fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Golda Meir – heldin van Sion

    2 juli 2013

    “Er zal geen vrede zijn in het Midden-Oosten totdat de Arabieren meer van hun kinderen houden dan ze de Joden haten.”

    Golda Meir. | Foto: State of Israel

    Golda Meir. | Foto: State of Israel

    Wie een bezoek brengt aan de zomertentoonstelling Helden van Sion in het Israëlcentrum komt bovengenoemde tekst onder ogen. Het citaat is afkomstig van een opmerkelijke vrouw: Golda Meir. Op oudere leeftijd werd zij premier van Israël en daarmee de eerste vrouwelijke minister-president ter wereld. ‘De moeder des vaderlands’ wordt zij ook wel genoemd. Minder bekend is dat Golda Meir een zeer belangrijke rol heeft gespeeld bij de oprichting van de staat Israël. Zij was één van de ondertekenaars van de officiële akte op 14 mei 1948 in Tel Aviv. Tot aan haar dood in 1978 voelde zij zich zeer nauw betrokken bij de verdere groei en bloei van haar geliefde land.

    Wie was Golda Meir eigenlijk? Jongere generaties weten amper nog van haar bestaan. Navraag onder jongeren levert grote vraagtekens op: “Golda Meir? Wie was dat ook alweer…?” Voldoende aanleiding om eens in het leven van deze markante persoonlijkheid te duiken.

    Pogroms
    Golda Mabovitch werd geboren op 3 mei 1898 in Kiev, dat toen nog tot het grote Russische Rijk behoorde, het tegenwoordige Oekraïne. Ze had twee zussen, Sheyna en Tzipke, en vijf andere broers en zussen die in hun kindertijd allen stierven. Ze had vooral met Sheyna een hechte band. Om zijn gezin te beschermen tegen de pogroms vertrok vader Moshe Mabovitch in 1903 naar New York om daar werk te vinden. In 1905 verhuisde hij naar Milwaukee, in de staat Wisconsin, op zoek naar beter betaald werk. Het jaar daarop had hij genoeg gespaard om zijn gezin over te laten komen naar de Verenigde Staten.

    In haar jeugd woonde Golda korte tijd in Denver in Colorado. Hier ontmoette zij allerlei interessante mensen die langdurig met haar debatteerden over boeiende onderwerpen als zionisme, literatuur, vrouwenkiesrecht en de vakbeweging. In haar autobiografie schreef ze later: “Die nachten in Denver speelden een belangrijke rol bij het ontwikkelen van mijn eigen overtuigingen.” In Denver ontmoette ze ook Morris Meyerson met wie ze trouwde op 24 december 1917. Voortaan ging ze door het leven als Golda Meyerson.

    Zioniste
    Golda was een vurige zioniste. In 1921 verhuisden zij en haar man naar het toenmalige Palestina. Ook haar zus Sheyna ging mee. Zij woonden eerst in kibboets Merhavia, in de vlakte van Jizreël. Haar taken waren het planten van bomen, het plukken van amandelen, het verzorgen van de kippen en hulp in de keuken. Zij verrichte deze werkzaamheden met grote zorg en toewijding, maar toen al vielen haar leidinggevende kwaliteiten op. De kibboets koos haar als vertegenwoordiger voor de Histadrut, een vakbond voor Joodse arbeiders in Palestina, opgericht in 1920.

    Haar man Morris kon echter niet wennen aan het leven in de kibboets. Dit in schril contrast tot zijn vrouw, die het als haar levenstaak zag het land te ontwikkelen en tot economische bloei te brengen. Geheel tegen haar zin verlieten zij in 1924 de kibboets en woonden korte tijd in Tel Aviv voordat zij zich in Jeruzalem vestigden. Hier kwamen hun twee kinderen ter wereld: Menachem (1924) en Sarah (1926).

    In 1934 werd zij benoemd tot hoofd van de politieke afdeling van Histadrut. Deze benoeming was belangrijk voor haar toekomstige rol in de landelijke politiek.

    Fondsenwerver
    Ook raakte Golda betrokken bij het Joods Agentschap, dat optrad als vertegenwoordiging van de Joden in het Britse mandaatgebied Palestina. In januari 1948 was de penningmeester van het Joods Agentschap ervan overtuigd dat Israël niet voldoende geld zou ontvangen van de Amerikaanse Joodse gemeenschap. Dit geld was dringend nodig voor de oprichting en ontwikkeling van de staat Israël. Golda reisde naar de Verenigde Staten en slaagde er in om liefst 50 miljoen dollar (voor die tijd een astronomisch hoog bedrag) in te zamelen tijdens veel spreekbeurten door heel Amerika.

    Ben Gurion, de eerste premier van Israël, prees haar uitzonderlijke overtuigingskracht om tijdens spreekbeurten op hartstochtelijke wijze aanzienlijke sommen geld binnen te slepen. Mede door haar onuitputtelijke inspanningen en maandenlange rondreizen door de VS werd een solide financiële, economische basis gelegd, die de daadwerkelijke oprichting van de staat Israël mogelijk maakte.

    Vermomming
    De kordate Golda Meir had meer in haar mars: Op 10 mei 1948, vier dagen voor de officiële oprichting van de staat, reisde ze af naar de stad Amman, vermomd als Arabische vrouw, voor een geheime ontmoeting met koning Abdullah van Transjordanië. Ze spoorde hem aan zich niet bij de andere Arabische landen aan te sluiten bij een aanval op de Joden.

