Keppeltje

 

KeppeltjeOm aan te geven dat God boven hen staat, dragen Joodse mannen een keppeltje. Bij alle godsdienstige handelingen is het verplicht het keppeltje te dragen. Ze dragen er één als ze de synagoge binnengaan of als ze een gebed uitspreken. Omdat de Klaagmuur ook als een synagoge wordt beschouwd, moet ook daar een keppeltje worden gedragen. Ook niet-Joodse mannen moeten bij het bezoeken van een synagoge een keppeltje dragen uit eerbied voor God. Veel Joden dragen hem de hele dag.

Er zijn keppeltjes in allerlei kleuren en maten. Vaak maakt een verloofde er een voor haar aanstaande man. De opdracht voor het dragen van een keppeltje staat niet in de Bijbel, maar is een Joodse traditie.

Gebedsmantel

 

TallitTijdens het bidden doen Joodse mannen vaak een gebedsmantel om. Een gebedsmantel is een wit kleed met zwarte of blauwe strepen.

De gebedsmantel is een teken dat God heel dichtbij je is. Zoals de mantel om je heen ligt, zo wil ook God om je heen zijn. Aan de hoeken van de mantel zitten een soort kwastjes. Dat zijn de gedenkkwasten. In de Bijbel staat dat de Joden aan de hoeken van hun kleren van die kwastjes moeten vastmaken. Als ze die kwastjes zien, denken ze aan de geboden uit de Bijbel.

Als Joden gaan trouwen, dan staan ze soms onder een gebedsmantel. Zo maken ze duidelijk dat ze de Heere God nodig hebben bij hun huwelijk.

Langs de bovenrand van de mantel staat een zegening, die men uitspreekt voordat de mantel omgedaan wordt. Deze luidt als volgt:

“Gezegend zijt Gij, O Heere onze God, Koning van het heelal, die ons heeft gezegend met Zijn geboden en opgedragen ons in de tsietsiet (gedenk– of schouwkwasten) te wikkelen.”

Gebedsriemen

 

TefillinNadat de Heere God Zijn volk Israël uit Egypte had bevrijd, vertelde Hij aan Mozes hoe de Joden voortaan moesten leven. Toen Mozes dat aan het volk doorgaf, zei hij erbij dat ze die woorden nooit moesten vergeten. Ze zijn zo belangrijk dat ze het op hun hoofd en handen moesten binden. Als je dat doet, raak je ze niet snel kwijt en blijf je eraan denken.

Joodse mensen binden de woorden van God letterlijk op hun lichaam. Ze doen dat met gebedsriemen. Dat zijn dunne, zwarte riemen met daaraan een zwart doosje. In dat doosje zit een stukje perkament met daarop een stuk tekst uit de Thora. Eén van de doosjes binden ze op hun voorhoofd en één op hun linker bovenarm.

Ze binden hem op het hoofd om aan te geven dat ze altijd aan de woorden uit Bijbel willen denken. De andere binden ze op de bovenarm om te laten zien dat ze willen doen wat er in de Bijbel staat. Want daar zitten je spierballen! Waarom dan op de linkerarm, en niet de rechter? Dat komt omdat je hart aan de linkerkant zit. Daarmee geven ze aan dat ze God met hun hele hart willen dienen.

Joodse mensen bidden drie keer per dag: het ochtendgebed, het middaggebed en het avondgebed. Tijdens het ochtendgebed dragen ze de gebedsriemen. Verder dragen ze tijdens het bidden nog een gebedsmantel en een keppeltje. Het keppeltje geeft aan dat God boven hen staat, net zoals het keppeltje boven hen is. De mantel geeft aan dat God heel dicht bij hen is.

Het huisje op het voorhoofd bestaat uit vier hokjes, met in elk hokje één bijbelgedeelte. Het doosje op de arm heeft één hokje met daarin een stuk perkament met vier bijbelgedeelten. Het zijn de volgende vier bijbelgedeelten:

  • Exodus 13:1-10
  • Exodus 13:11-16
  • Deuteronomium 6:4-9
  • Deuteronomium 11:13-21

De riemen worden alleen op werkdagen gedragen, dus niet op de Sjabbat of een feestdag. Joodse jongens moeten de riemen dragen vanaf het moment dat ze bar-mitzwa (13 jaar) zijn.

Mezoeza

 

MezoezaVaak kun je bij de voordeur van een huis al zien of er Joden wonen. Aan de rechter deurpost hangt dan namelijk een kokertje.

In het kokertje, dat een beetje schuin hangt, zit een stukje perkament, met daarop een gedeelte uit de Bijbel (Deuteronomium 6:4-9 en 11:13-20). De mezoeza, zoals dit kokertje wordt genoemd, herinnert de Joden eraan om God te dienen. Het gebruik van de mezoeza is ook gebaseerd op de tekst uit Deuteronomium 6 (zie de uitleg bij Gebedsriemen).

