fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Oude wijn in nieuwe zakken?

    Ds. Henk Poot - 8 september 2015

    De Bijbel van de christenen aan het begin van de tweede eeuw is de Bijbel die ook de Joden hebben. De verschillende geschriften van het Nieuwe Testament zijn er al wel, maar ze zijn verspreid.

    Zo kan het zijn dat in Antiochië het evangelie van Mattheüs bekend is en in Rome bepaalde brieven van Paulus en in Alexandrië het evangelie van Markus, wat eigenlijk het evangelie naar Petrus is. Bovendien zijn er nog talloze andere geschriften die de ronde doen. Het is duidelijk dat de wording van het Nieuwe Testament een lang proces is dat nog niet is afgesloten.

    Inmiddels worden de wet en de profeten vooral pastoraal en geestelijk uitgelegd. Een befaamd geschrift in deze tijd is dat van Pseudo-Barnabas, waarin gesteld wordt dat de Joden de Heilige Schrift altijd te letterlijk genomen hebben. Als God voorschrijft dat men geen varkensvlees moet eten, dan heeft dat niets te maken met een verbod op het eten van bepaald vlees, maar met het verbod je als mens niet te gedragen als een varken. Iedereen begrijpt dat op deze manier de kloof tussen de christelijke kerk en het Jodendom alleen maar groter wordt.

    Daar komt nog iets anders bij: Natuurlijk wil de jonge kerk evangeliseren en verlangt ze ernaar dat steeds meer mensen gaan geloven in Jezus Christus. Alleen moeten de meeste Romeinen en Grieken niet zoveel van de jonge kerk hebben. Aan de ene kant is de nieuwe beweging fascinerend en ze valt ook op door haar bijzondere stijl van leven, maar aan de andere kant zijn de christenen een relatief jong verschijnsel en dat is niet in haar voordeel.

    Voor het Jodendom is overal waardering te bespeuren. Zij is een religie die ethisch is en een ingetogen levenswijze predikt en ze is vooral heel erg oud. Soms is deze godsdienst zo populair dat conservatieve kringen in Rome zich zorgen maken. Tacitus en Cicero verzuchten dat het toch niet zo kan zijn dat het geloof van de overwonnenen het zal winnen van het geloof van de overwinnaars.

    Maar voor het christendom geldt dit niet. Zij is daarvoor teveel een nieuwkomer. Totdat de leiders van het christendom zichzelf als volgt presenteren: Het christendom is in feite veel ouder dan het zich laat aanzien. Het is in Gods ogen de voortzetting van het oude Joodse volk. Dat is altijd hardnekkig en ongehoorzaam geweest en heeft zich uiteindelijk bezondigd aan de Zoon van God. Daarmee heeft zij haar unieke positie verspeeld.

    God is verder gegaan met de kerk, een nieuw volk dat vruchtbaarder, gehoorzamer en geestelijker is dan Israël. Bovendien heeft God het nieuwe Israël ontdaan van allerlei zaken die achteraf bezien door het Joodse volk verkeerd zijn uitgelegd en zo mag het christendom de wereld een geloof aanbieden wat moreel van een hoog gehalte is, wat eeuwenoud is, maar wat ontdaan is van die dingen in het Joodse geloof wat de Romeinen en Grieken toch wel lastig of apart vonden: Een exclusief volk, een exclusief land, die rare voedselwetten en niet in de laatste plaats de besnijdenis. Daarmee is het christendom ineens een stuk aantrekkelijker geworden.

    Er gebeurt alleen nog iets. In haar poging de Grieks-Romeinse wereld te bereiken, probeert de jonge kerk zich te verstaan met de Griekse filosofie. Dat zal dramatische gevolgen hebben voor de inhoud van het christelijk geloof …

    BEKIJK ALLE ARTIKELEN IN DEZE SERIE

    Over de auteur