Een klein beetje hoop voor Europa


Op een stralende middag in december 2010 werden in de prachtige natuur van de heuvels van Jeruzalem de Joodse gids Kay Wilson en haar christelijke vriendin Kristine Luken door twee Palestijnse terroristen gegijzeld. Een half uur lang werden ze vastgebonden in onzekerheid gehouden over hun lot. Dertig gruwelijke minuten vol angst, onzekerheid en valse hoop op een barmhartige afloop …

Met lange, gekartelde machetes staken de terroristen meermaals op Kay en Kristine in. Kay herinnert zich alles. In de ultieme wil om te overleven, speelde ze dood. Maar voor haar ogen werd haar vriendin afgeslacht. Kay werd dertien keer gestoken. Ze brak daarbij meerdere ribben, haar borstbeen, haar schouder lag uit de kom, maar haar hart werd gemist op vier millimeter na.

Van wat volgde, herinnert Kay zich het besef dat ze alleen nog maar hoefde te sterven. Een vreemde symfonie van de gruwel die zojuist had plaatsgevonden, de naderende dood en de schitterende natuur in een prachtige zonsondergang. Ze wist zich, nadat de terroristen waren vertrokken, staande te krijgen en liep anderhalve kilometer terug naar de parkeerplaats, in de hoop dat de politie haar lichaam sneller zou vinden. Maar ze werd opgevangen door mensen die daar wandelden en overleefde de aanslag. Op 6 november sprak ze tijdens een congres in Nijkerk, waar ze vertelde wat haar overkwam, en hoe de Palestijnse Autoriteit tot op de dag van vandaag een riant salaris uitkeert aan de mannen die haar en Kristine Luken afslachtten.

“Mensen beseffen niet wat de spirituele consequenties zijn van het zien van de dood.”

Kay, je sprak afgelopen maand op het congres van Christenen voor Israël, maar ook op talloze andere plaatsen. Keer op keer vertel je je verhaal. Hoe is dat voor je?
“Het is niet therapeutisch voor me. Maar ik vertel het om te getuigen van wat gebeurde, om de naam van mijn vriendin te herdenken en om te strijden tegen de beloning van terroristen en moordenaars. Dit is wat er gebeurt: als ik mijn verhaal vertel, schakel ik als ’t ware uit. Maar naderhand, een dag of twee later, voel ik me mentaal uitgeput. Dan heb ik rust en stilte nodig. Vier, vijf dagen. En dan gaat ’t weer. Het is niet moeilijk mijn verhaal te vertellen, maar het kost me wel heel veel.”

In een van je artikelen, schrijf je: “Het verscheurde haar [Kristines] familie en verbrijzelde mijn onschuld. Zijn steken verpletterden mijn botten, verminkten mijn vlees, ruïneerden mijn ziel en versnipperden de persoon die ik eens was.” Voor iemand die zoiets niet heeft meegemaakt, is dit niet te bevatten. Toch lijkt het alsof je probeert er iets van over te brengen. Waarom?
“Omdat mensen vaak alleen het fysieke zien van een terreuraanslag en denken: oh, die verloor een been. Maar ze staan niet stil bij het levenslange trauma dat erbij komt kijken. Mensen beseffen niet wat het met je doet als je iemand vermoord ziet worden. We leven in een soort cultuur van de dood. Mensen zijn gefascineerd door de dood, omdat het zoiets onbekends is. Als er een terreuraanslag is, hangen we aan het nieuws. Maar ook in computerspellen, films en series wordt de dood steeds meer in beeld gebracht. Ik zeg: kijk er niet naar. Mensen beseffen niet wat de spirituele consequenties zijn van het zien van de dood.

“Als ik nog eens een aanslag zou meemaken en getuige zou zijn van iemand die wordt afgeslacht, dan zou het makkelijker zijn. Dat is een angstaanjagende gedachte.”

