het is voor u sabbat, een dag van volledige rust, opdat u uzelf verootmoedigt. Dit is een eeuwige verordening. – Leviticus 16:30-31

Geschreven in het zand

De wind waait door onze haren terwijl het zand kriebelt tussen onze tenen. De golven komen op ons af en verdwijnen met hetzelfde gemak. Ik vind het heerlijk om met mijn vrouw over het strand te lopen. Op die momenten heb ik de neiging om als een verliefde tiener onze namen te schrijven in het zand. Kijkend naar onze namen zie ik dat het zand door de wind wordt meegenomen om onze namen voorgoed uit te wissen. ‘Zand er over, niets meer van te zien’. Sommigen zeggen: “zo is dat ook met onze zonde: zand er over!” Maar klopt dat wel?

Geduchte dagen

Op het moment dat Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar) tot een einde is gekomen breekt een periode aan die in het Jodendom Jamiem Nora’iem (geduchte dagen) wordt genoemd. Deze tien dagen van inkeer is een ketting tussen de schakel van Rosh Hashanah en Jom Kippoer (Grote Verzoendag). In deze periode van inkeer is Jom Kippoer het sluitstuk. Om Jom Kippoer beter te begrijpen is het van belang om te weten wat de Thora schrijft over deze dag.

Goede oude tijden

God gaf Mozes op de berg Sinaï instructies over de Tabernakel overeenkomstig de blauwdruk die hem werd getoond (Exodus 25:40). Dit geldt voor het uiterlijk van de Tabernakel (wat uiteindelijk de Tempel werd) maar ook alle voorwerpen in het heiligdom en ook de priesterdienst. De schrijver van de Hebreeënbrief (8:5) legt uit dat alles wat Mozes getoond was een afdruk was van hetgeen in de hemel is. En deze gedachte delen Joden nog steeds. Zoals er een aardse Tempel was, zo is er ook een hemelse.  Zoals op aarde op Jom Kippoer in het Heilige der Heilige de toegang geopend was zo ook de Hemelpoort.

Heilige der Heiligen

Op deze dag moest de Hogepriester een verzoenoffer brengen. Allereerst voor zichzelf en vervolgens voor het gehele volk Israël. Dit was de enige dag dat de Hogepriester in een wit gewaad het Heilige der Heiligen mocht binnen komen. Daar stond de Ark des Verbonds (het beeld van Gods troon) waar hij het bloed van het offer mee moest besprenkelen. Vervolgens werden er twee geitenbokjes genomen die tot verzoening dienden voor het volk. Het lot werd geworpen op deze bokjes, waarvan er één als offer diende. Alle zonde van het volk werd op dit bokje gelegd, de woestijn in gestuurd en volgens overleveringen van een klif af gegooid. Het Hebreeuwse woord voor verzoening is kaparah en betekent bedekken/schoon wassen en toont Gods bereidheid de mens vergeving te schenken door de zonde te bedekken.

Hoe zit dat dan nu de tempel al bijna tweeduizend jaar geleden vernietigd is?

In Gods armen

Maar als op Jom Kippoer het reinigingsoffer zo centraal stond, hoe zit dat dan nu de tempel al bijna tweeduizend jaar geleden vernietigd is? Nadat de tempel in het jaar 70 vernietigd was konden er geen offers meer gebracht worden. Om die reden waren de letterlijke offers geen onderdeel meer van de feestdagen. Zo hebben de gebeden binnen het Jodendom een nog veel grotere rol gekregen. Ook schrijft Chazal (Joodse geleerde) dat het studeren van de Thora, gebed en het doen van goede daden een vorm van kaparah is. Veel Joden gaan de dag voor Jom Kippoer ook in een mikwe (reinigingsbad) en zijn al een lange tijd hun hart aan het onderzoeken.

Zelfverloochening

Om gehoor te geven aan Leviticus 16, waarin staat dat men zich moet verootmoedigen, hebben de Joden vijf manieren opgesteld om hun ziel te ‘verloochenen’. De Joodse wijzen zeggen dat dit gaat om:

  • niet eten
  • niet drinken
  • niet wassen of zalven van het lichaam
  • geen leren schoeisel dragen
  • geen gemeenschap hebben

Het vasten is op Jom Kippoer een belangrijk onderdeel en wordt al sinds de tempeltijd onderhouden. Het vasten wordt in verband gebracht met Psalm 35:13: ‘ik verootmoedigde mij met vasten’. Dit alles met het doel om afstand te nemen van het vleselijke en jezelf te vernederen voor Gods aangezicht. In het wit gekleed staat men net als de Hogepriester in de synagogen te smeken om vergeving en verzoening. In de synagogen wordt dit smeken geuit in gebed, net zoals God in Psalm 51:9 spreekt dat een ‘offer een gebroken geest is’. Veel van deze gebeden komen uit de tempelperiode.