    Abdullah vroeg haar geen haast te maken met de afkondiging van een Joodse staat. Meir pareerde hem met de uitspraak: “We wachten al tweeduizend jaar op eigen Joodse staat. Is dat haasten?”

    Huilen
    Golda Meir was één van de 24 ondertekenaars van de Onafhankelijkheidsverklaring op 14 mei 1948. Ze herinnerde zich later: “Nadat ik tekende, huilde ik.”

    Onder meer de vele miljoenen dollars die Golda Meir tijdens haar bezoeken in Amerika had ontvangen maakten dat het Israëlische leger zich beter kon bewapenen toen een dag later de Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak.

    Politieke carrière
    Van 1948 tot 1949 was Golda de eerste Israëlische ambassadeur in de toenmalige Sovjet-Unie. De Sovjet-Israëlische relaties verliepen moeizaam omdat het communistische regime zich fel keerde tegen Joods-religieuze instellingen en emigratie naar Israël verbood.

    Na haar terugkeer werd Golda benoemd tot minister van Arbeid. In deze periode maakte zij zich sterk voor meer werkgelegenheid, in het bijzonder voor de vele immigranten. Ook belangrijke woningbouw- en wegenbouwprojecten kwamen in deze periode van opbouw tot stand.

    In 1956 werd ze minister van Buitenlandse Zaken onder leiding van premier David Ben Gurion. Zij wijzigde toen haar achternaam van Meyerson in het Joodse Meir, wat ‘verlicht’ of ‘stralend branden’ betekent.

    Minister-president
    Na de dood van premier Levi Eshkol in 1969 werd ze de eerste vrouwelijke minister-president. Tijdens haar regeerperiode begon de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) een ware terreurcampagne tegen Israël: gijzelingen, vliegtuigkapingen en bloederige bomaanslagen. In 1972 vond het afgrijselijke gijzelingsdrama plaats tijdens de Olympische Spelen in München, waarbij elf Israëlische atleten en een Duitse politieman door een Palestijnse terreurgroep om het leven werden gebracht.

    Meir stemde in met een beperkte contraterreur. Palestijnen met duidelijke terroristische banden werden met instemming van het kernkabinet door de Mossad, de geheime dienst, geliquideerd.

    Jom Kipoeroorlog
    Eveneens brak tijdens haar regeerperiode in 1973 de Jom Kipoeroorlog uit die ze, hoewel ze van tevoren door koning Hoessein van Jordanië was gewaarschuwd, niet echt had verwacht, evenmin als haar toenmalige minister van Defensie, Moshe Dayan.
    De nasleep van deze oorlog deed haar regering uiteindelijk de das om. Haar kabinet werd geteisterd door ruzies binnen de coalitie, er kwamen vragen over ‘strategische blunders’ en haar werd ‘zwak leiderschap’ verweten.

    Het gevolg was dat zij in het voorjaar van 1974 haar ontslag indiende en werd opgevolgd door Yitzhak Rabin. Zelf trok zij zich terug uit het actieve politieke leven, mede door haar leeftijd en gezondheidsproblemen.

    Wel had zij nog voldoende energie voor haar autobiografie My Life, die in 1975 verscheen. Op 8 december 1978 stierf Golda Meir aan kanker op tachtigjarige leeftijd. Vier dagen later werd zij begraven op Mount Herzl in Jeruzalem. In 2005 werd de medeoprichter van de staat Israël verkozen tot een van de 75 belangrijkste inwoners aller tijden.

    Bekende uitspraken van Golda Meir

    “Er zal geen vrede zijn in het Midden-Oosten totdat de Arabieren meer van hun kinderen houden dan ze de Joden haten.”

    “Mozes heeft ons veertig jaar lang door de woestijn gesleept om ons te leiden naar de enige plek in het Midden-Oosten zonder olie.”

    “Er was niet zoiets als Palestijnen, die hebben nooit bestaan. Voor 1948 waren wij de Palestijnen.”

    “Ik kan eerlijk stellen dat de vraag over het welslagen van een onderneming mij nooit heeft bezig gehouden. Als het een goede zaak was, was ik voor, ongeacht de mogelijke gevolgen.”

    “Een leider die zijn land zonder aarzeling de strijd instuurt, is het niet waard om een leider te zijn.”

    “Wij vieren geen overwinningen. Wij vieren het als er een nieuw soort katoen groeit, of als er aardbeien bloeien in Israël.”

    “Wees niet nederig. Zo geweldig ben je niet.”

    “Ik kan je niet zeggen of vrouwen beter zijn dan mannen, maar ze zijn in ieder geval niet slechter.”

    “Zij die niet met hun hele hart kunnen huilen, kunnen ook zeker niet lachen.”

    “We kunnen het jullie vergeven dat jullie onze zonen gedood hebben, maar we kunnen het jullie nooit vergeven dat jullie ons gedwongen hebben jullie zonen te doden.”
    (Vlak voor de vredesbesprekingen tussen Egypte en Israël tegen de Egyptische president Anwar Sadat.)

    “Men kan geen handen schudden met een gebalde vuist.”