fbpx
  • Uitzicht over het Meer van Galilea vanaf de Bert der Zaligsprekingen. - Foto: Nati Shohat/Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De vijf antithesen in de Bergrede

    Jaap de Vreugd - 6 november 2015

    Volgens nog steeds zeer velen doorbreekt en overstijgt Jezus in de Bergrede de Joodse traditie. Die Joodse traditie wordt intussen zo negatief mogelijk neergezet.

    Ik kwam een uitsprak tegen van de Italiaanse filosoof Romano Guardini, die het Jodendom typeert als ‘uiterlijk in hoge graad gewetensvol en nauwgezet; innerlijk vol hardheid des harten; uiterlijk trouw aan de wet, innerlijk zondig’. Maar, legt Guardini uit, Jezus komt soeverein met een nieuwe uitleg van de Thora, waarbij Hij niet alleen de rabbijnse tradities in alle discussies over de mondelinge Thora, maar zelfs Mozes, dus de Thora zelf, voorbijstreeft. Dat doet Hij met het unieke gezag van de Zoon des mensen, ja de Zoon van God.

    In deze uitlegtraditie is de Bergrede hét bewijs, dat Jezus met volmacht afrekent met Thora en Jodendom en een betere weg wijst, die later zijn bedding zal vinden in de kerk. Bewijs hiervoor vond (vindt) men in de vijf zogenaamde antithesen, dat zijn die woorden, waarin (althans volgens de klassieke uitleg) Jezus zich expliciet tegenover Thora en Jodendom opstelt: u hebt gehoord, dat gezegd is … maar Ik zeg u (verzen 21, 27, 31, 38 en 43).

    “Jezus heeft geenszins de intentie zich ‘antithetisch’ over Thora en traditie te uiten, laat staan dat Hij de bedoeling zou hebben er radicaal mee te breken.”

    Het gebruik van het begrip antithese is natuurlijk veelzeggend; wie dit woord gebruikt hoeft niet veel meer te zeggen: het gaat om een fundamentele tegenstelling. Deze antithesen geven volgens exegeten die deze opvatting zijn toegedaan ondubbelzinnig blijk van het grote gezag en de unieke volmacht waarmee Jezus optrad. In deze woorden wordt Zijn messiaanse zelfbewustzijn onthuld. Hij mag zich ‘antithetisch’ tegenover de Joodse traditie en zelfs tegenover Mozes opstellen, omdat hij de door God gezonden Messias van Israel is.

    Hiermee is de traditionele, anti-Joodse uitleg van de Bergrede getypeerd. Maar is dit allemaal wel zo? Joodse exegeten die de Schriften (ook het NT!) met ‘Joodse ogen lezen door een Hebreeuwse bril’ (een uitdrukking van Lapide) benadrukken, dat Jezus in Zijn Thora-interpretatie in de Bergrede zich volkomen beweegt binnen de discussies van het toenmalige Jodendom.

    Een scherpe tegenstelling horen uit de mond van Jezus tussen Joodse Thora en christelijke ethiek kan alleen maar als men, uitgaande (mogelijk zelfs onbewust) van de vooronderstelling van de superioriteit van de christelijke leer boven de Joodse, de uitdrukking ‘u hebt gehoord dat gezegd is …ik zeg u’ tot in het absurde oprekt. Het gaat namelijk om een gebruikelijke terminologie in de rabbijnse discussies. Eerst wordt de mening van voorafgaande Thora-uitleggers gegeven; daarna geeft de spreker zijn eigen interpretatie als bijdrage aan het juiste verstaan (het ‘oprichten’) van de Thora.

    Het is opvallend, dat in de christelijke vertalingen altijd voor een contrasterende vertaling gekozen wordt van het Griekse ‘egoo de legoo humin’: maar Ik zeg u; in de NBV zo mogelijk nog sterker vertaald met ‘ik zeg zelfs’, terwijl het Griekse ‘de’ in de evangeliën meestal geen tegenstelling maar een verband aanduidt. De vertaling dient dus gewoon te zijn: ‘en Ik zeg u’, en dat correspondeert met de gebruikelijke rabbijnse wijze van zeggen: ‘wa ani omeer lachem’, wat geen inleiding is op het tegenspreken van de Thora, maar integendeel op een toelichting daarvan.

    Jezus is dus helemaal niet uniek in Zijn manier van spreken; Hij maakt gebruik van een basisbegrip van de ‘mondelinge Thora’, dat vele parallellen heeft in de Talmoedische geschriften. ‘U hebt gehoord’ of ‘Er is gezegd’ gevolgd door ‘En ik zeg u’ vormen een bij elkaar horend paar vaste uitdrukkingen uit de rabbijnse manier van discussiëren. We zien dus dat Jezus zich van het gewone spraakgebruik bedient om zijn Thora-uitleg te geven, en dat Hij geenszins de intentie heeft zich ‘antithetisch’ over Thora en traditie te uiten, laat staan dat Hij de bedoeling zou hebben er radicaal mee te breken. Dat is een christelijke constructie achteraf.

    Het hart van de Thora
    Maar hoe zit het dan? Uit Jezus geen forse kritiek op Zijn tijdgenoten en gaat de Bergrede toch niet verder dan ‘gewoon rabbijns Jodendom’? Op de eerste helft van de vraag kan het antwoord zonder meer ‘ja’ zijn. Het voert te ver om daar nu diep op in te gaan; bedacht moet altijd worden dat ook in het uitspreken van kritiek Jezus deelneemt aan de intern Joodse discussie van zijn dagen over Thora en Halacha (de uit de Thora geïnterpreteerde praktische wetgeving, red.), en dat het dus niet aangaat om daarin ‘vijandbeelden’ (Jezus tegenover Farizeeën en Schriftgeleerden) te creëren.

    Vraag God om nederigheid voor de kerk. Dat we Zijn Woord zullen lezen zoals Hij het heeft bedoeld, vrij van onze eigen hoogmoedige interpretaties.Meer gebedspunten Op de tweede helft van de vraag moet het antwoord m.i. toch ‘neen’ zijn omdat zowel Jezus als de rabbijnse traditie hartstochtelijk zoeken naar wat ik zou willen noemen het hart van de Thora, de eigenlijke, diepste intentie van Gods geopenbaarde wil. Juist in de zogenaamde ‘antithesen’ legt Jezus de hartsbedoeling van Gods Thora bloot.

    Met een aardige woordspeling spreekt Lapide over ‘superthesen’ die Jezus leert en die de ‘bijbelse geboden verdiepen, verscherpen, en in de letterlijke betekenis des woords radicaliseren, dat wil zeggen: tot hun wortels en oorspronkelijke bedoelingen herleiden’. Zo richt Jezus de Thora op door de diepste bedoeling te openbaren.

    Opvallend is natuurlijk, dat het daarbij dan met name om de gezindheid gaat, om datgene wat achter het menselijk handelen zit als bron en drijfveer. Maar datzelfde vinden we natuurlijk ook al in het laatste van de Tien Woorden; het tiende, afsluitende gebod doet een appèl op ons hart, de bron van ons bestaan en op de intenties van ons handelen.

    Thema

    bijbeljezus

    Over de auteur