Als ik nog eens een aanslag zou meemaken en getuige zou zijn van iemand die wordt afgeslacht, dan zou het makkelijker zijn. Dat is een angstaanjagende gedachte. Iets in je sterft en je kunt het nooit meer opwekken. Het Jodendom kent ook regels hiervoor. De rabbijnen hebben bepaald dat bij een executie niet te lang mag worden gekeken naar de dode, omdat het de Eeuwige ontheiligt, de gedode ontheiligt, maar ook de toeschouwer ontheiligt. Het is dus iets heiligs, waar we heel zuinig op moeten zijn.”

Is er iets over van de Kay Wilson van vóór de aanslag?
“Ja. Nou, ja en nee. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik me tot andere mensen verhield, waar ik aan dacht. Ik weet wat terreur met je doet: het neemt je zwakten en maakt ze veel zwakker, maar je krachten worden juist sterker. Het vergroten van mijn goede en slechte kwaliteiten, betekent dat die er eerder ook al waren. Dus er is wel iets over. Ik weet alleen niet precies wat.”

Je hebt na de aanslag gekozen om niet in je slachtofferschap te blijven hangen, maar om het leven te kiezen en te strijden voor het recht en de waarheid. Dat contrasteert scherp met de Palestijnse geschiedschrijving die juist het slachtofferschap omhelst …
“Na de aanslag was er niemand in Israël die me behandelde als ‘slechts een slachtoffer’. En als je in Israël leeft, dan maak je ook deel uit van een collectief van overlevenden. Ik bedoel, zeventig jaar geleden kwamen mensen in pyjama’s uit Auschwitz en bouwden dit land op.

“Als ze je proberen vermoorden omdat je Jood bent, kun je er maar beter ook een zijn!”

Ik wil me helemaal niet vergelijken met een Holocaustoverlevende. Als ik mijn ervaring bijvoorbeeld vergelijk met iemand die in een nazi-dodenkamp heeft gezeten, is wat ik heb meegemaakt eigenlijk maar heel klein. En zij zijn ook dóórgegaan met leven. Het Joodse volk heeft altijd gekozen voor het leven. Ik ben door de aanslag dan ook veel dichter bij mijn identiteit als Joodse gekomen. (lachend:) Als ze je proberen vermoorden omdat je Jood bent, kun je er maar beter ook een zijn!

Medelijden kent een houdbaarheidsdatum. Niemand houdt van een klager. Ik ook niet. En als je kijkt naar het ‘Palestijnse verhaal’, dan zie je echt een industrie van slachtofferschap, gebaseerd op leugens. In alles schetsen de Palestijnse Autoriteit en Hamas de Palestijnse bevolking een beeld van slachtofferschap. Israël krijgt overal de schuld van. En dit voedt een cultuur van haat, waardoor iets gruwelijks als de moord op Kristine Luken mogelijk werd.”

Je schreef naar aanleiding van de Westerse reactie op de terreur in Parijs over “kaarsen brandende, bloemen snuivende ‘Imagine’ zingende Europeanen” die wel eens wat kwader zou den mogen zijn. Je lijkt een heel gebalanceerde visie te hebben op haat.
“Ik denk dat we het kwaad meer mogen haten. Ik richt mijn haat op diegenen die Kristine vermoordden, op de Palestijnse Autoriteit die de cultuur schept waarin zulke moordenaars worden gekweekt, op de regeringen van Nederland en andere landen die de vergoedingen aan zulke terroristen betalen. We moeten het kwaad haten. We moeten het niet willen tolereren. We moeten het uitroeien uit onze maatschappij, uit ons land. Alles wat kwaad is, wat mensen onderwerpt.

Maar ik haat niet alle Arabieren. Ik ben niet naïef, ik ben me bewust dat velen van hen gevoed worden met haat. Ik ben voorzichtig en waakzaam. Ik zal niet met een Arabier alleen de lift in stappen. En de Arabische cultuur is mij vreemd, die is niet vooruitgegaan. Dat helpt niemand. Maar ik hoop altijd Arabieren te ontmoeten die vriendschap willen sluiten. En dat is ook gebeurd.”

Hoe heb je die gevonden? Ga je daarnaar op zoek?
“Inmiddels wel. Het begon toen ik een Arabische moslim bij mij thuis liet onderduiken, Mohammed Zoabi. Hij vluchtte voor zijn omgeving en ik gaf hem onderdak. En toen dat nieuws uitlekte, benaderden anderen mij, omdat ze zagen dat ik vriendschappelijk was. Via sociale media heb ik anderen gevonden, zoals Ali, die tijdens het congres een videoboodschap gaf. Mensen die geen genoegen nemen met het Palestijnse slachtofferverhaal, maar streven naar normalisatie, naar vrede. Zij zijn mijn vrienden geworden en ik neem het op hen op.”

“Als het haatzaaien en de terreur zouden stoppen, kunnen we morgen vrede hebben.”

Zie je meer tekenen van normalisatie tussen Joden en Arabieren?
“Het is niet alomtegenwoordig, maar er zijn veel voorbeelden van normalisatie. Bijvoorbeeld in de C-gebieden, waar Joden en Palestijnen relatief dicht bij elkaar wonen. Daar zie je winkels waar Joden en Arabieren samen winkelen, fabrieken waar ze samenwerken en daar ontstaan vriendschappen. Maar je ziet dat de mate waarin dit gebeurt, afhangt van de hoeveelheid terreur die tegelijkertijd plaatsvindt. Maar de meeste mensen verlangen naar vrede. Als het haatzaaien en de terreur zouden stoppen, kunnen we morgen vrede hebben, want het conflict gaat helemaal niet over land. Als je luistert naar het Palestijnse verhaal, dan zie je dat het alleen maar gaat over een religieus conflict.”

Welke rol spelen dan die kaarsen brandende Europeanen in dit verhaal? Houden wij de haatzaaiing in stand?
“Ja. En dat is werkelijk afschuwelijk. Het is een morele obsceniteit, een monsterlijke werkelijkheid, schandelijk! Europa heeft geen enkele verantwoording gevraagd van de Palestijnse Autoriteit terwijl zonneklaar is dat het geld dat Europa geeft, wordt besteed om de terreur te verheerlijken, te belonen en aan te moedigen. Ik heb ook een Brits paspoort en ik heb alle Britse leden van het parlement aangeschreven. Ik stuurde mijn verhaal mee en foto’s van mijn verwondingen. Ik kreeg maar iets van vier reacties en die luidden dan zoiets als ‘oh wat erg voor u. We wensen u beterschap. De Britse overheid zal zich blijven inspannen om te werken voor een tweestatenoplossing’.

“Als er in Europa een terreuraanslag is, dan is ’t altijd een lone wolf, ook al staat er ISIS over z’n hele gezicht getatoeëerd. Dat is stom en heel, héél gevaarlijk.”

Er is zoveel politieke correctheid. In Israël zegt iedereen wat hij wil en hebben we ook een democratie. We hebben Arabieren in het parlement en in de rechtspraak. Maar niemand laat zich misleiden over de politieke islam die uit is op overheersing. Maar als er in Europa een terreuraanslag is, dan is ’t altijd een lone wolf, ook al staat er ISIS over z’n hele gezicht getatoeëerd. En dat is stom en heel, héél gevaarlijk. Het is oneerlijk en onwaar.”

Heb je nog enige hoop voor Europa?
“Een klein beetje wel. België heeft zijn steun aan de Palestijnse Autoriteit opgezegd. En Denemarken ook. En nu wordt het onderwerp ook weer in Nederland ter tafel gebracht. Laten we hopen dat er wordt geluisterd. Het is opmerkelijk, want dat waren landen waar het verzet het sterkste was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Misschien is er een connectie met het verleden. Dus wel een beetje hoop, maar niet veel.”

