fbpx

Wat is de tabernakel?

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

De tabernakel was een Joods heiligdom waar God en mensen elkaar konden ontmoeten. Dit heiligdom was een soort tent, die afgebroken, vervoerd en weer opgezet kon worden. In de Bijbel wordt de tabernakel ook wel ‘tent van ontmoeting’ genoemd.

Opdracht van God

De opdracht om de tabernakel te maken komt van God zelf. In Exodus, vanaf hoofdstuk 25, geeft God aan Mozes de voorschriften voor deze bijzondere tent en alle attributen. Deze voorschriften zijn ontzettend nauwkeurig; alle afmetingen worden erbij genoemd. Het kostte de Israëlieten een jaar om de tabernakel te bouwen.

De tabernakel van buiten

De tabernakel bestond uit een tent, met daarvoor een voorhof en eromheen een omheining. De tent was 10 el breed (ongeveer 5 meter), 30 el lang (ongeveer 15 meter) en 5 meter hoog. De omheining was 50 el breed (ongeveer 25 meter) en 100 el lang (ongeveer 50 meter).

Voorhof

Als je door de poort in de omheining de voorhof inliep, kwam je eerst langs het brandofferaltaar en daarna langs het wasvat.

Brandofferaltaar

Het brandofferaltaar was 2,5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,5 meter hoog. Het altaar was gemaakt van acaciahout, wat een sterk, maar niet te zwaar soort hout is. Ideaal om te vervoeren. Op het brandofferaltaar werden dieren geofferd om vergeving te ontvangen voor zonden.

Wasvat

Het wasvat was gemaakt van koper en werd gebruikt door de priesters. Voordat zij de tabernakel ingingen, moesten zij eerst hun handen en voeten wassen.

Tabernakel

Over de tabernakel lagen vier doeken om het licht buiten te houden en de voorwerpen in de tabernakel te beschermen:

Zeekoe
  • Het buitenste doek was gemaakt van zeekoeienhuiden
  • Het doek eronder was gemaakt van roodgeverfde ramsvellen
  • Het doek daaronder was gemaakt van geitenhaar
  • Het onderste doek was gemaakt van linnen, versierd met cherubs (een soort engelen)

De tabernakel van binnen

De tabernakel bestond uit twee ruimtes: het Heilige en het Heilige der Heilige. De twee ruimtes werden gescheiden door een groot doek: het voorhangsel.

Het Heilige

In het Heilige stonden drie voorwerpen: een gouden kandelaar, een tafel met toonbroden en het reukofferaltaar.

Kandelaar

De kandelaar was gemaakt van ruim 30 kilo goud en bestond uit een middenas met aan beide kanten drie armen, in totaal dus een zevenarmige kandelaar. Het Hebreeuwse woord voor kandelaar is menora.

Lees hier wat de betekenis van de menora is.

Tafel met toonbroden

Tegenover de kandelaar stond de tafel met toonbroden, waarop twaalf platte broden, borden, schalen voor wierook en een aantal kommen en kruiken lagen. Deze broden werden door de priesters gebakken en lagen een week lang op de tafel. Elke sabbat werden de broden gegeten door de priesters.

Reukofferaltaar

Het reukofferaltaar was een stuk kleiner dan het brandofferaltaar en was gemaakt van acaciahout met daaroverheen een laagje goud. Elke ochtend en avond werd er op dit altaar wierook gebrand.

Het Heilige der Heilige

Het Heilige der Heilige was de plaats waar God zelf woonde. De hogepriester mocht als enige naar binnen, één keer per jaar op Grote Verzoendag. In de ruimte stond één voorwerp: de Ark van het Verbond.

Ark van het Verbond

De Ark van het Verbond was een kist met daarin de staf van Aäron, een kruik met manna en twee stenen tafelen met de tien geboden. Het deksel werd het Verzoendeksel genoemd en was een gouden plaat met twee cherubs erop.

Toen de tabernakel klaar was, daalde God in een wolkkolom neer uit de hemel en rustte boven het deksel van de ark.