In de armen sluiten

Bij één van deze gebeden worden alle (on)bedoelde zonden bekend gemaakt om zich zo met God te verzoenen. ‘Zoekt de Eeuwige terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is’ (Jesaja 55:6). Als de hemelpoort sluit, breekt Jom Kippoers slotstuk aan met het Neilah-gebed (sluiting). Rabbijnen leggen uit dat als de hemelpoort zich sluit God Zijn volk de deur niet afsluit, maar Zijn kinderen juist insluit, samen met Hem. Hij nadert Zijn volk en sluit Zijn kinderen in Zijn armen. Als God Zijn volk nadert en zij inkeer hebben gedaan, waarin zij hun last en zonde af hebben gelegd, dan zal de relatie tussen God en Zijn volk hersteld worden.

Hij nadert Zijn volk en sluit Zijn kinderen in Zijn armen.

Vergeven en vergeven worden

Jakobus, de broer van Jezus, zegt in zijn brief: ‘Reinig de handen, zondaars. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid’. Dit is geen goedkope genade of een houding van ‘zand erover’, maar van oprecht berouw. Jakobus spreekt hier eigenlijk over niets anders dan over inkeer; tesjoeva. Tesjoeva is een van de belangrijkste onderdelen binnen het Jodendom en het woord stamt af van de Hebreeuwse wortel sjoev. De betekenis van dit woord is ‘terugkeren’. De mens raakt van Gods levensweg af door het doen van zijn eigen zin en het volgen van het vlees. Tesjoeva is de terugkeer naar de door God gegeven levensweg om weer te gaan leven volgens Gods leefregels.

Vergeving tijdens Jom Kippoer

Naast het terugkeren van mens naar God en daarin de vergeving en herstel in deze relatie staat ook het vergeven van mens naar mens centraal tijdens Jom Kippoer. Zo roept Jezus ook op om elkaar van harte te vergeven, want anders zal “de Vader jouw zonde ook niet vergeven” (Mattheüs 18:35). Het Jodendom stelt dat er drie niveaus zijn van vergeving: slicha, mechila en kaparah. Met slicha wordt het vergeven bedoeld door de pijn uit het verleden te beëindigen. Vanuit slicha kan men het hart onderzoeken door de pijn eruit te het graven als een tunnel (mechila). Als dit eenmaal bereikt is kan men zich verheugen over het leerproces. Men overziet de situatie en de fouten en zonden van een ander worden begrepen wat leidt tot verzoening en bedekking (kaparah). Door deze verzoening groeit de liefde. Dat is wat kaparah is: al het negatieve wordt bedekt, schoon gewassen en vervangen voor een sterke en diepe liefde.

Al het negatieve wordt bedekt, schoon gewassen en vervangen voor een sterke en diepe liefde.

‘Volgend jaar in Jeruzalem’

Als Jom Kippoer tot een einde is gekomen zeggen Joden tegen elkaar: ‘volgend jaar in Jeruzalem’. Dit omdat men gelooft dat de uiteindelijke en volledige verzoening met God zal plaats vinden als de Messias de verstrooide kinderen van Zijn volk zal samen brengen en de doden zullen opstaan. Alle volkeren zullen optrekken naar Sion als de Thora uit Jeruzalem zal gaan (Micha 4:2-3). Dan zal de rechterstoel van de Hogepriester Jezus de Messias verschijnen waardoor alle gelovigen God in Zijn heerlijkheid zullen ontmoeten.

Door wat voor bril kijk jij vandaag naar deze dingen? Hoe zit het met de verzoening tussen jou en God? Merk jij her en der nog een vlek op je witte kleren, of haal je liever de balk uit andermans oog? Wellicht heb je wel een bezwaard hart als je over deze zaken leest. Diep van binnen knaagt het aan jouw hart, omdat je weet dat je iemand moet vergeven. Of heb je pijn van binnen omdat je weet dat je Gods liefde en vergeving niet kan aanvaarden?

Lopend over het strand kijk ik samen met mijn vrouw naar onze namen die langzaam worden uitgewist. Soms zou het wel fijner zijn als onze zonde op dezelfde manier zouden verdwijnen en verzoening tussen God en mens zo makkelijk te verkrijgen was. God schrijft onze namen niet in het zand: Hij graveert onze namen in Zijn hand. Al komt de wind, al komen de golven…