Reisverslag #3: ‘De scheve arm’

Veel te laat, zonder de roep van de wekker, schrokken we wakker. De kleine cijfertjes vertelden ons dat we nog een klein kwartiertje hadden om te eten en klaar te staan voor het vertrek naar Hineni.

Airco

Wij wisten vooraf niet wat Hineni ons zou brengen of wat er van ons verwacht werd. Toch nog mooi op tijd stapten we met z’n zevenen in de City-tram die ons naar het centrum van Jeruzalem moest brengen.

In de tram stonden een aantal Joden al kauwend op hun pijpenkrullen uit een gebedenboek te lezen. Daarbij prevelden de lippen een kort gebed of de Messias vandaag nog mocht komen. Dit bleek onvervulde hoop. Dit, met airco begunstigd, vervoersmiddel bracht ons tot bijna aan de deur van Hineni.

De menora

In de deuropening stond een, zonder dat ze het wist, net zo onervaren Nederlandse vrouw op ons te wachten. Ze leidde ons over een gebroken tegeltrap naar een kamertje waar ze ons een video over de menora van Jeruzalem liet zien. Deze menora (zevenarmige kandelaar) stond hier onder een stoffige doek opgesteld.

De menora moet de derde en laatste tempel gaan verlichten. Het is niet voor te stellen dat deze menora, die de hele wereld al over heeft gereisd, nu weg staat te roesten op een zolderkamertje in Hineni. Deze menora verdient een plaats op een prachtige plek, ondanks die ene, scheve arm.

Vragen

Na het bekijken van de video stelde deze gids de vraag of wij nog vragen hadden, maar kreeg toen geen reactie. In dit land, op deze plek zitten we vol met vragen. Hoe langer we hier zijn, hoe meer vragen er bij komen, al dachten we antwoorden te vinden op alle bestaande vragen.

Het bleef stil, ondanks zoveel vragen.

Maar onze belangrijkste vraag bij dit vrijwilligerswerk was of er een antwoord werd gegeven op de vraag wat we moesten gaan doen. Een harde klop en een kort ‘shalom’ bracht het antwoord. Vier dames konden in de keuken aan de gang, de mannen gingen helpen sjouwen.

Met een karretje brachten we allerlei spullen zoals dozen, vazen en schilderijen naar een vieze, armoedige buurt waar alles bedekt gaat worden onder stof en spinnenwebben. Maar ach, vrijwilligerswerk is werken aan je eigen, vrijwillige zelfopoffering, daar leer je veel van.

Eten

Onderwijl stonden de dames kromgebogen over een vette tafel om een enorm aantal bakjes met drie soorten eten te vullen. Tegen een uur of één druppelden de eerste mensen binnen, op zoek naar een warme maaltijd voor die dag.

Met elkaar schepten we het eten voor deze hongerige magen op. Vaak ontstond er een leuk gesprek, of kregen we een vragende blik omdat twee kippenpootjes te weinig was.

Knalroze

Nog zie ik haar binnenkomen. Een vrouw met een wijde, knalroze jurk en grijs lang haar over haar schouders. Aan de rimpels in haar gezicht bleek dat ze haar jaren kon tellen.

Op haar bordje belandden de aardappelen en een paar kippenpootjes. ‘Ik wil ook nog groenten’, was de groet van deze vrouw. Haar wijsvinger priemde in de richting van de lege bak waar de groente in had gelegen, om opgeschept te worden.

Mevrouw was er niet tevreden mee dat haar groenten binnen een paar minuten gebracht zouden worden. Toen we haar een heerlijk kommetje soep aanboden was ze enigszins tevreden, maar de groenten moesten gebracht worden.

Meteen na het eten van haar soep kwam ze om de groenten te halen. Met een vertrokken gezicht nam ze genoegen met warme rijst met stukjes groenten erin. Toen ze aan tafel voor haar inwendige mens aan het zorgen was en we haar een bakje groenten toeschoven kregen we een lach te zien, ze lachte haar tandeloze kaken bloot.

Dankbaar werk

Dankbaar werk, even ontevreden, maar diep in haar hart toch blij met dit eten. Dat maakte het werk in deze gaarkeuken, Hineni, toch mooi. Zo kwamen er veel mensen om te eten en dit zorgde voor een aantal drukke uurtjes. Toch mooi om zo voor het verkoren volk van Israël te kunnen zorgen. Deze bezoekers staan misschien buiten de maatschappij, net als de scheve arm van de menora. Toch horen ze bij het volk van Israël, daarom verdienen ze net zoveel zorg als iedereen.

Schilderijen

Na een pauze van nog geen vijf minuten trommelde de nu iets meer ervaren, Nederlandse vrouw ons op om schilderijen naar het achterbuurtje te sjouwen. Zo liepen we met elkaar door de warme zon en moesten we dit zwetende werk zelf wel leuk maken.

We bedachten om de schilderijen in de achterstandswijk op te hangen. Zo’n klein gebaar knapt de hele wijk op, zo dachten wij. Helaas dacht de Nederlandse vrouw daar anders over.

Zijn komst

Even schoot het door ons heen, Joden zijn vast veel gezelliger. Die gedachte bleek niet onjuist, want een gesprek met een orthodoxe Jood bij de Klaagmuur leerde ons veel over het Joodse geloof.

Nog steeds blijven Joden bidden om de komst van de Messias, want Hij komt! Aan het einde van de dag bleek dat er nog meer gebeden nodig zouden zijn voor Zijn komst. Hoe lang nog? Wachten wij al op Hem?

Geschreven door: Lennart

Leuk? Deel!
Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Word gratis lid!
Ontvang ons toffe Isreality Magazine