fbpx
  • De gebrandschilderde ramen van de Sutton Place Synagoge, waarin de feesten van Israël, waaronder ook de Sjabbat in symbolen zijn uitgebeeld. - Ontwerp: Hendrick VandeBurgt
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Jezus en de Sjabbat (deel 2)

    Jaap de Vreugd - 1 maart 2016

    Als het waar is dat Jezus zich aan het Sjabbatsgebod gehouden heeft – hoe zit het dan met de verhalen in de evangeliën, die vertellen van genezingen op de Sjabbat en discussies daarover?

    Willen die, als ze al niet vertellen, dat Jezus helemaal brak met de Joodse Sjabbat, dan in elk geval niet duidelijk maken, dat Hij brak met de ‘legalistische’ opvatting van de rustdag zoals die in Zijn dagen vorm gekregen had?

    Eeuwenlange anti-Joodse uitleg van de evangeliën heeft het beeld vastgezet, dat Jezus zich scherp keert tegen de Joodse traditie, en zo ook tegen de Sjabbatsviering. Onkunde over de Joodse wereld waarin de evangeliën ontstonden sprak hierin een hartig woordje mee.

    Voor het gegeven dat de evangeliën in allerlei vermelde discussies in feite een echo laten horen van de debatten over de uitleg en toepassing van de Thora in de praktijk van het leven (de halacha) was totaal geen oog. Maar de Sjabbatsverhalen in de evangeliën zijn niet te verstaan zonder enig inzicht in de ontwikkeling van de halacha. Om dat wat scherp te krijgen is het om te beginnen nodig een korte schets te geven van de groepen, die we telkens tegenkomen in de discussies met Jezus over de Sjabbat.

    De Sadduceeën, de Farizeeën en de Sjabbat
    Om te beginnen zijn daar de Sadduceeën. Zij vormden de bovenlaag van de bevolking, met name in Jeruzalem en Judea. Tot hen behoorden de rijke priesterfamilies (de ‘overpriesters’), die ook het hogepriesterschap uitoefenden. In feite gaat het om een conservatieve en nogal elitaire stroming.

    Anders dan de Farizeeën erkenden zij alleen de schriftelijke Thora; de mondelinge Thora wezen ze af, evenals de andere boeken van de Hebreeuwse Bijbel. In hun uitleg van de Thora hielden ze zich nauwkeurig aan de letterlijke tekst van de schriftelijke Thora.

    “De bedoeling is een vreugdevolle viering van de Sjabbat, zoals die in de Thora bedoeld wordt.”

    Voor discussies over toepassing van de geboden van de Thora in de wisselende omstandigheden, rekening houdend met die omstandigheden, zoals dat in de halachische traditie gangbaar was, was bij hen geen plaats. Hun uitleg is daarom strikt en zelfs star te noemen.

    De andere groepering die we regelmatig in de evangeliën tegenkomen zijn de Farizeeën. Zij behoorden vooral tot de middenklasse: handelaars, leraren, ambachtslieden. Anders dan de Sadduceeën hechtten zij grote waarde aan de mondelinge Thora, die volgens de rabbijnse traditie ook op de Sinaï gegeven is, en accepteerden zij ook de andere geschriften van de Hebreeuwse Bijbel.

    Zij zochten ernaar de voorschriften van de Thora op alle gebieden van het leven toepasbaar te maken, en hielden daarbij rekening met de wisselende omstandigheden, zodat er een zekere flexibiliteit in hun wetstoepassing was.

    Wat populair gezegd: ze zochten er zoveel mogelijk naar gehoorzaamheid aan de Thora voor zoveel mogelijk mensen in zoveel mogelijk situaties toegankelijk te maken. Daarbij ontstonden verschillende scholen; bekend zijn de school van Sjammai en die van Hillel, waarbij de eerste wat strikter is te noemen dan de tweede.

    In Zijn uitleg van de Thora komt Jezus vaak het meest in de buurt van de school van Hillel. Zo ontstond het hele samenstel van halachisch-rabbijnse discussies dat tot op de dag van vandaag gezaghebbend en kenmerkend is voor het orthodoxe Jodendom. De Farizeeën zijn dan ook te beschouwen als de wegbereiders van het rabbijnse Jodendom, dat na de verwoesting van de tempel het gezicht van de Joodse manier van leven bepaalt.

    Wat betekent dat voor de uitleg van het Sjabbatsgebod? Wat de Sadduceeën betreft kan ik kort zijn: zij hanteerden strikt de letterlijke regels van de schriftelijke Thora. Dat betekent bijvoorbeeld een absoluut werkverbod. Daaronder valt ook het verrichten van een genezing op de Sjabbat. Het betekent verder bijvoorbeeld ook dat zij van mening waren dat men op Sjabbat behalve voor synagogebezoek zijn huis niet mocht verlaten.