Op elke koker waarin de mezoeza zit, staat de Hebreeuwse letter sjin. Sjin is de afkorting van Sjaddai (‘Almachtige’), één van de namen van de Heere God.

Jad

 

JadJoodse mensen spreken één Naam nooit uit. Het is de Naam van de Heere God. In de Bijbel staat dat je die Naam niet oneerbiedig mag gebruiken. Om zeker te weten dat ze dat niet doen, spreken ze die Naam dus helemaal niet uit. Zij gebruiken allerlei andere namen voor Hem.

Zo zeggen ze bijvoorbeeld ‘de Almachtige’ of ‘de Eeuwige’. Soms zeggen ze gewoon ‘de Naam’. Als Joden uit de Thora lezen, zorgen ze er voor dat ze niet met hun handen de naam van God aanraken. Zo tonen ze hun eerbied voor God. Bij het lezen van de Thora gebruiken ze daarom een aanwijsstokje. Zo hoeven ze niet met hun vinger de tekst te volgen. Aan het einde van dat stokje zit een handje met een wijzend vingertje. Zo’n stokje noemen ze een jad. Dat betekent ‘hand’.

Ramshoorn

 

ShofarTijdens het Joods Nieuwjaar wordt er veel op de sjofar geblazen. De sjofar is een ramshoorn. Als je die hol maakt en er een gat in boort, dan kun je erop blazen.

Het geluid van een ramshoorn lijkt wel een sirene. Als de Joden dat geluid horen, dan denken ze eraan dat er een dag komt waarop ze voor God zullen staan. Die dag zullen ook de ramshoorns klinken. Ze vragen zich af hoe ze het afgelopen jaar hebben geleefd. Zijn ze er klaar voor om God, hun Koning, te ontmoeten? Of zijn er nog dingen die ze in orde moeten maken? Hebben ze misschien met iemand ruzie gemaakt en het nooit goed gemaakt? Of hebben ze iemand iets beloofd, maar het nog steeds niet gedaan?

Ook denken ze bij het geluid van de ramshoorn aan het verhaal van Abraham en Izak. God had aan Abraham gevraagd zijn zoon Izak te offeren. Juist op het moment dat Abraham dat wilde doen, hield God hem tegen. Het was een test om te zien of Abraham God in alles zou gehoorzamen. Toen zag Abraham een ram die met zijn hoorns vast zat in de struiken. Hij begreep dat God voor een oplossing had gezorgd. De ram werd in plaats van zijn zoon geofferd.

Om de ram te pakken, heeft Abraham hem waarschijnlijk bij de hoorns gepakt. Zo houden Joden de ramshoorn vast als ze erop blazen.

Christenen denken bij dit verhaal aan nog een ander offer. De Here Jezus wordt in de Bijbel Lam van God genoemd. Net als de ram die stierf in plaats van Izak, zo stierf Hij voor ons.

Loelav

 

LoelavTijdens de viering van het Loofhuttenfeest wordt er gezwaaid met een loelav. Dat is een takkenbundel. Ook wordt er gezwaaid met een etrog, een soort citrusvrucht. De takkenbundel bestaat uit een palmtak (loelav), drie mirtetakjes en twee wilgentakken. Het is een uiting van dankbaarheid voor alles wat er het afgelopen jaar heeft mogen groeien.

Sederschotel

 

FD004828Tijdens Pesach staat er op tafel een sederschotel. Op deze schotel liggen symbolische gerechten die Joden eten tijdens de Pesachmaaltijd. Deze gerechten doen denken aan de tijd dat zij als slaven leefden in Egypte.

Kruidenbusje

Als de Sjabbat is afgelopen, nemen de Joden op een bijzondere manier afscheid van deze dag. Ze laten een busje met lekker geurende kruiden rondgaan. Daar mag iedereen even aan ruiken.

Aan die geur denken ze tijdens de komende week nog vaak terug. Op die manier is het net of de Sjabbat toch niet helemaal is afgelopen. Zo’n busje heet in het Hebreeuws een besamiembus. Besamiem is het Hebreeuwse woord voor kruiden. Vaak zitten er in het kruidenbusje kaneel en kruidnagelen.

Dreidel

 

DreidelDe dreidel, trendel of sevivon is een vierkant tolletje waarmee kinderen spelen tijdens Chanoeka. Het bijbehorend spelletje wordt gespeeld met een pot met bijvoorbeeld chocolademuntjes. Op het tolletje staan vier Hebreeuwse letters: noen, gimel, hee en sjin. Deze letters staan voor: Nes Gadol Haja Sjam, een groot wonder gebeurde daar.

In Israël wordt de sjin vervangen door de pee, zodat er staat: een groot wonder gebeurde hier (Nes Gadol Haja Pò). Bij elke letter hoort een opdracht. Noen: niets. Gimel: je mag de pot hebben. Hee: je mag de halve pot hebben. Sjin: je moet een muntje in de pot doen.

To Top