fbpx
  • Foto: Prof. Tudor Parfitt
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De verloren stammen van Israël

    28 juni 2014

    De zoektocht naar de verloren stammen van Israël is – zoals de zoektocht naar de Heilige Graal of de Ark van het Verbond – een van de voortdurende passies van de christelijke wereld. In de afgelopen tweeduizend jaar is er voldoende bewijsmateriaal gepresenteerd voor het voortdurend bestaan van de tien verloren stammen van Israël in de uithoeken van deze aarde …

    Door prof. Tudor Parfitt
    Ik heb een wat bevoorrechte positie wellicht. Jarenlang ben ik betrokken geweest bij bevolkingsgroepen in heel de wereld die beweren deel uit te maken van de verloren stammen. Ik heb over sommige van hen geschreven.

    Verlangen om te geloven
    In 1984 deed ik onderzoek naar de Falasha’s in Ethiopië. Ik was er getuige van hoe zij over de grens met Soedan trokken, op het hoogtepunt van de grote hongersnood, wanhopig verlangend om Jeruzalem te bereiken. Ze hadden overigens geen idee waar Jeruzalem lag. Ik was toen geneigd om te geloven dat zij een overblijfsel waren van het oude volk Israël, tegen alles in worstelend om te worden verenigd met hun lang verloren broeders. Toen het Israëlische opperrabbinaat hen erkende als de verloren stam van Dan, was ik erg verheugd.

    Toen ik later schreef over de Lembastam en lange tijd bij hen verbleef in hun kralen in Zimbabwe en Vendaland in Zuid-Afrika, luisterde ik naar hun mondelinge traditie, die hen verbond met het oude Israël. Ik wilde hun legendes geloven en moest grote inspanning leveren bij het schrijven van mijn boek om eerlijk en onbevooroordeeld om te gaan met het bewijs dat mij tegemoet kwam.

    En tijdens andere reizen in Japan, Oeganda, India of de Verenigde Staten, als ik luisterde naar de pleidooien van eerlijk ogende mannen die beweerden tot een verloren stam te behoren, merkte ik een verlangen om met hen te geloven.

    Een universele legende
    Het verhaal van de verloren stammen is een van de grote universele legendes met een enorme overredingskracht. De legende heeft zichzelf bewezen als krachtig en voortdurend en is benut – heeft zichzelf uitgeleend – voor allerlei doeleinden in elk continent en vrijwel elk land. Het is zelfs gesuggereerd dat de verloren stammen een rol speelden in de ondergang van Atlantis.

    Als een legende, heeft het een bestaan op zich. In zijn verschijningsvormen in verschillende tijden en plaatsen, kreeg het nieuwe betekenis en nieuwe kenmerken. De essentiële elemente van de legende waren redelijk constant, maar zoals bij elke legende, ontsproten er varianten.

    Het verhaal van de verloren stammen begon als een Joodse profetie en werd later opgepikt door het christendom. Het is nu een legende die wordt gedeeld door de twee geloven, maar die ook van belang is voor vele anderen, waaronder ook de islam. Het heeft daarbij zelfs aan de basis gelegen van geheel nieuwe religies. Het is een legende over afkomst en ook over religie, maar de religieuze en etnische elementen die rond de legende spelen zijn in telkens in beweging.

    Dit is deels het gevolg van het feit dat in het Jodendom de term ‘Jood’ of ‘Israëliet’ altijd inhoudt: iemand uit het volk Israël, maar ook iemand die bepaalde rituelen onderhoudt. De verwarring tussen deze twee definities heeft het Jodendom in het verleden geplaagd, en doet dit vandaag de dag nog steeds. Het gebied van de verwarring heeft zichzelf dankbaar uitgeleend aan associatie: verwarring en dubbelzinnigheid zijn als klitteband voor diegenen die op zoek zijn naar identiteit.

    Het Bijbelse verhaal
    De belangrijkste bron voor het verhaal over de verloren stammen is de Bijbel. En de Bijbel vertelt een wat dubbelzinnig verhaal hierover. Dit Bijbelverhaal met zijn boodschap van verlies en verlossing werd een van de belangrijkste instrumenten voor onze Europese voorouders in hun moedige pogingen om de verhulde wereld achter de horizon te ontcijferen.

    Volgens het Bijbelverhaal waren er twaalf stammen van Israël. Deze werden gezien als de afstammelingen van de twaalf zoons van Jacob (Ruben, Simeon, Levi, Juda, Dan, Naftali, Gad, Aser, Issaschar, Zebulon, Benjamin en Jozef). Maar de stam van Levi leefde verspreid over de andere stammen, waar zijn leden dienden als erfelijke priesters. De overige elf stammen werden heringedeeld tot twaalf groepen – misschien omdat het nummer twaalf heilige eigenschappen heeft, wellicht vanwege de twaalf maanden van het jaar.

    Om dit te bewerkstelligen werd de stam van Jozef opgedeeld in twee stammen: Efraim en Manasse. Maar de eenheid van de twaalf stammen duurde niet lang. Al snel werden ze verdeeld in twee koninkrijken. Een koninkrijk met tien stammen in het noorden en het koninkrijk in het zuiden waarin Juda, Simeon en het grootste deel van de stam Benjamin deel uitmaakten.

    In ballingschap gevoerd
    Het koninkrijk van Israël kwam ten val na de invasies van de Assyrische koningen Tiglath-Pileser (732 v.Chr) en Sargon (721 v.Chr). De noordelijke stammen werden in twee fases in ballingschap gevoerd, vooral naar Assyrië, Medië en de landen grenzend aan Aram-Naharaim. De Bijbel vertelt: “In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in en voerde Israël weg naar Assyrië. Hij liet hen wonen in Halah en in Habor, aan de rivier Gozan en in de steden van Medië. (…) Zo werd Israël in ballingschap uit zijn land weggevoerd naar Assyrië, tot op deze dag.” (2Koningen 17: 6 en 23b)

    Er zijn diverse aanwijzingen in de Bijbel terug te vinden dat slechts een deel van de tien stammen werd weggevoerd en dit is ook de gangbare visie hierover onder wetenschapers vandaag de dag. Vervolgens werd ook een groot deel van het zuidelijke koninkrijk in ballingschap gevoerd naar Babel door Nebukadnessar in 586 v.Chr. In de plaats van de tien stammen werd een vreemde bevolking – uit Cutha, Ava, Hammath en Sefarvaim – gevestigd op in elk geval sommige van de landen.

    Men neemt aan dat zij uiteindelijk werden opgenomen in de Israëlische bevolking die was achtergebleven. Over diegenen uit de tien stammen die naar Assyrië werden gevoerd, mogen we aannemen dat zij zijn opgenomen in de Assyrische bevolking, zoals zoveel anderen die ten prooi vielen aan het Assyrische beleid van gedwongen nationalisatie en etnische zuivering. Er zijn bronnen die bewijzen dat er in de zevende eeuw nog personen met Hebreeuwse namen terug te vinden waren in Assyrische legereenheden. Maar verder is er geen duidelijk bewijs voor het verdere bestaan van de ballingen.

    Het is moeilijk en vaak onmogelijk om een scherpe lijn te trekken tussen geschiedenis en legende. Maar in dit geval lijkt het erop dat dit het punt is waarop de geschiedenis van de verloren stammen eindigt en de legende van de verloren stammen begint. Dit is het moment waarop de tien stammen uit de normale geschiedschrijving verdwijnen en een voorgestelde gemeenschap werden. Na dit Assyriologische bewijs verdwijnen zelfs de dunste draadjes tussen de verloren stammen en feitelijke geschiedenis.

    De legende krijgt vorm
    Het lot van de tien stammen als een voorgestelde mythische gemeenschap, kreeg een belangrijke rol in de profetieën. Bijvoorbeeld in Ezechiël 37:16, Jesaja 11:11 en Jeremia 31:7. Het is uit deze basisteksten dat het hele bouwwerk van de latere verloren stammenlegende werd opgebouwd. Een van de kenmerken waaromheen zich de legende spint, is hun aanwezigheid aan de overzijde van een rivier.

    Ten tijde van de geschiedschrijver Flavius Josephus (38 n.Chr.) werd deze rivier de Sjabbatsrivier genoemd. In latere tijden de Sambatyon, of een vergelijkbare versie van die naam, waarbij een verband wordt geïmpliceerd met de Sjabbat. In elk geval neemt deze rivier de regels voor de Sjabbat in acht: op Sjabbat stroomt hij niet.

    Christelijke canon
    De zekerheid over het bestaan van de verloren stammen, vond moeiteloos zijn weg in de christelijke canon. Paulus refereerde bijvoorbeeld aan hen: “En nu sta ik hier en word geoordeeld over de hoop op de belofte die door God aan de vaderen gedaan is, die onze twaalf stammen hopen te bereiken door voortdurend, nacht en dag, God te dienen.” (Handelingen 26:6-7). En Jacobus richtte zijn brief “aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn”.

    In Openbaringen, in een typisch apocalyptisch gedeelte, lezen we: “En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld …” en zo voort. (Openbaringen 7:5 e.v.)

    Vlees op de botten
    Als tot zover de voorgestelde plaats van de verloren stammen maar vaag geschetst is, komt er met een passage in de Jeruzalemse Talmoed serieus vlees op de botten van de legende. We horen daarin dat de tien stammen werden weggevoerd naar drie specifieke plaatsen: naar de overzijde van de Sambatyon rivier, naar Daphne en naar een plaats waar ze werden “bedekt door de wolk die op hen nederdaalde”. En vandaar zullen ze uiteindelijk worden verlost.

    Volgens andere versies werden de stammen niet bedekt door een wolk maar gingen ze in ballingschap “in de donkere bergen” en in die zin wordt er ook over geschreven in het rabbijnse werk Seder Olam (Orde van de wereld) uit de tweede eeuw. Soms werden deze ‘donkere bergen’ gebruikt om Afrika te vertegenwoordigen. Volgens de Talmoed moest Alexander de Grote over deze bergen reizen om bij Carthago te komen.

    Een passage uit de Midrasj spreekt over de “tien stammen die werden weggevoerd naar de Sambatyon, maar Juda en Benjamin zijn verstrooid naar alle landen.” (Bereshit Rabba 73:5) In een andere Midrasj (Pesiqta Rabbati) wordt uitgelegd dat wanneer de Messias komt, de tien stammen zullen worden teruggebracht, samen met diegenen “die werden verzwolgen door de aarde. Die laatsten zal hij brengen langs ondergrondse paden naar een plaats onder de Olijfberg in Jeruzalem. God zal staan op die berg en hij zal opensplijten voor de ballingen en zij zullen eruit komen.”

    Getuigenverslagen
    Van tijd tot tijd werd er verdere informatie of desinformatie toegevoegd over de verloren stammen door verslagen van reizigers of avonturiers die hen in een of ander deel van de wereld hadden aangetroffen. Een van de meest bekende en invloedrijke van deze was de Jood Eldad ha-Dani, die leefde aan het einde van negentiende eeuw.

    Hij bezocht Mesopotamië, Egypte en Yemen en werd vooral beroemd om zijn bezoek aan de gemeenschap van Kairouan in wat vandaag de dag Tunesië is. Hier maakte hij enkele fantastische claims: dat hij een Hebreeuws sprekend lid was van de stam Dan, die volgens hem bloeide in Havila in Cush – waaronder wij Ethiopië verstaan – samen met Naftali, Gad en Aser. De vier stammen voerden voortdurend oorlog met “zeven koninkrijken met zeven talen”.

    Een aantal Joodse reizigers of shelihim (boden) kwamen terug met of stuurden verhalen uit het Oosten waarin ze deze verhalen bevestigden en aandikten. Onder de reizigers die beweerden de stammen op diverse plaatsen te hebben gevonden, waren Abraham ha-Levi in 1465 (Ethiopië), de zestiende eeuwse kabbalist R. Abraham ben Eliëzer ha-Levi (Ethiopië), zijn tijdgenoot rabbijn Mozes Bassola van Ancona (Babylon en Ethiopië), de beroemde zestiende eeuwse figuur David Reubeni (Arabië en Ethiopië) – die beweerde dat Israëlitische legers langs beide overs van de Rode Zee patrouilleerden – en Obadiah ben Abraham van Bertinoro (ca. 1450 – 1510) (Ethiopië en Arabië). De laatste schreef over de Hajj routes naar Mekka, die continu werden bedreigt door een “stam van schrikbarende reuzen die angst inboezemden in het land …”

    Uit het land der fabelen
    Zo hebben geruchten en verhalen gedurende duizenden jaren de fantasie van de mensheid gevuld. Het is pas in de moderne tijd dat het mogelijk is geworden om echt een deel van dit oude mysterie op te lossen.
    Enkele maanden na mijn ontmoeting met de Falasha’s in Ethiopië in 1984 – deze verloren stam van Dan – werd ik uitgenodigd om een lezing te geven over de verloren stammen in Ethiopië en Zuid-Afrika. Achterin de zaal waar ik sprak, zaten enkele zwarte mannen met keppeltjes op.

    Toen ik hen sprak, vertelden ze me dat zij tot een andere verloren stam behoorden. Dit interesseerde mij en ik verbleef enkele dagen bij hen in hun afgelegen dorpjes langs de grens met Zimbabwe. Hun geheimhouding, hun semitisch-ogende tradities, hun met jaloezie bewaakte gedragscodes en spreuken waren allemaal aanwijzigen, maar onthulden nog niets. Maar langzaam raakte ik ervan overtuigd dat hun tradities basis zouden kunnen hebben in harde historische feiten.

    Enkele jaren later besefte ik dat er nu een manier was om de bewering tot het oude volk Israël te behoren, te beproeven: erfelijkheidsonderzoek. De verschillende proeven die we in de jaren ’90 ondernamen, lieten zonder twijfel zien dat deze afgelegen zwarte stam inderdaad verbonden was met het Joodse volk. Zij waren en verloren stam.

    Op hetzelfde moment deden we onderzoek naar het Joodse priesterschap, waardoor ook licht viel op het daadwerkelijke bestaan van een van de verloren stammen in deze moderne tijd: de Levieten. En met name de specifieke kaste van de Kohanim, de priesters, die een genetische marker bleken te hebben een haplotype dat hen apart zet van andere Joden en andere volken.

    Het was opmerkelijk dat na duizenden jaren van speculatie en expedities naar de wildste uithoeken van de aarde, de wetenschap vlees op de botten bracht van deze eeuwenoude Joodse geschiedenis.

    Voorbereiding op de terugkeer
    In 1999 deed ik een onderzoeksproject in India – in het gebied van Konkan en ook in het zuiden, in Kerala – waaruit opnieuw bleek dat Joden in lang vervlogen tijden naar India waren gevlucht. En meer recent zijn er claims geweest waarvoor mij is gevraagd onderzoek te doen van stammen in Papua Nieuw-Guinea en het Amazonegebied, in Burma en de bossen van Assam.

    Sommige van deze mensen hebben mogelijk aantoonbare Joodse wortels, zoals de Lembastam in Afrika of de Bnei Israel in India. Langzamerhand lijkt het erop dat de verloren overgeblevenen van de oude Israëlieten zich erop voorbereiden om terug te keren naar het land van hun voorvaderen.