    De Farizeeën hebben een uitvoerig systeem van regels voor de Sjabbat ontworpen. Allereerst moet echter worden bedacht dat ze de Sjabbat zien als een dag van rust, studie en grote blijdschap. Bij dat laatste aspect hoort ook het gezamenlijk gebruiken van de maaltijden.

    Het systeem van regels dient om het bijzondere karakter van de Sjabbat te waarborgen en staat in het kader van wat genoemd wordt ‘het omtuinen van de Thora’, dat is regelgeving die bedoeld is om de Thora en ook de mens als het ware te beschermen tegen ontheiliging.

    Het gaat er dus niet om de mens drukkende lasten op de schouders te leggen, maar juist om hem in staat te stellen te genieten van het bijzondere van de Sjabbat als men zich bewust is van wat wel en niet met het karakter van de dag strookt. De bedoeling is een vreugdevolle viering van de Sjabbat, zoals die in de Thora bedoeld wordt.

    In het oog vallend is natuurlijk het werkverbod. Aan de verhalen van de bouw van de tabernakel ontleent men het gegeven, dat er 39 werkzaamheden op de Sjabbat verboden zijn; dat zijn de hoofdwerkzaamheden, die ook weer onderverdelingen kennen. De belangrijkste regel is, dat alle inspanning die productie en winst beoogt verboden is.

    In de dagen van Jezus werd er stevig gedebatteerd over de lijst van ongeoorloofde werkzaamheden, in het bijzonder over ‘grensgevallen’ als het wrijven van aren (!), het plukken van vijgen, het persen van vruchten. Er bestonden dan ook meer en minder strikte opvattingen over de viering van de Sjabbat.

    Voor de Farizeeën was, anders dan voor de Sadduceeën, wezenlijk de intentie om de strikte toepassing van het werkverbod aan te passen aan de mogelijkheden van de gemiddelde Jood. Een goed voorbeeld daarvan is de toepassing van het verbod om te dragen op de Sjabbat: men mag niets overbrengen vanuit het privéterrein (het eigen huis) naar het publieke terrein (de straat), één van de verboden hoofdwerkzaamheden.

    De oplossing hiervoor is voor iedereen een soort gezamenlijk ‘privéterrein’ te creëren door alle privéterreinen samen te voegen of anders gezegd een groot publiek terrein tot gezamenlijk privéterrein te verklaren waarbinnen gedragen kan worden. Voorwaarde daarvoor is dat het gebied rondom afgesloten kan worden, met poorten e.d. of symbolisch d.m.v. hekken en gespannen draden. Zo’n afgesloten gebied heet een ‘eroev’ en de begrenzing daarvan ‘techoem’, die tevens geldt voor de bepaling van de ‘Sjabbatsreize’.

    Dit maakt het dus mogelijk om bijvoorbeeld je gebedenboek mee te dragen naar de synagoge en etenswaren naar de buren om samen van de maaltijd te genieten. Amsterdam en Antwerpen zijn West-Europese steden die vandaag een eroev kennen.

    Een ander uiterst belangrijk gegeven is, dat de redding van een mensenleven (pikoeach nefesj) uitgaat boven de naleving van de Sjabbatswetten. Is iemand in levensgevaar, dan moeten de regels worden gebroken.

    Dat wordt ruim geïnterpreteerd: ook in niet direct levensbedreigende situaties zijn genezingen op Sjabbat gerechtvaardigd, dat wil zeggen genezingen door middel van het gesproken woord, zonder gebruik van instrumenten en stoffen die moeten worden gemaakt om de genezing te bewerkstelligen – dat laatste mag overigens wel als er werkelijk levensgevaar is.

    De regel dat redding van het leven de Sjabbat verdringt gaat terug op de tijd van de Makkabeeën. De Syriërs maakten er een gewoonte van de Joden op Sjabbat aan te vallen, omdat ze dan geen verweer verwachtten, want de Joden grepen niet naar de wapens op de Sjabbat. De Makkabeeën stelden zich toen de vraag: kan het de bedoeling van God zijn de Sjabbat te heiligen terwijl intussen het volk en het land gevaar lopen?

    Prachtig is het antwoord dat ze formuleerden: ‘opdat ook toekomstige generaties Joden het Sjabbatsgebod kunnen houden moeten wij het nu tijdelijk breken’. Uit die tijd dateert de grondregel uit de Mechilta: ‘de Sjabbat is aan u ondergeschikt, niet u aan de Sjabbat’. Iedere lezer van het evangelie herkent daarin ook het woord van Jezus: ‘de Sjabbat is er terwille van de mens, en niet de mens terwille van de Sjabbat (Marcus 2:27)’. Hij sloot zich dus bij deze regel aan.

    » Lees ook deel 1 en deel 3

    Over de auteur