fbpx

Wat is de Klaagmuur?

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

De Klaagmuur is een muur in de Oude Stad van Jeruzalem in Israël. Het is een overblijfsel van het complex waarop de tweede Joodse tempel stond. Vandaag geldt het binnen het jodendom als de heiligste plaats.

Waarom is de Klaagmuur zo belangrijk voor Joden?

Veel mensen denken dat de Klaagmuur zijn naam dankt aan het feit dat je er terecht kunt met al je klachten. Dat is een misverstand.

Nadat in het jaar 70 na Christus de tweede tempel werd verwoest kwamen veel Joden samen bij de enige muur van het tempelcomplex die nog overeind stond: de westelijke muur van het plateau waarop de tempel was gebouwd. Vanwege het rouwen om de verwoesting van de tempel, werd de muur door niet-Joden al snel gekscherend ‘Klaagmuur’ genoemd.

Tegenwoordig is Klaagmuur de algemene term die wordt gebruikt om de muur aan te duiden.

Joden zelf spreken van westelijke muur of westmuur, in het Hebreeuws Hakotel Hama’Aravi of kortweg Kotel. 

De Klaagmuur grenst aan de Tempelberg. Deze berg heet zo omdat het tweede Joodse tempelcomplex, waar de westmuur een onderdeel van was, op deze plek heeft gestaan.

Wanneer is de Klaagmuur gebouwd?

De bouw van de tweede tempel werd voltooid rond 515 voor Christus. Deze was veel bescheidener dan zijn voorganger, die ongeveer op dezelfde plek heeft gestaan.

In 63 voor Christus kreeg koning Herodes het voor het zeggen in Judea, waar Jeruzalem deel van uitmaakt. Hij liet het tempelcomplex uitbreiden en opknappen.

Eén van de onderdelen van zijn restauratieplan was het bouwen van een enorm platform rondom de hele heuveltop. Zo ontstond er een groot plein rond de tempel.

Pas in het jaar 64 na Christus, zestig jaar na de dood van Herodes, was de restauratie voltooid. De westelijke muur van het platform was op dat moment maar liefst 487 meter lang. Na de verwoesting van de tempel in 70 na Christus is daar nog maar zo’n 50 meter van over. Dat gedeelte noemen we dus de Klaagmuur.

Ook in de hoogte is maar een klein gedeelte van de muur te zien. Van de 26 steenlagen die van Herodes zijn overgebleven zijn er boven de grond maar zeven zichtbaar. De andere negentien liggen onder de grond en zijn deels te bezichtigen voor toeristen. De overige bovengrondse steenlagen zijn afkomstig van de Omajjaden (7 lagen) en de Ottomanen (15 lagen).

Geschiedenis van de Klaagmuur

Na de vernietiging van de tempel in het jaar 70 is de Klaagmuur altijd dè heilige plek geweest in het jodendom. De tempel is dan wel verwoest, de Goddelijke inwoning zal volgens joden (en veel christenen) altijd aan deze plek verbonden blijven.

In Psalm 132 zegt God over deze plek dat dit voor eeuwig Zijn rustplaats is.

Want de Heere heeft Sion ​verkozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied. Dit is, zei Hij, Mijn rustplaats tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd. Psalm 132:13,14

Toen Jeruzalem in de zevende eeuw werd veroverd door moslims, bleven joden het recht behouden om samen te komen en te bidden bij de Westmuur. De Ottomaanse sultan Suleyman de Grote vond de muur zelfs zó mooi dat hij deze liet schoonmaken met rozenwater!

Pas toen de Oude Stad van Jeruzalem in 1948 werd veroverd door Transjordanië werd het gebied verboden voor Joden. Tot het einde van de Jordaanse bezetting van Jeruzalem in 1967 konden Joden niet bij de Klaagmuur komen.  Toen Israëlische troepen de Oude Stad bevrijdden trokken veel Joden meteen naar de Westmuur om te bidden.

Tegenwoordig is de Klaagmuur voor iedereen toegankelijk. Wel zijn er scherpe veiligheidsmaatregelen om het plein voor de muur op te kunnen.

Mannen en vrouwen bij de Klaagmuur

Voor 1948 baden mannen en vrouwen gemengd bij de Klaagmuur. Tussen 1948 en 1967 werd er vanwege de Jordaanse bezetting en het daaraan verbonden gebiedsverbod voor Joden helemaal niet gebeden bij de muur.

Nadat Israël het in 1967 weer voor het zeggen kreeg in grote delen van de Oude Stad werd er een apart gedeelte ingericht voor mannen en ook een gedeelte voor vrouwen. Er werd dus niet langer gemengd gebeden, maar in gescheiden vakken.

Veel mensen denken dat dit te maken heeft met de discriminatie van vrouwen. De daadwerkelijke reden voor het instellen van gescheiden gebedsvakken is omdat het jodendom uitgaat van een verschillende spirituele rol die man en vrouw moeten vervullen. Daarom gelden er voor vrouwen aanvullende regels bij de Westmuur. Zo mogen ze er niet hardop bidden en geen gebedskleed dragen.

Ondanks jarenlange protesten van progressief-Joodse actiegroepen besluit de Israëlische overheid voorlopig om de situatie te laten zoals die is.

Waarom worden er briefjes in de Klaagmuur gestopt?

Veel Joodse en niet-Joodse bezoekers steken na het uitspreken van een gebed een briefje in de Klaagmuur. Dit ritueel is waarschijnlijk pas ontstaan in de achttiende eeuw, toen rabbijn Chaim ibn Attar een behoeftige man instrueerde een amulet tussen de stenen van de muur te plaatsen.

Het idee van de gebedenbriefjes is in lijn met de Joodse traditie, waarin men gelooft dat de Goddelijke aanwezigheid nooit van de muur is weggetrokken en menselijke gebeden nog altijd via de Westmuur opstijgen naar de hemel.

Tegenwoordig worden jaarlijks honderdduizenden briefjes tussen de stenen van de muur gepropt. Twee keer per jaar (rond Pesach en rond Joods Nieuwjaar) verzamelen speciale schoonmaakteams de briefjes. Omdat het vernietigen van heilige teksten in het jodendom verboden is, worden de briefjes begraven op de Olijfberg.

Het verzamelen van de briefjes gaat er zo aan toe: