De Joodse feesten kunnen worden onderverdeeld in drie groepen:

  • Pelgrimsfeesten
  • Hoge Feestdagen
  • Halffeestdagen

Pelgrimsfeesten

Drie feesten moeten volgens de Joodse wet worden gevierd in Jeruzalem. Daarom worden ze pelgrimsfeesten genoemd: Joden trokken als pelgrims naar Jeruzalem, toen de tempel daar nog stond, om het feest te vieren.

Pesach | Pasen

 

15366025786_7f8c279e70_kElk voorjaar, in de dagen voor Pesach, maken Joden hun huis heel goed schoon. Ze doen dit omdat ze tijdens het Pesachfeest geen gist, of gegiste producten, in huis mogen hebben. Gist zorgt ervoor dat brood gaat rijzen. Zonder gist blijft het brood plat. Het feest duurt zeven dagen en al die tijd eten ze platte broden, waar geen gist in zit. Zulke broden noemen we matzes. Deze matzes aten de Israëlieten ook toen ze, na jarenlange slavernij, uit Egypte werden bevrijd. Dat gebeurde heel gehaast. Daarom was geen tijd om de broden te laten rijzen.

Tijdens Pesach wordt er een belangrijke maaltijd gehouden. Aan het begin van de maaltijd staan er geen borden op tafel. In plaats daarvan ligt er voor iedereen een boekje klaar. Daarin staat precies wat er die avond gaat gebeuren. Zo’n boekje heet haggada. Dat betekent ‘vertellen’. In het boekje wordt namelijk het hele verhaal van de uittocht uit Egypte verteld.

Op de tafel staat ook een schotel, met daarop een aantal gerechten. Elk gerecht vertelt iets over het zware leven in Egypte. Zo staat er een schaaltje met zout water. Als ze daarvan proeven, denken ze aan de tranen en het verdriet. Ook ligt er een lamsbotje. Als ze die zien, denken ze aan het lam waarvan het bloed op de deurposten werd gestreken.

Aan het begin van de maaltijd vraagt het jongste kind van het gezin waarom deze maaltijd anders is dan andere. Waarom ze matzes eten bijvoorbeeld. Dan vertelt de vader van het gezin het hele verhaal van de slavernij, de tien plagen en de bevrijding. De maaltijd duurt heel lang, vaak wel tot middernacht. Toch blijven alle kinderen wakker. Weet je waarom? Aan het einde van de maaltijd is een gedeelte van een matze verdwenen. Die is verstopt. Het kind dat de matze terugbrengt, krijgt een beloning!

Sjawoeot | Wekenfeest

 

WekenfeestNee, dit feest duurt geen weken lang! Dit feest heet zo, omdat het zeven weken na het Joodse Pesach wordt gevierd. Net zoals het Pinksterfeest zeven weken na Pasen valt. Het is één van de pelgrimsfeesten, waarop de Joden vroeger naar de tempel in Jeruzalem gingen. Het Wekenfeest is een heel belangrijk feest. Op deze dag vieren de Joden namelijk dat ze van de Heere God de wetten kregen. Dat gebeurde zeven weken nadat de Israëlieten uit Egypte waren bevrijd. Ze waren toen in de woestijn. Daar ging Mozes, de leider van de Israëlieten, een berg op. Toen sprak God met Mozes. Ook kreeg Mozes twee stenen tafelen met daarop de tien geboden.

Het Wekenfeest is ook een oogstfeest. Daarom is de synagoge op deze dag mooi versierd met bloemen en planten. Vroeger brachten de boeren tijdens dit feest een mand vol met vruchten naar Jeruzalem. Ze namen die mee naar de tempel om de Heere God te danken voor de nieuwe oogst. Daarom lezen ze op deze dag ook het verhaal van Ruth. In dat verhaal staat dat arme mensen de tarwe mochten rapen die tijdens het oogsten bleef liggen. Iets wat Ruth ook heeft gedaan. In Israël worden tijdens dit feest optochten gehouden. Kinderen dragen dan mandjes vol met vruchten. En de meisjes versieren hun hoofd met mooie kransen van bloemen.

Tijdens het Wekenfeest eten Joden producten waar melk in zit. Dat doen ze omdat de Thora wordt vergeleken met melk. Net zoals melk heel voedzaam is, zo geeft de Thora ook kracht en voeding.

Soekot | Loofhuttenfeest

 

LoofhuttenfeestIn veel woonplaatsen wordt elk jaar ‘Bouwdorp’ gehouden. Alle kinderen mogen dan een eigen hut bouwen. Daar kun je een week in eten en spelen. Joden bouwen ook één keer per jaar een hut. Zij doen het niet omdat het zo leuk is. Waarom dan wel? In de tijd van de Bijbel waren de meeste Israëlieten boeren. In de herfst waren de druiven rijp en het graan was klaar om te oogsten. Tijdens de oogst sliepen de boeren vaak in kleine hutjes op het veld. Zo konden ze ’s ochtends gelijk aan de slag en werkten ze door tot het donker werd. Als de oogst binnen was, gingen de Israëlieten naar de tempel in Jeruzalem. Ze vierden dan het Loofhuttenfeest (loof betekent bladeren van struiken en bomen). Ze brachten offers mee voor de Heere God, om Hem te bedanken voor de oogst.

Tijdens het Loofhuttenfeest zijn de Joden niet alleen dankbaar voor de oogst. Ze denken dan ook aan de tijd dat ze in de woestijn leefden. Toen ze vanuit Egypte naar het Beloofde Land trokken, leefden ze veertig jaar in de woestijn. Toen hadden ze ook geen mooie huizen om in te wonen. Ze bouwden kleine hutjes of tenten om zich ’s nachts te beschermen tegen de kou. Overdag gaf de tent schaduw. Misschien was het toen niet altijd gemakkelijk, maar God zorgde voor hen.

Ook nu nog vieren Joden het Loofhuttenfeest. Ze bouwen een hut, waarin ze een week lang eten en soms ook slapen, net zoals heel lang geleden de boeren deden. Ze doen dit om daarmee te laten zien dat ze in elke situatie op God vertrouwen. Misschien hebben ze nu mooie huizen en een goede baan, maar toch is het de Heere die voor hen zorgt. Daarom laten ze het dak altijd een stukje open. Dan kunnen ze de hemel zien, waar God woont.

De Hoge Feestdagen

Deze twee feesten vormen samen één geheel, waarbij het herstel van de relatie tussen mensen onderling en de relatie tussen God en mens centraal staat. Het gaat om Joods Nieuwjaar en Grote Verzoendag.

Rosj Hasjana | Joods Nieuwjaar

 

 

Honey

Als je aan oudejaarsavond denkt, denk je misschien meteen aan oliebollen, appelflappen en vuurwerk. Als de Joden aan het Nieuwjaarsfeest denken, dan denken zij aan appels, honing en hoornblazen. Zij eten die dag namelijk geen oliebollen, maar stukjes appel die ze in de honing dopen. Daarmee wensen ze elkaar een zoet nieuw jaar toe.

Ook steken ze geen vuurwerk af, maar ze maken wel een hoop lawaai op de ramshoorn. Dat is de hoorn van een mannelijk schaap. Die hebben ze hol gemaakt en in de punt is een gat geboord. Het geluid van een ramshoorn lijkt wel een sirene. Als de Joden dat geluid horen, dan denken ze eraan dat ze eens voor God zullen staan. Ze vragen zich af hoe ze het afgelopen jaar hebben geleefd. Zijn ze er klaar voor om God, hun Koning, te ontmoeten? Of zijn er nog dingen die ze nog in orde moeten maken?

Het Joods Nieuwjaar is ook een soort verjaardag. Alleen dan niet van een persoon, maar van de hele wereld. Joden tellen namelijk de jaren vanaf de schepping van de wereld. Elk jaar vieren ze dat de aarde een jaartje ouder is geworden. Ze zijn God dankbaar voor de mooie schepping die Hij heeft gemaakt.

Zoals je weet, tellen wij de jaren vanaf de geboorte van de Here Jezus. Omdat de Joden tellen vanaf de schepping van de aarde, lopen zij een heel aantal jaren voor op onze kalender. Om te weten in welk jaar zij leven, moet je bij onze jaartelling 3760 jaar optellen. Het jaar 2000 was dus bij hen het jaar 5760. Je moet daarbij niet vergeten dat het nieuwe Joodse jaar al in september of oktober begint.

Jom Kipoer | Grote Verzoendag

 

Jom KippoerTien dagen na het Joodse Nieuwjaar volgt Grote Verzoendag. Die tien dagen hebben Joden nagedacht of er nog dingen zijn die ze in orde moeten maken met andere mensen. Het zijn tien dagen van nadenken over en in orde maken van wat verkeerd was. Grote Verzoendag, die daarop volgt, is de belangrijkste dag van het Joodse jaar. De Joden hopen op die dag vergeving te krijgen van God. Er wordt op die dag ook gevast. Dat betekent dat er vanaf de voorafgaande avond niet gegeten en niet gedronken wordt. De hele dag wordt in de synagoge doorgebracht. De dienst bestaat uit veel gebeden en voorlezingen, bijvoorbeeld van de geschiedenis van Jona. In dat Bijbelboek gaat het namelijk ook over zonde, berouw en vergeving.

Ook wordt er gelezen over de offers en over de dag van verzoening. De mannen dragen witte kleding, net zoals vroeger de hogepriester witte kleding droeg op Grote Verzoendag. Aan het eind van de dienst wordt er op de sjofar geblazen. Daarna volgt een feestelijke maaltijd.

De Halffeestdagen

Deze feesten zijn niet door God ingesteld in de Thora. Er mag op deze dagen, in tegenstelling tot de overige feesten, gewoon worden gewerkt. Het gaat om het Inwijdingsfeest, Nieuwjaar van de Bomen en Lotenfeest.

Daarnaast is er de Sjabbat, een wekelijks terugkerend feest, en het Nieuwe Maansfeest, dat uiteraard een maandelijks terugkerend feest is.

Chanoeka | Inwijdingsfeest

 

ChanoekaDe Syrische koning Antiochius was een wrede heerser, die het volk Israël versloeg met zijn leger. Dat gebeurde in het jaar 175 voor Christus. Hij wilde dat de Joden alle Griekse gewoonten zouden overnemen. Voor de Grieken waren afgoden heel belangrijk. De belangrijkste god heette Zeus. De Joden moesten ook deze goden gaan dienen. Ze mochten niet langer de Thora lezen of de Joodse feesten vieren. Omdat de Joden de Heere God wilden dienen, luisterden ze niet naar Antiochus. Daarom wilde Antiochus laten zien dat hij de baas was. Hij ging in de tempel naar het heilige der heiligen. Daar mocht normaal alleen de hogepriester één keer per jaar komen. De Syrische koning liet beelden van afgoden in de tempel plaatsen! Ook liet hij varkens aan hen offeren, zodat het altaar ontheiligd werd (varkens zijn voor de Joden onreine dieren).

Als de priester Mattathias en zijn vijf zonen dit horen, vinden ze dat er iets moet gebeuren. Ze vluchten met een klein legertje de heuvels in. Daar wordt Judas, één van de vijf zonen, als leider aangewezen om het volk weer te bevrijden. Hoewel ze met maar weinig mensen zijn, kennen ze het land erg goed. Daarom weten ze precies waar ze zich kunnen verstoppen en waar ze goed kunnen vechten. Ze krijgen al snel de bijnaam ‘Makkabeeën’, dat ‘strijdhamers’ betekent.

Na een zware strijd van drie jaar wordt Jeruzalem weer bevrijd. De afgodsbeelden worden uit de tempel gehaald. En daarna wordt hij helemaal gereinigd, zodat de Here God weer gediend kan worden. Ook wordt de gouden kandelaar weer aangestoken. Ze hebben nog net genoeg olijfolie om de zeven lampjes één dag mee te laten branden. Maar er gebeurt een wonder. De kandelaar brandt niet één dag, niet twee dagen, nee, wel acht dagen lang!

De Joden waren zo blij dat ze tempel weer konden gebruiken, dat ze dit ieder jaar nog vieren. Dat feest wordt Chanoeka genoemd. Hoe ze dit feest vieren, vragen we aan Zohar. Zij is een Joods meisje uit Enschede.

Zohar is 11 jaar en vindt het Chanoekafeest heel leuk. ‘We spelen tijdens dit feest een spel met een tol. Op de tol staan Hebreeuwse letters. Valt de tol met een bepaalde letter naar boven, dan krijg je een chocolademuntje.’ Het Chanoekafeest duurt acht dagen. Net zolang als de kandelaar in de tempel bleef branden. Om dat te vieren, hebben Joden thuis een kandelaar die ze chanoekia noemen.

Elke dag steken ze één kaarsje meer aan, totdat er acht kaarsjes branden. Voor het aansteken gebruiken ze nog een aparte kaars. Zo heeft een chanoekia dus negen kaarsjes. ‘Bij ons thuis steken we om de beurt een kaarsje aan. Ook hebben we meer dan één kandelaar. Vorig jaar heb ik er zelf één van hout gemaakt. De kaarsjes blazen mijn ouders uit voordat ze naar bed gaan. De volgende dag steken we ze weer aan.’

Zohar houdt erg van de Joodse feesten. Ze zou niet weten welke ze het allerleukst vindt. Het Chanoekafeest is voor haar bijzonder. ‘Soms gaat we dan met mijn ouders naar Israël. Als we in Nederland blijven, dan krijgen we van onze oma uit Israël latkes en soefganiot opgestuurd. Latkes zijn een soort aardappelflapjes, soefganiot zijn een soort oliebollen met jam.’

Toe Bisjwat | Nieuwjaar van de Bomen

Tu Bisjwat

Toen de eerste Joden terugkeerden naar Israël, was het land er slecht aan toe. Er waren veel moerassen. Andere delen van het land waren juist heel droog en kaal. Hoe moesten ze daar ooit hun voedsel op verbouwen? Ze ontdekten snel dat eucalyptusbomen heel handige bomen zijn. Als je die in moerassige grond plant, dan zuigen ze al het water op. Daarna kun je er andere planten neerzetten. Ook werden er heel veel bomen geplant op de droge, kale heuvels. Joodse mensen die niet in Israël woonden, gaven geld zodat er nog meer bomen konden worden geplant. Zo zijn er wel meer dan 200 miljoen bomen geplant.

Ook deden Joden een uitvinding. Misschien hebben jullie thuis wel een tuinsproeier. Als het heet weer is, zie je overal in de tuinen sproeiers die het water in de lucht sproeien. Dat is natuurlijk heel handig, maar in een heet land als Israël verdampt het water soms al voordat het de grond raakt. Daardoor gaat er veel water verloren. Iemand in Israël kwam op het idee om in een slang allemaal kleine gaatjes te prikken. De slang legden ze op de grond en toen hoefden ze alleen nog maar de kraan open te zetten. Heel langzaam druppelde het water door de gaatjes op de grond. Daardoor verdampte er veel minder. Nu wordt deze manier om water te geven in heel veel landen van de wereld gebruikt.

Nog steeds worden er bomen geplant in Israël. Vaak gebeurt dat bij speciale gebeurtenissen. Bijvoorbeeld als er een kindje is geboren of juist als er iemand is overleden. De mensen in Israël zijn zo blij met de bomen dat ze zelfs elk jaar een speciaal bomenfeest houden.

Een andere reden voor dit feest is dat het voor Joden belangrijk is te weten hoe oud een boom is. In de Bijbel staat dat de Israëlieten pas vanaf het vijfde jaar nadat ze een boom hebben geplant, de vruchten mogen eten. Daarom werd er lang geleden door de rabbijnen een dag gekozen als de verjaardag van alle bomen. Deze dag is in januari of begin februari, dus vlak voordat de bomen weer beginnen uit te lopen.

Op het bomenfeest eten de mensen in Israël veel fruit. Eerst eten ze vruchten waarvan je de schil niet kunt eten, zoals sinaasappels en grapefruits. Daarna eten ze vruchten met een harde pit; zoals olijven en pruimen. Tot slot eten ze vijgen en rozijnen, omdat je die helemaal op kunt eten.

Olijfbomen, sinaasappelbomen, amandelbomen en vijgenbomen zijn een aantal bomen die veel voorkomen in Israël.

Poerim | Lotenfeest

PurimDe Joden vieren tijdens het Lotenfeest (of Poerim) de verlossing van de Joden uit de handen van Haman. Hij was een belangrijke man aan het hof van koning Ahasveros. Hij wilde alle Joden in Perzië, waar toen veel Joden woonden, uitroeien, maar mede dankzij de Joodse koningin Esther kwam alles toch nog goed. In de synagoge wordt tijdens Poerim het hele verhaal van Esther gelezen. Dat verhaal lezen ze uit een mooie boekrol. Telkens wanneer de naam Haman genoemd wordt, wordt er met de voeten gestampt en gerateld met een speciale Hamanratel. Ze willen de naam Haman niet horen!

Na afloop van de dienst worden Hamansoren gegeten. Dat zijn koekjes in de vorm van oren. Ook worden er optochten gehouden van verklede kinderen. Natuurlijk ontbreken koning Ahasveros, koningin Esther, Haman en Mordechai daarbij niet. Maar niet alle kinderen kiezen een persoon uit het verhaal van Esther. Daarom zie je ook zeerovers en indianen rondlopen. Op Poerim geven de mensen elkaar ook cadeautjes. Meestal geven ze iets wat je kunt eten, zoals fruit.

To Top