fbpx

BLOG / Een onvergetelijke nacht in Jeruzalem

In een duizendsterrenhostel!
Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Op vrijdagavond zit ik met mijn Britse vriendin voor een Arabisch koffietentje. Jacky* had een vervelend baantje in Egypte en ik moedigde haar aan om naar Israël te komen. Hier heeft ze zeker geen spijt van gekregen!

Ze is nu al zes weken in Israël en heeft nog geen nacht in een hostel doorgebracht, dankzij vele gastvrije Israeliërs.

Rust bedriegt

Het is rustig op straat, alles is dicht, behalve wat Arabische zaakjes. De meeste mensen genieten nu met elkaar van de eerste maaltijd van de sabbat. De rust blijkt bedrieglijk. Ik laat het kaneelbroodje uit mijn handen vallen en sta haastig op. Vlakbij bij de Jaffo Poort zijn twee jonge Arabieren met elkaar op de vuist gegaan. De mannen van ons koffietentje rennen allemaal zonder aarzelen naar de vechtersbazen om het stel uit elkaar te halen. Zo plotseling als het begon, zo snel is het ook weer afgelopen, dankzij politie die precies op het goede moment langs komt rijden. Even later komt één van de jongens voorbij met een compleet gescheurd t-shirt.

Of beter gezegd óp het hostel. Ik heb namelijk een plekje op het dak bemachtigd.

Duizendsterrenhostel

Op mijn hoede begeef ik me even later zo snel ik kan door de donkere, verlaten Arabische sjoek. Ik blijf deze sabbat in de Oude Stad en ik zal vannacht in een hostel in de Arabische wijk logeren. Of beter gezegd óp het hostel. Ik heb namelijk een plekje op het dak bemachtigd. Ik leg twee matrassen op elkaar en vis de droogste exemplaren uit een hoop met dekens. De avonddauw heeft alles vochtig gemaakt. Er steekt een frisse wind op die de warmte van de dag wegneemt en muziek vanuit de Arabische wijk aanvoert. Ik rol me op in de winddichte trui van een vriendin die ze altijd in het leger droeg.

Lawaai

Betrekkelijk veilig en wel lig ik hier in de kern van het land. Ik vind het zonde om nu te gaan slapen met dit uitzicht op de sterren en de stad om me heen. Een aantal keer deze nacht sta ik op om te kijken naar een vredig, slapend Jeruzalem. De lichten in de grote synagoge vlakbij blijven de hele nacht aan. Rond vier uur ’s ochtends is het tijd voor wat lawaai. De kerkklokken blijven minstens twintig minuten onophoudelijk slaan. Helaas is het geen mooie melodie of een liedje van The Beatles zoals die van de Dom in Utrecht klinken. Het geluid is zwaar, leeg en dreunend. Ik kan er niks aan doen dat ik moet denken aan de Bijbeltekst over de heidenen die Jeruzalem vertrappen. De moskee laat ook nog kort van zich horen. Dan val ik weer in slaap tot vlak voor zonsopgang. Het einde van de nacht is het mooist! De wind is gaan liggen en van achter de Olijfberg komt de vuurbal tevoorschijn, vastberaden en zonder bombarie.

Dan val ik weer in slaap tot vlak voor zonsopgang. Het einde van de nacht is het mooist!

Droog brood

Mijn hummus is nergens meer te bekennen. En ik had hem gisteravond nog wel zo goed verstopt achterin de koelkast van het hostel! Dat ‘ie na één nacht al door iemand is gevonden en opgegeten… Bij het ontbijt merk ik dat de andere hostelgasten inderdaad hongerig zijn. Droog brood en thee is alles wat er is. Onze gesprekken zijn er echter niet minder om. Leven na de dood, de vraag of het niet saai is als alles volmaakt is en de Klaagmuur – goede onderwerpen voor de vroege sabbatmorgen.

‘Yes sister, let’s go!’

Ik kom in het hostel een broer in het geloof tegen die problemen heeft met geld uit de muur halen. Ik loop met Evrard* (32) mee door de Arabische wijk om een paar honderd shekel voor te schieten. Het gaat anders dan verwacht, want we komen in een messiaanse dienst terecht waar we ook blijven lunchen in de rozentuin achter de kapel. Vier uren later vind ik het toch tijd worden om richting ons eigenlijke doel te gaan en zeg ik tegen mijn Engelse compagnon: ‘And now we go straight to the ATM without stopping anywhere anymore!’ ‘Yes sister, let’s go!’

Van geen kwaad bewust

Ik ben nog nooit in de tuin van Getsémané geweest en Evrard ook niet. We besluiten er heen te gaan. Ik hou mijn hart vast terwijl ik Evrard, die zich van geen kwaad bewust is, door de Arabische wijk loods. De combinatie van zijn naïeve vrijmoedigheid en Engelse beleefdheid maken dat ik nu moet opletten voor twee. We komen onderweg tot onze verrassing langs allemaal bekende plaatsen zoals de gevangenissen van Barabas en Jezus en de baden van Bethesda. Een winkeltje aan de Via Dolorosa verkoopt doornenkronen. We verlaten de Oude Stad via de Lion Gate en lopen langs de islamitische begraafplaats. Er blijkt ook een grafkerk van Maria te bestaan. Die hebben we snel gezien want er is een ceremonie met veel te veel wierook aan de gang.

Erg indrukwekkend om deze veelbesproken poort in het echt te zien!

Gouden Poort

Uiteindelijk sta ik stil en kijk nieuwsgierig naar de dichtgemetselde Gouden Poort (ook wel Oostpoort of Schone poort). Over deze poort zijn heel bijzondere dingen gezegd door de profeet Ezechiël. Erg indrukwekkend om deze veelbesproken poort in het echt te zien! Op de terugweg nemen we even een zijstraatje; een donkere, overdekte steeg. Ik ontdek daar de Arabische Al-Quds universiteit en als ik nog wat verder loop kom ik bij een deur waar twee soldaten wacht houden. Ik werp een blik door de open deur en sta als aan de grond genageld. Daar gloort de Dome of the Rock in het zonlicht! Hier stonden de twee tempels, hier vlakbij was het Heilige der Heilige. Ik ben er nog nooit zo dichtbij geweest als nu.

Geen kerkklokken

Als we weer terug bij het hostel zijn zeg ik Evrard farewell. Ik kijk om en zie dat hij me met een brede grijns nakijkt. Vanaf het hostel loop ik in een uur naar huis over de trambaan (het is sabbat, er rijdt niks). Eenmaal thuis tref ik Joachim* (76) aan die op me heeft gewacht met de laatste maaltijd van de sabbat. Brood mét hummus, een droog bed en geen kerkklokken: mijn vaste logeeradresje in deze orthodox-Joodse wijk is zo gek nog niet!

*gefingeerde namen