Op het wereldtoneel lijkt er wel iets te veranderen in de houding ten aanzien van Israël. Hoe kijk je daarnaar?
“Ik had de regering van president Obama herhaaldelijk gemaild over wat er was gebeurd, omdat Kristine een Amerikaans staatsburger was. Ik heb nooit ook maar een ontvangstbevestiging van mijn e-mails ontvangen. Maar vlak nadat president Trump was geïnaugureerd, kreeg ik een bericht van de Amerikaanse regering dat, mocht er een gevangenenruil komen waarbij de moordenaars van Kristine Luken vrij zouden komen, de Amerikaanse regering een arrestatiebevel zou uitvaardigen, zodat deze misdadigers alsnog in Amerika hun straf zouden krijgen. Ik dank God voor die beslissing!

“We hebben geen buitenlandse machthebber nodig om ons te vertellen wat onze hoofdstad is, maar het is wel fijn dat het eens erkend wordt.”

Kijk, het Midden-Oosten is niet Europa. Het is een tribale cultuur, een andere mentaliteit, waarin het recht van de sterkste geldt. Obama dreigde in Syrië met rode lijnen en stuurde oorlogsschepen naar de Middellandse Zee, maar toen Assad zijn bevolking vergaste, deed hij niets. Arabische leiders lachen om zulk gedrag. Maar met Trump heb je iemand die zegt wat hij doet en doet wat hij zegt en dat soort leiderschap wordt verstaan in het Midden-Oosten. En het feit dat Amerika zijn steun aan de PA heeft opgezegd en ook de steun aan Unrwa – wat een farce is overigens – daar sta ik voor te juichen. En het verplaatsen van de ambassade. We hebben geen buitenlandse machthebber nodig om ons te vertellen wat onze hoofdstad is, maar het is wel fijn dat het eens erkend wordt.

Ik heb geen verstand van de Amerikaanse politiek, maar er zijn een hoop dingen om dankbaar voor te zijn. En wie weet is dit het begin van een ommekeer. Misschien is de wereld het geklaag van de Palestijnen zat. Je hoort dat geluid nu ook uit de Arabische wereld. Ik bedoel, pasgeleden werd tijdens een ateletiektoernooi in de Verenigde Arabische Emiraten het Hatikva gespeeld. Dat was voorheen ondenkbaar! Dat is geweldig nieuws!”

Je hebt je behalve tegen de haatzaaierij tegen Israël door de Palestijnse Autoriteit ook uitgesproken tegen hatelijke taal tussen Israëli’s onderling.
“Ja dat klopt. Er is een enorme verdeeldheid onder mensen en die start met retoriek. De Endlösungvan de nazi’s gebeurde ook niet van het een op het andere moment. Dat begon met retoriek en zo werd druppelsgewijs de haat gezaaid. Woorden beschadigen. En daarom zouden we er heel voorzichtig mee moeten zijn. Maar als je tegenwoordig op sociale media je politieke voorkeur laat blijken, dan word je meteen met woorden kapotgemaakt. We zijn zó snel met ons oordeel.

“Als iemand vriendelijkheid toont, smelt er iets in ons. Er gebeurt iets met je ziel. Maar kwaadsprekerij verhard ons. Daarom moeten we zo voorzichtig zijn met wat we zeggen.”

Ik zeg niet veel briljante dingen, maar een van mijn briljantste uitspraken die ik ooit in een interview deed was: het kwaad maakt mij niet aan het huilen – ik heb nooit over de aanslag gehuild -, maar vriendelijkheid brengt mij tot tranen. Als iemand vriendelijkheid toont, smelt er iets in ons. Er gebeurt iets met je ziel. Maar kwaadsprekerij verhard ons. Daarom moeten we zo voorzichtig zijn met wat we zeggen.”

Over de auteur