fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Jezus en de Thora

    Jaap de Vreugd - 1 oktober 2015

    Het is een diep ingewortelde vooronderstelling van christelijke uitleggers, dat Jezus radicaal met het Jodendom en zijn omgang met de Thora gebroken zou hebben. Op voorhand al wijs ik die gedachte ten stelligste af.

    Er is de laatste decennia natuurlijk ook veel studie verricht, die aantoont dat Jezus niet te verstaan is zonder zijn verworteling in Israël en het Jodendom. Toch blijken vooronderstellingen heel diep te zitten. De geest van christelijke hoogmoed ten opzichte van Israel, waar Paulus zo tegen waarschuwt in Romeinen 11 blijkt hardnekkig; hij manifesteert zich o.a. telkens weer in stereotiepen als wettisch in de betekenis van legalistisch en formalistisch Jodendom tegenover de genadeboodschap van het christendom: in het Jodendom de drukkende last van de wet, in de kerk het evangelie van bevrijdende genade. In ieder geval treft het mij telkens weer hoe vanzelfsprekend superieur christenen het Jodendom bejegenen. De vraag naar Jezus en de Thora blijft dus actueel.

    De bergrede
    Toegespitst komt die vraag naar ons toe bij de bestudering van de Bergrede. Is het waar dat in dit ‘magna charta’ van de prediking en het onderwijs van Jezus zijn breuk met het Thora-Jodendom heel pregnant wordt?

    “Het is Jezus’ hoogste ambitie de Thora te volbrengen. Zelfs tot in de kleinste details: de titel en de jota; het kleinste leesteken en de kleinste letter.”

    Lapide, een bekende Joodse theoloog en journalist, die veel studie heeft gemaakt van het Nieuwe Testament en het christendom, vertelt van een uitnodiging die hij kreeg voor een conferentie van een katholieke academie over de Bergrede, waarin als lokkertje werd aangegeven dat Jezus, de ‘wettische godsdienst van het Jodendom uit zijn voegen heeft gelicht. Dit vormt de aanzet tot de bevrijdende boodschap van het Nieuwe Testament, die niets meer gemeen heeft met de angsten en dwangmatigheden van een legalistische en formalistische religie’.

    Jezus heeft, volgens vele uitleggers niet alleen met het Jodendom, maar zelfs met de Thora gebroken, althans met de Thora zoals die functioneert in de traditie van Israël. Dat hoort allemaal bij het ‘Oude Verbond’; nu wij in de situatie van het ‘Nieuwe Verbond’ leven heeft het oude afgedaan, inclusief de wet. Als Paulus stelt, dat Jezus het ‘einde van de wet is’ (Romeinen 10:4), of, in nieuwere vertalingen, het ‘doel’ van de wet, dan moet dat toch wel betekenen, aldus de gangbare gedachte hierbij, dat het doel werd bereikt en dus het einde was gekomen toen Jezus zijn werk volbracht.

    Alle intensieve bezig zijn met de Thora zoals de Joodse traditie die zo indrukwekkend laat zien moet dan toch wel op zijn minst een terugval in achterhaalde patronen zijn, zo niet vijandschap en verzet tegen de ware bedoelingen van God. Thora-Jodendom is een fossiel dat zichzelf sinds Jezus Christus allang overleefd heeft.

    Ontbinden of vervullen
    Ik vind het eigenlijk verbijsterend, dat blijkbaar het toch zo duidelijke woord van Jezus zelf zo weinig gefunctioneerd heeft. Ik bedoel zijn uitspraak in Matteüs 5:17: “meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden maar te vervullen”.

    De NBV vertaalt: ‘Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen’. Dat laat toch aan duidelijkheid niets te wensen over: Jezus breekt niet met de Thora, maar als wetsgetrouwe Jood, staande in de traditie van Zijn volk, is het Zijn hoogste ambitie de Thora te volbrengen. Zelfs tot in de kleinste details: de titel en de jota; het kleinste leesteken en de kleinste letter.

    Vraag de Heere of Zijn kerk mag zien hoe waardevol Zijn Thora is.Meer gebedspunten Heel het samenstel van de Thora moet om zo te zeggen intact blijven, alle letters en leestekens hebben hun betekenis. Zolang de schepping stand houdt heeft de Thora haar betekenis: zolang de hemel en de aarde bestaan blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn (vers 18).

    Flusser wijst hierbij op de rabbijnse overtuiging, dat de Thora wordt beschouwd als een kosmische macht. Rabbi Elazar heeft gezegd: ‘zonder de Thora zouden hemel en aarde niet bestaan’. ‘Evenzo bestaan er rabbijnse parallellen voor het belang van de haakjes (tittels) en de jota (Jod), de kleinste letter uit het alfabet, die niet zonder moreel gevaar uit de Thora van Mozes kunnen worden verwijderd’.

    Jezus heeft dus in de verste verte niet de bedoeling, om de Thora krachteloos te maken of als verouderd te beschouwen; integendeel: Hij vervult en volbrengt haar en brengt zo de ware en diepe betekenis van de Thora aan het licht.

    Flusser geeft ‘vervullen’ weer met ’oprichten’: Jezus richt de Thora op; daarbij verwijst hij naar het gangbare rabbijnse spraakgebruik als het gaat over de uitleg van de Thora: wie de Thora verkeerd interpreteert ‘ontbindt’ het woord van de Thora, wie de juiste interpretatie geeft ‘vervult’ het woord of ‘richt het op’.

    Jezus kan dus alleen maar de bedoeling hebben de Thora niet alleen volstrekt serieus te nemen, maar ook intensief te zoeken naar de juiste interpretatie van de Thora om haar zo te vervullen en op te richten, en dat doet Hij geheel in de lijn van de Joodse traditie!

    Over de auteur